OPENINGSWOORD
Lieve mensen, welkom op deze tweede zondag van de advent, de periode van vier weken waarin wij ons voorbereiden op de geboorte van de Verlosser. Het is een tijd van bekering. Ons wordt de mogelijkheid gegeven een nieuw leven te beginnen, omdat er ook iets nieuws gaat komen. Johannes de Doper roept luid en duidelijk in het evangelie tot de mensen, dat zij vruchten van bekering moeten voortbrengen.
Wetenschapper en filosoof Ervin László heeft een boek geschreven dat heet “Het chaospunt”. We staan - zo zegt hij - op een kritieke tweesprong: of we keren het tij en redden de aarde en daarmee onszelf. Of we gaan over het kritieke punt heen en er is geen weg meer terug. Het is te laat.
Kan de aarde nog gered worden? Ervin László wijst op een recente studie, die aantoont dat als we 1,5% van de Sahara bedekken met zonnecollectoren we voldoende energie kunnen opwekken voor héél Europa. En de kosten hoeven niet eens zo heel hoog te zijn. Waarom doen onze regeringen het dan niet? Omdat ze bang zijn zelf inkomsten mis te lopen!
Egoïstisch? Ja! Dom? Zonder meer! Maar zijn we zelf beter? Nee, zeker niet! Iedereen weet dat het niet goed is om te veel te eten, te veel te drinken en te roken, om te weinig te bewegen, om te laat naar bed te gaan. Wij weten allemaal dat wij eigenlijk iedereen moeten vergeven, iedereen naar vermogen moeten helpen. We weten dat wij iedere dag zouden moeten bidden, in de bijbel lezen, iedere zondag naar de kerk gaan zonder ook maar één keer over te slaan. Maar de een doet dit niet en de ander doet dat niet. Daar lijden wij zelf onder en vaak ook anderen. Een beetje zelfkritiek moet kunnen: we zijn soms een beetje egoïstisch, dom en eigenwijs, net als onze regeringsleiders, ik als pastoor niet minder.
Vragen wij God dat Hij ons helpt om ons te bekeren, niet uit vrees dat wij anders als bomen worden omgekapt en verbrand - zie het evangelie - maar omdat het beter is voor onszelf èn voor anderen.
OPENINGSGEBED
Laat ons bidden. God, Gij roept uw volk op de paden recht te maken en de weg te effenen voor uw komst. Wij vragen U: laat onze bekering vrucht dragen; maak ons waakzaam en vol ijver opdat uw Rijk zou komen. Door onze Heer Jezus Christus, uw Zoon … . Amen.
PREEK
Broeders en zusters, in de eerste lezing van vandaag beschrijft de profeet Jesaja een schitterend visioen dat hij heeft gehad. “Een twijgje zal ontspruiten aan de stronk van Isaï, een scheut aan zijn wortels zal vruchten dragen”. Dat betekent dat er iemand uit het volk zal voortkomen. Iemand die vol zal zijn van de geest van de Heer. Hij zal de geest van wijsheid en verstand hebben, de geest van raad en heldenmoed, de geest van liefde en vreze des Heren. En… hij zal geen oordeel vellen naar uiterlijke schijn.
Wat zou het beter gaan met ons kleine Nederland als wij zulke regeringsleiders hadden, inderdaad. Maar laten wij eerst naar onszelf kijken: wat zou het beter gaan met de Nederlandse Kerk, met de Velsen-Noordse Kerk, als wij ons allemaal lieten bezielen - de pastoor voorop - door diezelfde heilige Geest. Want daar gaat het om: de heilige Geest van God, die Jezus Christus heel zijn leven lang bezielde, kunnen wij krijgen - hèbben wij door de sacramenten in feite al gekregen - als wij er echt naar verlangen, als wij God duidelijk maken, dat wij overeenkomstig die geest willen spreken en denken, leven en werken. Er zou dan inderdaad een ideale tijd aanbreken. De profeet Jesaja zegt het zo: “Dan huist de wolft bij het lam, vlijt de panter zich neer naast het geitje”, dus… iedereen zou in vrede leven met iedereen, want we laten ons niet meer leiden door onze eigen geest, onze eigen verlangens en begeertes - die dikwijls in strijd zijn met die van andere mensen - maar we laten ons leiden door de Geest van God, die het geluk van ieder van ons èn van ons allen samen als doel heeft.
Eén van de krachten van die geest was dat hij geen oordeel zal vellen naar uiterlijke schijn. Hoe bekijken wij andere mensen? Wij kijken uit welk milieu mensen komen. Wij kijken of ze netjes gekleed zijn. Of ze er leuk uitzien, aantrekkelijk zijn. Wij bekijken ze op hun seksualiteit. Wij kijken of ze intelligent zijn, blij, grappig. En ja, wij kijken of ze lief zijn, lief omgaan met andere mensen. Veel van deze zaken betreffen de buitenkant van de mens. De buitenkant, die zo bedrieglijk kan zijn, die zo weinig zegt over wie we werkelijk zijn. In de reclamewereld gaat het alleen maar over de buitenkant: mooie, snelle auto’s, grote, prachtig gelegen huizen, de modernste keukens, de nieuwste mode, de heerlijkste zalfjes en geurtjes… omdat je het waard bent!
Wordt onze wereld beter van ons vooral consumptieve gedrag? Van onze strijd om carrière te maken? Het is ergens een troost - een schrale troost weliswaar, maar toch - dat niet alleen de kerken leger worden, maar dat ook allerlei verenigingen, die alleen maar kunnen bestaan bij de gratie van de vrijwillig(st)ers in deze moderne tijd in problemen komen. Wij leven in een ik-tijd. De vervulling van het eigen ik staat voorop, heeft prioriteit, en als wij kijken naar anderen, beoordelen wij die vaak op de buitenkant.
In de tweede lezing van vandaag zegt de grote apostel Paulus dat God ons - naast volharding en vertroosting - ook de geest van eensgezindheid schenkt. Paulus spreekt over een eensgezindheid in de geest van Jezus Christus. Dat wil niet zeggen dat wij een enquête houden om te kijken hoe de meeste mensen denken over allerlei zaken om vervolgens iedereen vriendelijk, maar ook dringend te adviseren zo te denken, want dan is er de grootste eenheid onder ons, nee, ware en blijvende eensgezindheid kan er alleen zijn als allen het gedachtegoed van Jezus Christus overnemen. Het is eigenlijk ook niet meer dan logisch dat wij als schepselen, als kinderen, luisteren naar onze hemelse Vader en naar onze grote Broer, Jezus Christus.
De adventstijd is een tijd om onszelf weer eens onder de loep te nemen: wat is goed in mijn leven en wat niet? Wat zou ik kunnen en eigenlijk ook móéten veranderen!? Wij moeten weer wat goede voornemens maken. Ja, inderdaad, voor de zoveelste keer gaan wij het proberen, maar de aanhouder wint.
Ben Tiggelaar is in de managerswereld een bekende goeroe. Iemand, die mensen helpt hun leven te veranderen, zowel persoonlijk als bedrijfsmatig. Hij zegt, dat het kan helpen als wij onze goede voornemens anders formuleren. Je kunt je voornemen om te gaan afvallen. Maar dat is een negatieve formulering. Je denkt alleen maar aan al die kilo’s die je via een moeizame strijd met jezelf moet zien kwijt te raken. Ben Tiggelaar zegt, dat je ook het voornemen kunt maken om beter voor jezelf te gaan zorgen. Je gaat allemaal dingen doen, die goed zijn voor jezelf. En, zegt onze vriend Ben, je mag ook jezelf belonen als iets een tijdje gelukt is. Dat laatste heb ik zelf ook nog nooit gedaan. Ik heb het gistermiddag gelezen. Ik ga vandaag bedenken hoe ik beide inzichten in mijn leven een plaats kan geven: niet slechte dingen nalaten, maar positieve doelen formuleren; en mezelf belonen als het me lukt.
Johannes de Doper houdt ons in het begin ook een positieve boodschap voor: het Rijk der hemelen is nabij. De prijs in de postcodeloterij is momenteel €25,8 miljoen. Heel wat mensen zouden een gat in de lucht springen als ze zouden winnen. Eigenlijk moeten wij nog veel hoger springen, omdat het Rijk Gods er aan komt. De kans dat wij de prijs winnen van de postcodeloterij is uitermate klein, hoezeer we het ook verlangen. De kans dat het Rijk Gods komt is 100%. Succes gegarandeerd! Al willen wij het niet, dan komt het nog. Maar dan zullen wij er geen deel aan krijgen. Laten wij er wel naar verlangen. Laten wij er aan meewerken. Formuleren wij in deze adventstijd goede doelstellingen. Laat niets na, maar ga wat goeds doen: ga wat meer bidden; ga wat eenzame mensen bezoeken; lees eens een mooi boek. En stel jezelf een beloning in het vooruitzicht als je het hebt gedaan. Jezus doet dat ook. Als wij het goede doen zal Hij ons steunen en zullen wij eens bij Hem in de hemel mogen komen.
SLOTWOORD
De Blijde Boodschap is dat het Rijk van God gaat komen. Een van de vele goede trekken van dat Rijk is de onderlinge eensgezindheid. Nu bestaat er een goede en een verkeerde eensgezindheid. Een verkeerde is dat jij voelt dat je iets zus of zo moet doen, maar ja, de meeste mensen in de familie, op je werk, de meeste klasgenoten houden er een andere mening op na. Als jij je dan aanpast, omdat je bang bent dat je eruit zal liggen, dan is dat een verkeerde eensgezindheid.
Wat wij dan moeten doen is Jezus om kracht vragen om onszelf te kunnen blijven. Kracht om vrij en blij door het leven te kunnen gaan. Dat is voor een mens een heel grote rijkdom: vrij en blij door het leven kunnen gaan.
Maken wij voor deze adventstijd enkele goede voornemens, zodat wij nieuwe mensen kunnen worden. Proberen wij tegelijkertijd toch onszelf te blijven.