2e zondag van de advent A - 2004

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Zusters en broeders,

Het is voorwaar geen kerstekind, die Johannes de Doper. Van diplomatie heeft hij nog nooit gehoord, van gematigde taal nog minder. Veel liever zwaait hij met de botte bijl van het dreigement, en spreekt hij ook over een God die de bijl ook zal hanteren. Een merkwaardige figuur is die hij, dat is het minste wat je over hem kunt beweren.

En toch is hij niet zomaar een zonderling die daar wat in de woestijn loopt te dreigen. Nee, hij is diegene over wie Jesaja zei: “Een stem van iemand die roept in de woestijn: ‘Bereidt de weg van de Heer, maak zijn paden recht’.” Een profeet dus die zo belangrijk is dat hij aangekondigd werd door een andere profeet, en die op zijn beurt zelf nog een andere profeet aankondigt, een die veel sterker is dan hijzelf, een van wie hij niet eens waardig is de sandalen te binden.

Maar Johannes is niet alleen belangrijk in de ogen van de evangelist, hij is het ook in de ogen van God. Dat merk je aan zijn kledij en aan zijn voedsel. Hij draagt een kameelharen mantel, een duur kledingstuk, eentje van het soort dat ook door de profeet Elia werd gedragen, een van de grootste profeten ooit. En hij leeft op een menu van sprinkhanen en wilde honing. Traditioneel wordt dat gezien als een karig maaltje waar een gewone sterveling de neus zou voor ophalen, maar dat is een foute visie. Wilde honing was zeer gegeerd, en ook zeer duur, wegens niet makkelijk te vinden, en in de betere voedselkraampjes van Jeruzalem kon men als delicatesse gepofte sprinkhanen kopen. Met andere woorden: Johannes leefde rijkelijk. De symboliek is wellicht duidelijk: God was met hem, hij leefde uit Gods hand. En Gods gaven zijn rijkelijk en overvloedig.

Johannes’ boodschap is zeer eenvoudig: “Bekeert u, want het Rijk der hemelen is nabij.” Dat zijn precies dezelfde woorden die Jezus ook zal gebruiken. Maar toch is er een hemelsbreed verschil tussen Johannes en Jezus. Johannes is de man van de donderpreken, de heraut van de dreigende, bestraffende, vernietigende God. Voor hem stevent de wereld af op het oordeel, de ondergang. Daarom kunnen zijn waarschuwingen niet hard genoeg zijn, vindt hij. Dus scheldt hij zijn toehoorders zonder meer uit voor “addergebroed”, en dreigt hij met dood en ondergang. Hij preekt de ommekeer, maar lijkt niet te geloven dat die ook mogelijk is. Voor hem lijkt het te laat, lijkt alles al verloren. Jezus daarentegen beklemtoont en herhaalt dat het Rijk Gods niet alleen nabij, maar ook al aanwezig is, in zijn persoon. Jezus dreigt niet, Hij biedt een toekomst en ook een heden.

En Hij geeft zin en richting aan het visioen van Jesaja. Ook die gelooft dat er een toekomst is. Zelfs de stronk van Isaï - en Isaï is de vader van David -, zelfs die vermolmde, dorre stronk zal in twijgen en scheuten uitbarsten, en op dat nieuwe leven zal de geest van de Heer rusten. Jesaja gelooft dat er een tijd zal komen van gerechtigheid en vrede, van gelijkheid en broederlijkheid. Een tijd waarin de Amerikaanse koe en de Russische berin vrede hebben gesloten, een tijd waarin het kind kan huizen bij gelijk welke volwassene, zonder dat het gevaar loopt uitgebuit en misbruikt te worden; een tijd ook, waarin Vlaamse en Marokkaanse jongen in dezelfde weide zullen spelen, en waarin de zuigeling - élke zuigeling! - veilig en weldoorvoed kan zijn. Een tijd waarin blank en zwart vriendschap zullen sluiten, kinderen veilig zullen zijn in het hol van het verkeer, mensen hun voedsel broederlijk met elkaar zullen delen. Een tijd waarin het Palestijnse geitje en de Israëlische panter met elkaar zullen wandelen, een tijd waarin regeringen, terroristen en fundamentalisten hun wapens zullen omsmeden tot bouwmaterialen waarmee holen zullen worden omgebouwd tot menswaardige woningen.

Zusters en broeders, er is toekomst, en advent is een goede tijd om ons eraan te herinneren dat wijzelf bepalen hoe die toekomst zal zijn. Drijven we mee in de pessimistische ondergangsvisie van Johannes, of bouwen we mee aan het visioen van Jesaja, dat in Jezus werkelijkheid is geworden?

Zusters en broeders, ik wens u en mezelf een bezinnende adventstijd toe. Amen.

Zoeken in Preken Online