Jezus zoekt mensen op aan de rand

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Jezus houdt van mensen. Hij is altijd bij de mensen. Hij zoekt hen op, zij zoeken Hem op. Wie zijn ze? Officieren van het leger, belastingsambtenaren, moeders met kinderen, weduwen, vissers, bedelaars, blinden, schriftgeleerden, intellectuelen… Hij ontwijkt niemand die Hem zoekt, Hij weigert geen enkel contact. Hij selecteert zijn publiek niet. Hij is van Jan-en-alleman. Hij is vrij voor wie Hij tegenkomt. Hij verovert de har­ten van de mensen, door de ontvankelijkheid waarmee Hij ze tegemoet gaat. En Hij laat zich inpalmen en ont­wapenen, bij voorbeeld door de Syro-Fenicische vrouw, die net zo lang aandringt totdat Hij doet wat zij vraagt: een wonder, haar dochtertje genezen…

Maar Hij probeert de menigte, de massa te ontwijken. En als ze Hem koning willen maken, dan trekt Hij zich terug, op een eenzame plaats, om alleen te zijn en te bidden.

Hij kan in vuur en vlam staan, ontroerd zijn om mensen, wie en hoe ze ook zijn: armen zowel als rijken. Hij was van niemand vies, en voor niemand te goed.

Wie zij ook zijn, Hij gaat er recht op af, en vraagt: Wie ben je, waarom lééf je, - of waarom leef je niét? En Hij zegt: je moet opnieuw geboren worden - het is voor jou, dat koninkrijk van God waar Ik altijd over vertel, dat nieuwe begin; voor jou, met al je piekeren en zwoegen en zweten, en ook voor jou, met al je geld en prestige en macht - als je tenminste arm wilt worden, klein, zwak zoals een kind. Als je jezelf wilt herkennen in de minsten van de mensen, en hun broer of zus wilt zijn. En zo, verre van naïef te zijn of goedgelovig, (want Hij wist wat er in de mensen is, zeggen de evangelisten!) kwam Hij op, als een vriend, als een broer, als een lot­genoot, voor al die arme, petieterige, doodgewone men­sen die wij zelf ook zijn. Zoals wij vandaag ons moeiza­me kleine leven leiden, zo neemt Hij ons voor lief, en spreekt ons aan, en heeft aandacht en ontzag en een barmhartig hart voor de zwaksten.

Het evangelie getuigt over Jezus vooral dat Hij zich heeft vereenzelvigd met de kleinste mensen. Van af het begin, als pasgeboren kind reeds, is Hij omringd door ‘uitschot’, het “schorremorrie” (ossen en ezels, betekent dat letterlijk in het Hebreeuws). Mensen die terzijde zijn geschoven, armen, ontroostbaren, mensen die gebogen lopen onder zwaar verdriet, zoeken Zijn nabijheid.. Hij weert hen niet af, maar kiest ervoor, om in hun dienst te staan. Het lijkt wel of die keuze voor Hem volstrekt vanzelfsprekend was. Wél heeft Hij ooit als bekoring gehad om een andere, een veel veiliger weg te gaan, veel gemakkelijker.

Maar Hij heeft die bekoringen doorstaan, en gaan-de­-weg is Zijn weg die geworden van een dienstknecht, de weg van de kleinste, de minste van allen.

Voor een aantal mensen die Hem hebben meegemaakt, moet Hij onweerstaanbaar zijn geweest. Die nieuwe wereld waar Hij over sprak was Hij zelf, in levenden lijve: een voorgoed begonnen begin… Zij die achter Hem aan liepen omdat Hij hun ziel had geraakt, wisten voortaan ondubbelzinnig en met een zekerheid die als een kracht van Hem uitging, wat zij moesten doen. Zij hoefden enkel maar de armen, de mensen-in-de-rand lief te hebben, zoals Hij. Zij hoefden alleen maar te leven voor dat enig noodzakelijke, en al de rest zou hen erbij gegeven worden.

En zij moesten dat nu doen, en niet eerst nog iets anders…

Er zijn er geweest die het verstonden, en die de weg gegaan zijn, met Hem als gids. Ze wisten nauwelijks waar ze aan begonnen en waarom. Ze wisten allen: er is voor mij niets anders te beginnen; ik heb geen ander te verwachten. Dát was hun enige reden om Hem te vol­gen. Een betere reden is er niet. Zijn er alleen in het verre verleden zulke mensen geweest? Er zijn er nog, tot op vandaag.

Soms breekt dat visioen in mensen door, onstuitbaar, niet tegen te houden. Zoals een kind onstuitbaar wordt geboren, en niet meer terug kan in de veilige moeder­schoot. Die geboorte van nieuwe mensen, met horten en stoten, en de pijn (de weeën) die dat kost: daarvan staat in het evangelie te lezen. En als je goed leest, dan weet je: dat jij de mens bent tot wie gezegd wordt: “Keer je leven om, want als je niet opnieuw geboren wordt, zul je die nieuwe wereld van God nooit zien"… Kom achter mij aan, zegt Hij… De tijd van leven die je gegeven wordt zal volstromen. Het zal voortaan altijd nu zijn, en je zult een leven te kort komen voor al die onverwachte naasten, broers en zussen in nood. Je zult nooit meer doelloos en zinloos zijn.
Je leven zal vervuld zijn…

Zoeken in Preken Online