Op deze tweede zondag van de Advent
treedt Johannes de Doper naar voren.
Zijn oproep weerklinkt vandaag over de stad waar wij wonen,
zoals eertijds over de Jordaanvallei nabij Jeruzalem:
“Bekeer u! Bereid de weg van de Heer!
Maak Zijn paden recht!”
Dat betekent dat wij hoopvol mogen uitzien
naar de komst in ons hart van onze reddende God,
maar dat wij die komst kunnen voorbereiden en mogelijk maken
door ons te bekeren,
door onze innerlijke houding te veranderen.
Misschien denken wij toch wat te vlug
dat wij eigenlijk niet veel bekering nodig hebben.
Juist tegen de zelfgenoegzaamheid van diegenen die menen
dat zij het eigenlijk nog niet zo slecht doen,
klinkt vandaag het scherpe verwijt van de Doper:
“Bekeer u! Het is hoog tijd!
De bijl ligt aan de wortel!”
Zijn dreigementen zijn niet bedoeld
om ons te doen ineenkrimpen van schrik,
maar integendeel om ons wakker te schudden.
De goede vruchten mogen nu echt
niet lang meer op zich laten wachten.
De tijd dringt!
Wat staat er ons dan nu te doen?
Bekering betekent eerst en vooral
een ommekeer weg van onze zelfingenomenheid,
meer naar God toe.
Een grotere verbondenheid dus
met de echte Levenbrenger van ons bestaan.
Johannes wordt voorgesteld als de nieuwe Elia,
de grote profeet die erin geslaagd was
het Joodse volk terug te brengen van de afgoderij van Baäl
naar de ware God.
Daarbij kunnen wij ons afvragen:
Welke zijn de moderne afgoden die wij in onze tijd nalopen?
Onze overdreven zucht naar onafhankelijkheid misschien,
vooral als die een hinderpaal wordt
voor de trouwe samenhorigheid met diegenen die ons graag zien.
Het overdreven benadrukken van onze rechten wellicht,
wanneer dit overslaat in een egoïsme zonder zin
voor plichten of verantwoordelijkheid
tegenover diegenen met wie wij samenwonen.
Of soms zelfs dat doemdenken
dat met cynisme de twijfels koestert
en elke diepere zin en eenheid a priori uitsluit.
Johannes wil ons terugbrengen van deze valse afgodendiensten
naar een nieuwe verbondenheid
met de enig ware God van ons leven.
Wij worden uitgenodigd van ons hart weer een woning te maken
waar Hij een ereplaats krijgt.
In de Adventstijd zullen wij weer proberen
wat meer tijd te maken voor gebed en evangelielezing,
voor bezinning en overleg met God
over de belangrijke beslissingen van ons leven.
Bekering betekent ten tweede
een ommekeer weg van onze innerlijke gespletenheid,
meer naar onze eigen echtheid toe.
Johannes roept ons op
onze innerlijke kronkelpaden recht te trekken,
de dubbelzinnigheden en de compromissen op te heffen
waarin wij ons hebben gekronkeld
om ons gedrag te verrechtvaardigen
Hij nodigt ons uit terug te durven keren
naar eerlijkheid over en in onszelf.
Er komen wel eens periodes in een mensenleven
waarin wij verlangen alles te beleven
en dan nog liefst terzelfder tijd.
Dit leidt onvermijdelijk tot illusies, hypocrisie
en dubbelzinnigheden.
Johannes herinnert er ons aan
dat een hiërarchie van waarden noodzakelijk is.
Dat er dingen in ons leven van allereerste prioriteit zijn,
andere een secundair belang hebben
en nog andere duidelijk bijkomstig zijn.
Wat allerbelangrijkst is,
verdient dan ook de meeste tijd en energie:
de liefde in ons gezin,
de aandacht voor de kinderen,
de edelmoedige inzet voor ons beroep.
En daarvoor moet desnoods wijken wat secundair is:
onze ontspanning en individuele pleziertjes.
Met even grote intensiteit
alles samen willen beleven in een wazige chaos
brengt ons tot tweeslachtigheid en huichelarij.
Echt leven vraagt een keuze mét prioriteiten en mét grenzen.
Advent is de tijd
om onze fundamentele levenskeuzes te vernieuwen
zodat wij opnieuw gaan handelen
in grotere echtheid en eerlijkheid met onszelf.
Bekering betekent te derde
een ommekeer weg van onze zelfzucht,
meer naar de anderen toe.
Johannes roept ons op goede vruchten voort te brengen.
Dit is de tijd om nieuwe kansen te geven
aan armen en kleineren,
om te delen met de zwakkeren uit onze buurt.
Wij zullen Gods paden recht maken
als wij opnieuw durven rechtvaardig zijn,
ook tegenover de geringen,
tegenover diegenen
die weinig kunnen laten gelden om hun rechten te verdedigen.
Dit is de tijd om de mensennood te lenigen
van diegenen die aan de rand gesukkeld zijn.
In de Advent zal Welzijnszorg
onze hulp nodig hebben.
Hoe zou God mens kunnen worden onder ons,
als wijzelf niet méér mens worden voor elkaar?
Dit is de bekering, de innerlijke verandering
waartoe Johannes ons vandaag oproept:
ommekeer tot God,
ommekeer tot echtheid in onszelf,
ommekeer tot de zwakkeren.
Wij weten het op voorhand:
De vreugde van Kerstmis wordt ervaren door diegenen
die zich in deze adventsweken voorbereiden
niet alleen op een feest van geschenken en lichtjes,
maar op een viering
waar de Liefde weer mag geboren worden
eerst en vooral in ons hart en dus ook in onze wereld.
Bekeer u!! Maak de paden recht! (2004)
A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars