Die toespraak van Johannes in de woestijn
is een echte donderpreek.
“Reeds ligt de bijl aan de wortel van de boom”…
Waarom gaat Johannes toch zo tekeer?
Wel, hij doet dat omdat hij er heilig van overtuigd is
dat de manier waarop de mensen van zijn tijd leven
géén toekomst heeft.
Die mensen doen precies het tegenovergestelde
van wat Jesaja zegt in dat prachtige gedicht
dat we in de eerste lezing hoorden:
ze oordelen naar uiterlijke schijn,
ze onderdrukken de kleinen,
ze buiten mens en aarde uit.
Ook in onze tijd zijn er mensen die zo spreken.
Ze zeggen:
als we zo doorleven, gaat de wereld naar de knoppen.
In snel tempo plundert onze generatie de aarde leeg
en stopt er het gevaarlijke afval weer in terug.
Ze verstoort daarmee
het natuurlijke evenwicht in de schepping.
Om dan nog te zwijgen van de oorlogen die wij voeren.
In die wereld,
met al zijn angstige vragen voor de toekomst,
vieren wij, christenen, Advent.
Wij vieren de verwachting van iemand die komt
om te redden.
In deze wereld, met al zijn problemen,
laten wij ons toespreken
door een profeet als Jesaja, die zegt:
“Mensen, berust er niet in.
Er is toekomst voor de wereld…
Want een twijg zal ontspruiten aan de stronk van Jesse,
en de Geest van de Heer zal op hem rusten.
Er zal gerechtigheid komen in de wereld,
want hij zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn.
De armen zullen op den duur niet het onderspit delven,
want de kleinen zal hij recht verschaffen.
De plunderaars van deze wereld
hebben niet het laatste woord,
want de uitbuiters zal hij striemen
met de gesel van zijn mond.
Oorlogen zullen wijken voor vrede en liefde,
want dan hebben koe en berin vriendschap gesloten…
Hun jongen liggen naast elkaar,
en de leeuw vreet hooi met het rund.
De vijandschap tussen aarde en mens
zal veranderen in harmonie en respect,
want de gehele aarde zal vervuld zijn met liefde tot God”.
Tot déze verwachting
worden wij vandaag opnieuw opgeroepen.
Die toekomst is het waar wij naar mogen uitzien.
Maar die toekomst zal niet zomaar
uit de hemel komen vallen.
Die zal strijd vragen.
En verandering…
Er zal in onszelf iets moeten gaan veranderen.
Johannes de Doper zegt onomwonden wat dat is:
“Bekeer u”.
Wij zullen onze mentaliteit moeten veranderen.
Zich bekeren, zijn mentaliteit veranderen, dat betekent:
liefhebben zoals Jezus en liefhebben met Jezus.
Dat betekent stoppen
met alléén maar naar je eigen te kijken
om je blik samen met Jezus te richten op de andere.
Om die andere te bekijken met levengevende ogen.
Het naderen van Kerstdag geeft aanleiding
tot talloze gebaren van solidariteit en van steun
aan hulpbehoevenden.
Mannen, vrouwen en kinderen gaan op stap
om wat vreugde te schenken
aan vereenzaamden, aan zieken,
aan mensen die anders niet meetellen.
Dit is de tijd om nieuwe kansen te geven
aan armen en kleineren,
om te delen met de zwakkeren uit onze buurt.
Wij zullen Gods paden recht maken
als wij opnieuw durven rechtvaardig zijn…
Vooral tegenover de geringen,
tegenover diegenen die weinig kunnen laten gelden
om hun rechten te verdedigen.
Dit is de tijd om de mensennood te lenigen
van diegenen die aan de rand gesukkeld zijn.
In de advent zal Welzijnszorg onze hulp nodig hebben.
Hoe zou God mens kunnen worden onder ons,
als wijzelf niet méér mens worden voor elkaar?
Dit is de bekering, de innerlijke verandering
waartoe Johannes ons vandaag oproept:
ommekeer tot God,
ommekeer tot echtheid in onszelf,
ommekeer tot de meest kwetsbaren onder ons.
Wij weten het op voorhand:
de vreugde van Kerstmis wordt ervaren door diegenen
die zich in deze adventsweken voorbereiden
niet alleen op een feest van geschenken en lichtjes,
maar op een viering
waar de Liefde weer mag geboren worden
eerst en vooral in ons eigen hart
en ook in onze wereld.
2e zondag in de advent A (2004)
A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars