Knotwilgen (2001)

A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars

Beste mensen,

Wie al eens is gaan wandelen is drassige gebieden,
Moet ze zeker al eens gezien hebben,
Die vreemde bomen die bijna maar bestaan uit een stam
En daarbovenop een dikke bol
Waaruit in alle richtingen twijgen omhoogschieten…
De knotwilg is dé boom bij uitstek
Om het overtollige water uit de grond te zuigen.

Misschien weten jullie ook dat een knotwilg niet natuurlijk zo bestaat…
Om daartoe te komen,
Moet de boom op een zeker ogenblik gewoon afgezaagd worden.
De groeikansen van de boom worden ingeperkt,
Zodat de bodem waarop hij leeft,
Gezond zou kunnen zijn…
En dan krijgt de wilg zijn naam geleidelijk aan…
Ieder jaar opnieuw wordt hij ingeknot,
Ieder jaar opnieuw worden zijn groeikansen aan banden gelegd.
Het enige wat groeit, is de knot zelf.
En het jaar erop is er op die grote knot
Plaats voor nóg meer jonge twijgen…

De eerste lezing vertelt ons van de dode stronk,
Het restje stam waarop opeens een twijg ontspruit…
Het beeld gaat zo op voor onze kerk…

Een ouwe mastodont van een boom,
Die veel te log geworden is,
Die veel te veel zon wegneemt,
Die de andere bomen misschien verstikt…
Die volgens Johannes
Zelfs misschien geen goede vruchten draagt…
En dus is ze omgehakt.
De Kerk wordt geleidelijk aan neergehaald.
Er wordt heftig op onze paus ingekapt,
Priesters worden langs alle kanten verdacht gemaakt,
Ouders zitten ermee verveeld als hun zoon denkt aan priester worden.
De grote mastodont van de Kerk wordt omgehakt.
En als het er inderdaad gaat op lijken dat heel de boel aan het uitbloeden
is,
Dat de laatste restjes hars nog blijven kleven om langzaam aan ook op te
drogen,
Dan schiet er opeens een twijg recht.
En regelrecht symbool van protest,
Een teken van leven,
Zelfs vanuit de dood.
Hier en daar staat een gelovige op
Om radicaal te kiezen voor het leven op die dode stronk.
En Christus roept ons op om er ook in te geloven!
Verrijzenis is de overwinning van het leven op de dood.
Een nieuw, fris en fleurig leven,
Niet diezelfde stronk maar wel erop geënt
En flexibel en weerbaar.
Dat kleine, luttele twijgje
Is een teken van leven waar je niet omheen kunt kijken.
Dat sprietje leven bewijst
Dat de wortels van de mastodont
Nog steeds voeding uit de aarde halen.

Die kleine scheut is een oproep voor elk van ons,
Om ook mee te kiezen voor dat leven,
Om ons ook te gaan enten op die stam van ons geloof.
En elke keer dat er flink in gehakt wordt,
Elke keer dat onze geloofwaardigheid wordt ingeknot,
Mogen we weten dat onze knot dikker wordt,
Dat er plaats is voor nog meer mensen,
Dat we na de winter
Opnieuw zullen mogen opschieten.

Als we ons laten enten op die stronk,
Waar we misschien zelfs niet veel leven meer in zien,
Dan staat ons een toekomst te wachten
Waarin kind en leeuw samen zullen spelen,
Koe en berin vriendschap sluiten,
Een kleintje zonder gevaar eventjes de adder mag gaan aaien.
Het laatste beeld is:
Dan zal de hele aarde vervuld zijn met liefde tot God
Zoals de zeebodem bedolven is onder het water.

Beste mensen,
Het mag voor ons een uitdaging zijn om tijdens deze advent
Op zoek te gaan naar die stam,
Om te onderzoeken of het geen knotwilg is met daarop een plaats voor ons…\

Zoeken in Preken Online