De evangelist Matteüs stelt ons vandaag de hoofdpersonen voor die een grote rol zullen spelen in zijn evangelie. Daar is vooreerst Johannes de Doper. In deze figuur zien we heel het oude testament terug. Alle hoop die er leefde, de verwachting. Alle twijfels ook, onmacht, zondigheid en zelfs wraakzucht, want hij ziet Jezus met de wan in zijn hand.
Dan het joodse volk. Zij worden hier afgeschilderd als de armen van geest. Zij laten zich van harte dopen. Zij zoeken en hopen dat hij het is, die komen moet. Zij staan open.
Heel duidelijk daartegenover staan de mensen, die menen er te zijn. Matteüs noemt hen de farizeeërs en Sadduceeërs. Zij zeggen: we hebben Abraham als vader, dus wat kan hen gebeuren.
En tenslotte Jezus, de hoofdpersoon, die komt dopen met de heilige Geest, die machtiger is dan Johannes, de persoon over wie het hele evangelie gaat, met wie het rijk der hemelen komt. En Johannes laat ons duidelijk weten: bekeert u, want het rijk der hemelen is nabij.
Wij moeten ons bekeren. Eigenlijk horen wij dit ook wel eens zeggen door goed willende jongeren. ‘Het moet allemaal anders’, zeggen ze. ‘Jullie hebben er een grote troep van gemaakt’, ‘Het is een mooie wereld, waar jullie ons op hebben gezet’, zeggen ze. En een oudere, die hier niet kwaad om wordt, maar er wel een beetje voor open staat, zal dan antwoorden: ‘Ja, jullie hebben gelijk: het is ons niet zo best gelukt; proberen jullie het beter te doen’.
Eigenlijk betekent dit hetzelfde als de oproep tot bekering van Johannes. Het moet allemaal anders. Maar hoe? Matteüs bedoelt met dat rijk der hemelen heel zeker: een menselijke samenleving, waarin alles is zoals het volgens de Schepper zou moeten zijn. In dat rijk zijn alle dingen werkelijkheid, die voor ons nog een droom zijn. Daarin is vrede. Dat wil zeggen: daarin leven mensen die elkaar vergeving schenken, en wel van harte. Ook als dat heel moeilijk is. In dat rijk leeft het ideale gezin, waarin man en vrouw elkaar gelukkig maken, waarin ouders er voor hun kinderen zijn, en waarin jongeren de vreugde van hun ouders zijn.
In dat rijk wordt aids niet alleen genezen, maar ook voor-komen. Daarin worden hart- en vaatziekten niet alleen genezen, maar ook voorkomen. Daarin wordt kanker niet alleen genezen, maar spant iedereen zich in om het te voorkomen.
In dat rijk wordt met het milieu veel zuiniger omgegaan dan wij tot nu toe deden. In dat rijk zien wij de zon en de dieren en de planten niet als ondergeschikt aan de mens, maar als onze broeder en zuster.
Maar dan hebben die jongeren gelijk, net als Johannes: dan moet er heel veel radicaal anders…
Bekeert u, want het rijk der hemelen komt
A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars