Wat is er fout gegaan?

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Moeder kon erg goed handwerken, en je zag dat ze er ontzettend veel plezier in had. Soms, op een zondagmiddag, wanneer we bij elkaar waren, en ik zat zo stil naar d’r te kijken, dan merkte je dat. Het ging ook wel eens mis. Dan werd ze onrustig. Op de vraag: “Wat is er aan de hand?”, zei ze: “jij toch ook met je geklets, nou heb ik een fout gemaakt.” Ik antwoordde dan met mijn lekenoog: “Och laat dat maar zitten.” “Nee”, zei mijn moeder, “ik moet kijken waar het precies zit, waar ik me verteld heb. Want als ik dat nu laat zitten, klopt het in het einde helemaal niet meer. De kleine fout nu, wordt straks een grote!”

Waar ging het verkeerd? Dit beeld schoot mij te binnen, toen ik me voorstelde hoe Johannes bezig was aan de Jordaan. Het is alsof hij de mensen die naar hem toeko­men, mee terugneemt, terug naar het begin. Alsof hij tegen ze zegt: ga eens met me mee en laat ons eens kijken, waar alles begonnen is en waar het later fout ging.

De Jordaan. De grensrivier tussen woestijn en beloofde land, de grensrivier tussen sla­vernij en vrijheid. Wat hadden ze niet met z’n allen verlangd om te komen in het land aan de overzijde waaraan God zijn beloften had verbonden. Met geweldige plannen zijn ze er binnengetrokken. Iets daarvan klinkt nog door in de lezing van Jesaja. We maken een land, waar koe en beer, lam en leeuw met elkaar kunnen huizen, zonder elkaar te verslinden. Als we in onze dagen spreken over pluriformiteit en multiculture­le samenleving, dan hebben we er hier een staaltje van.

En toch, ondanks al die plannen is het misgegaan, ergens ooit! En nu Johannes optreedt, is daar een maatschappij met weinig rijken en veel armen; weinig gezonden en veel zieken; met weinige groten en zeer vele kleinen; met weinig vrijheid en veel onderdrukking. Een maatschappij, waarin met Johannes zeer velen zagen hoe ver­keerd dat was, en waarin een groot verlangen bestond om het anders, beter te doen. En die mensen kwamen naar de Jordaan om met Johannes te zien: “waar is het fout gegaan?” Johannes zegt dan: de vrijheid die je zo verlangt, is geen kwestie van met je zwaard volkeren voor je uit jagen, zoals de eerste keer. Vrijheid is geen kwestie van een koning die het allemaal regelen zal, want je weet toch hoe het afliep met de koningen van Israël! En je ziet het om je heen met al degenen die in macht zijn gesteld. Vrijheid is een kwestie van mentaliteit, van het hart. En nu ik met jullie spreek over bekering, dan heb ik het over bekering-tot-vrijheid, zegt Johannes. Dat heeft alles met je hart te maken en niet met het zwaard, het heeft alles te maken met de oorspronkelijke bedoeling.

Wij staan vandaag met Johannes aan de Jordaan, de grensrivier, verlangend naar de vrijheid van het beloofde land. Waar zijn we vandaan gekomen? Zijn wij bereid, u en ik, in ons leven de slavernij op te zoeken waaruit we weg willen? Zijn we bereid ons­zelf vragen te stellen over dat gedeelte van ons leven waar we onderdrukking ervaren? Onderdrukt misschien door onze eenzijdige kijk op de andere mensen. Gebiologeerd door onze eenzijdige kijk op wat goed is en slecht. Getiranniseerd misschien door onze ziekte of handicap die zoveel energie kost dat we er slaaf van worden. Onderdrukt door het kleine bezit of door onze eigen mening die de enige juiste is, vinden we. En zodoende zijn we doof geworden en blind om de andere kant van de medaille te zien. Kortom: zijn we bereid onze kleine slavernij op te zoeken in het naaldwerk van ons leven? Als we die gevonden hebben, dan weten we in ieder geval waaraan we bevrijdend zouden kunnen werken. Dat is mentaliteitsverandering.

Zoals het joodse volk voor de grensrivier stond, zo komt ieder van ons vroeg of laat te staan voor die drempel: Blijf ik waar ik ben? Blijf ik mijn mening houden? Blijf ik zo tegen mijn buurman of buurvrouw aankijken? Blijf ik zo negatief de situatie van het ogenblik beoordelen? Of kom ik over die drempel heen, kies ik voor de ruimte? Kies ik voor de andere kant van de medaille? Kies ik voor het relativeren van mijn eigen mening? Ben ik bereid om meer te kijken naar wat ik en anderen kunnen, dan naar wat ik of anderen niet kunnen? Dat inzicht zal mij vrij maken. Vrij om te doen wat ik kan, en vrij om niet te hoeven wat ik niet kan. Een moeilijk proces. Veertig jaar of lan­ger hebben de joden er over gedaan. Wij zijn niet beter. Heb geduld, misschien meer dan St. Jan die spreekt over de bijl aan de wortel van de boom…

Zoeken in Preken Online