Iedereen die te maken heeft met de opvoeding van kinderen heeft al
met de vraag te maken gehad. Wat doen we nu best om kinderen of
jongeren tot een juist gedrag aan te zetten? Een beloning in het
vooruitzicht stellen en beloven, ofwel: dreigen met straffen en alle
vormen van onheil?
In de lezingen van vandaag zitten we met dezelfde
tweestrijd. In de eerste lezing schildert Jesaja een bijzonder
hoopvolle toekomst. In het evangelie spreekt Johannes zijn toehoorders
aan als “addergebroed”. En hij dreigt ermee dat iedere boom die geen
goede vruchten draagt brutaal zal worden omgehakt en in het vuur
geworpen.
Jesaja zat samen met zijn getrouwen stilletjes te dromen
op de heilige berg van Sion. Het huis van koning David, de zoon van
Jesse, was op sterven na dood. De stam van Jesse was één van de
geringste van de twaalf stammen van Israël. Maar, precies uit die stam
ziet Jesaja een nieuwe twijg ontspruiten. En in een visioen ziet de
profeet daar de komst van een nieuwe koning, een messiaanse koning nog
wel.
Het visioen bestaat uit drie delen. Eerst wordt de verwachte
koning bekleed met Gods Geest. Die bezorgt hem wijsheid en verstand,
raad en heldenmoed, liefde en ontzag voor de Heer. Dan wordt het beleid
van de koning geschetst. Het wordt gekenmerkt door gerechtigheid en
trouw. Vooral verwacht men van de nieuwe koning dat hij de zwaksten zal
beschermen, de kleinsten recht zal verschaffen.
Tenslotte volgt een
idyllische beschrijving van de paradijselijke vrede die het gevolg zal
zijn van het beleid van die Messias. Er is om te beginnen vrede tussen
de dieren: wolf en lam, panter en geit, kalf en leeuw, ze leven
vreedzaam samen. Dan is er ook vrede tussen dieren en mensen: een
kindje kan veilig spelen bij het nest van een slang. En, het
hoogtepunt: er is ook vrede tussen de mensen onderling. Niemand doet
nog kwaad en de hele aarde is vervuld met liefde tot God.
Natuurlijk
is dit een droom, een visioen. En een realist zal daarop zeggen: mooi
en poëtisch geformuleerd, maar eigenlijk is het prachtige onzin.
Alhoewel: hebben figuren als Martin Luther King, Nelson Mandela,
bisschop Romero dat soort droom niet voor een stuk waargemaakt? Het
visioen van Jesaja is vooral een droom van hoop en verlangen naar
diepe, blijvende vrede.
Helemaal anders spreekt dus Johannes de
Doper in het evangelie. Hij roept de mensen op tot bekering en dreigt
met allerlei straffen en kwalen als ze niet op zijn oproep ingaan. Hij
zet iedereen aan om goede vruchten voort te brengen die een nieuw leven
waardig zijn. Hij voorspelt ook de komst van de Messias, maar voegt er
meteen aan toe dat die niet zomaar komt, dat we zijn komst moeten
voorbereiden en als het ware verdienen.
Wat is nu de beste
methode: beloven of dreigen? Een mooie toekomst voorspiegelen of
waarschuwen voor straffen en kwalen? In de opvoeding hebben wij
allemaal wel eens de twee methoden gebruikt. En allebei met én zonder
veel resultaat. Eigenlijk kan het ene niet zonder het andere.
Welzijnszorg
bespeelt ook de twee snaren. Enerzijds is er het geloof, de hoop dat de
toekomst wel degelijk mooier kan zijn dan het heden. Dat mensen die nu
in de verdrukking zitten inderdaad meer kansen kunnen krijgen.
Anderzijds is er de overtuiging dat daarvoor actie moet worden
ondernomen. Welzijnszorg spiegelt ons een doel, een project voor, maar
geeft ons tegelijkertijd een opdracht. De advent is trouwens niets
anders.
De oproep die wij krijgen ligt vervat in dat grote, zware
woord: solidariteit. Al te gemakkelijk versmallen wij dit woord tot een
geldelijke bijdrage. We duiken eens in onze portemonnee, wellicht wat
dieper dan anders, en we zijn weeral gerust. We hebben onze bijdrage
geleverd.
Maar solidariteit heeft vele gezichten, zegt ook de titel
van deze viering. We komen er niet vanaf met een potje medelijden met
die arme sukkelaars, die we dan maar vlug een aalmoes geven.
Solidariteit veronderstelt ook dat we het lot, de levenswijze en
omstandigheden van andere mensen proberen te begrijpen. Dat we ons er
trachten in in te leven.
Het gaat niet op volgende week een briefje
in de schaal te leggen en intussen verder te gaan met openlijke kritiek
en misprijzen op de mensen voor wie wordt ingezameld. De manier waarop
we over mensen denken en spreken is misschien veel belangrijker dan
onze geldelijke bijdrage. Echt solidair zijn met mensen is proberen met
hen mee te leven, mee te voelen, mee te hopen.
De vormelingen hebben
vandaag in hun viering een andere eerste lezing dan die van Jesaja. Zij
luisteren naar een waar gebeurd verhaal, waarover het nieuws op de
radio enkele jaren geleden berichtte. De gebeurtenis speelde zich af in
de Verenigde Staten. Een klas jongeren bereidde zich daar in de maand
juni voor op de Graduation Day, de dag van de plechtige
diploma-uitreiking. In Amerika is dat een groot feest, waarbij iedereen
nieuwe, dure kleren koopt. Gemiddeld wordt er zo een 750 euro aan
gespendeerd.
Maar één van de jongens uit die klas – Ernie heette hij
– wilde niet naar het feest. Hij had in januari leukemie gekregen en
door de chemokuur was hij helemaal kaal geworden. Alle aanmoedigingen
van zijn ouders en leerkrachten hielpen niet. Hij wou niet naar het
Graduation feest.
En wat gebeurde? Twee dagen voor de grote dag ging
de hele klas naar de kapper. Ze lieten zich allemaal volledig kaal
scheren. Ernie ging naar het feest.
In het hele radiobericht
daarover werd nergens het woord solidariteit gebruikt. En toch was het
er een sprekend voorbeeld van…
Beloven of dreigen? (2007)
A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars