Beste Vrienden,
Johannes, ik heb het over de doper, was een vreemde
vogel;
eigenlijk niet in kaders te vangen,
hij is familie van Jezus,
neef, of achterneef,
- het Lucas-evangelie vertelt daar in zijn eerste hoofdstuk heel veel over,
- en in de kerstnachtviering van Chantiel komt daar veel over terug, -
familie van Jezus, maar ook weer heel anders.
hij staat daar bij
die grensrivier, de Jordaan;
aan de ene kant de woestijn,
die plek
waar het volk 40 jaar geleefd heeft,
met alle ups en downs,
doorheengetrokken, geklaagd en gekreund heeft\
-
alle dingen ervaren die het leven moeizaam maken -
en aan de andere kant: het land dat God beloofde,
waar het allemaal koek en ei zou zijn,
melk en honing, overvloeiend van vrede,
zoals Jesaja nog eens onder woorden brengt
in dat beroemde visioen van wat hij zag,
niet omdat dat al werkelijkheid was geworden,
maar omdat hij wist dat dat de richting was waarop we als mensen zouden moeten gaan.
Er zit een heel stuk tegenstelling in de beelden die worden opgeroepen;
Zie dat nou maar eens bij elkaar te brengen;
Johannes gooit er dan ook stevige woorden tegenaan:
het roer moet om;.kom tot inkeer,
en maak er werk van.
En hij gebruikt zelfs krachttermen,
addergebroed, en dat nog wel tegen de liturgische elite,
want dat zijn de Farizeeën en Sadduceeën toch
Stevige woorden,
hoe verbinden we dat met het lied
niet als een storm, als een vloed, niet als een bijl aan de wortel,
komen de woorden van God,
maar als een glimp van de zon,
een groene twijg in de winter,
zo is het koninkrijk Gods.
Johannes hanteert de bijl heel nadrukkelijk wel.
Hoe verenigen we dat, de zachte kant van
woorden die wekken,
liefde die niet afgedwongen kan worden,
en dus ook bekering, die binnen moet ontstaan.
Ik moest denken aan een keer dat ik bij een repetitie van een koor binnenkwam -
in een andere setting, wees gerust -
en dat de dirigent met stemverheffing riep: wat zingen jullie dit lelijk!
Als ik de dirigent een beetje van binnen ken,
dan bedoelde hij niet dat het koor er maar wat van maakte,
maar dan bedoelde hij:
jullie kunnen dat mooier brengen,
ik heb het in mijn gedachten mooier door jullie horen vertolken;
maar om iedereen er ineens bij te betrekken:
wat zingen jullie dat lelijk.
Dat onmiddellijk iedereen erbij betrekken,
dat is wat Johannes doet;
en eigenlijk zegt hij hetzelfde:
het gaat helemaal verkeerd,
wij maken van onze wereld een puinzooi;
dat moet heen anders:
en dan zegt hij: bekeert u.
Misschien moet je wel zeggen
dat het meer is dan aansporing of oproep,
het sluit veel dichter aan bij wat Jesaja heel duidelijk doet:
schildering van een belofte.
Dat past ook meer bij het evangelie,
want dat is ook niet alleen maar gebod, of oproep,
maar vooral: belofte van goed nieuws;
schildering van een belofte,
het koninkrijk is nabij,
Jesaja formuleert:
er komt een kind dat vol is van de Geest van God,
er komt een einde aan onrecht,
en vooral de kleinen en de geringen zullen het merken.
HET ZAL.. een toekomst van vrede voor hen.
En die het nu nog fout laten gaan, ze zullen het merken:
er is geen plek meer voor hen, en evenmin voor hun wandaden!
De toekomst van vrede begint bij die ene, die geboren zal worden,
straks met Kerstmis,
die spruit aan de stronk van Isaï, dat kind in het volk van God;
bij HEM begint het, een toekomst van vrede,
en het wordt overgenomen door heel de aarde;
zelfs in de natuur;
zonde en kwaad zijn er niet meer; stel je voor,
niemand meer die een ander in de weg zit,
ook niet in de politiek, ook niet in de multiculturele samenleving, niet hier,
niet in Israël, niet in Amerika, niet in Afghanistan,
geen zonde , geen kwaad,
weet je wat er is: liefde tot God,
en niet zo eens hier en daar,
maar over heel de aarde;
geen plekje te bedenken waar de liefde tot God niet zou zijn.
Kijk, Dat is belofte!
En dat is iets anders dan een opdracht,
dan een aansporing dan een aanbeveling.
En Johannes dan,
is hij dan toch een ouderwetse donderpredikant?
Toch zegt ook Johannes niet:
het kan alleen wat worden als we ons bekeren.
Hij draait het om:
bekeer je, want het gaat wat worden.
Dat is belofte.
Mensen, het gaat wat worden!
er klinkt bijna in mee: of je het wilt of niet! Het gaat!
het rijk der hemelen is nabij.
En als je het mee wilt maken,
dan wordt het tijd dat je eens anders gaat leven,
want anders mis je de boot,
de boot van de toekomst.
En die boot gaat echt,
of je nou meegaat of niet.
En de farizeeërs,
en misschien ook heel die trouwe gelovigen, ook in ons midden, -
het evangelie heeft ook altijd iets oproepends,
-
tegen onze haren instrijkend -
degenen die denken: ach, wij zijn de kinderen van Abraham.,
wij hoeven
ons niet druk te maken; voor ons is een plaatsje gereserveerd;
let op,
je zit fout als je zo denkt,
je laten voorstaan op wat je denkt te
zijn, dat telt niet voor God
dat telt niet voor de Komende
dat telt
niet op de boot van de toekomst.
Daar telt wat we ervan maken,
hoe we de droom levend houden en tot leven laten komen,
daar telt hoe
wij mensen van het licht zijn,
hoe wij het licht van ons leven
weten
te verbinden met het licht dat Jezus met zijn leven
bij ons brengt.
Het is nabij, het paradijs van het licht.
Amen.