Het gebeurde vrij vlug bij het ontstaan van de eerste gemeenschappen van christenen dat de mensen die in het voetspoor van Jezus probeerden te leven ‘mensen van de weg’ werden genoemd. ‘Onderweg’ zijn we allemaal, of we nu gelovig zijn of niet, jong met een toekomst voor ons of ouderwordend in de avond van ons leven. ‘Onderweg’ ben je altijd, van gisteren naar morgen, van de mens die je vandaag bent naar de mens die je worden kunt. Je kan dit onderweg zijn ook’ groeien’ noemen. Hierin ligt de dynamiek van heel je bestaan. Het bezorgt je vreugde én pijn, maar zonder dit op weg gaan kan je nooit iets bereiken of ergens aankomen, kan je nooit veranderen en gelukkig worden.
De tweede zondag van de advent bedoelt het zelfde wanneer er sprake is van ‘je bekeren’ en ‘vruchten voortbrengen die passen bij bekering’. De lezingen nodigen je uit om op stap te gaan naar de mens van Gods dromen en te bouwen aan een betere wereld dan deze die je soms meemaakt. Ook dit op weg gaan is belangrijk. Jesaja tekent zelfs een utopische werkelijkheid voor je uit die onze menselijke verwachtingen ver te boven gaat: een lam huist bij een wolf, een koe naast een berin en een zuigeling speelt bij het hol van een adder (v.6-8). Ligt deze droom wel binnen ons bereik? Om deze vraag te beantwoorden en wegwijs te geraken in de wirwar van de tijd en van je eigen leven, heb je gidsen nodig. Zoniet, dan loop je verloren ofwel vervaagt je perspectief en riskeer je ontmoedigd te" geraken. Een ontmoeting met Johannes de Doper kan in die zin heel verrijkend en hoopgevend zijn. Hij staat ook dit jaar langsheen de weg naar Kerstmis toe. Aan jou om hem te aanhoren en je door hem te laten leiden.
Als je het evangelie van deze tweede adventszondag leest, dan treft de sterke gelijkenis tussen Jezus’ prediking en deze van Johannes. Je waant je aan het einde van Zijn zendingsopdracht, wanneer Hij oog in oog staat met de Joodse religieuze leiders. In de Jordaanstreek wordt de Doper met dezelfde vooraanstaanden geconfronteerd en klaagt hij reeds nu hun schijnheiligheid aan. Het is niet omdat zij van Abraham afstammen dat zij vrijuit gaan. Dit is eerder het alibi waarachter zij zich verschuilen om hun zelfvoldaan gemoed niet te laten verstoren. Toch zullen ook zij zich moeten bekeren indien zij de Messias willen ontmoeten. Het is aan hen om andere mensen te worden, die het waard zijn om Hem te ontvangen. Volgens Johannes dringt de tijd, want het wachten is voorbij. Straks zal Hij in hun midden staan: de man die de kleinen recht verschaft en de gerechtigheid als een gordel om de lenden draagt. Hij zal de eerste zijn die niet meer zondigt, die niemand nog kwaad doet en de heilige berg van God in ere houdt. Wat bij Jesaja nog aankondiging is, is voor de Doper reeds aangebroken en draagt in zich reeds het vooruitzicht van een miskenning en een negatieve ,afloop.
Wanneer wij echter in de advent naar Johannes luisteren dan is het omdat hij ons oproept om een stap verder te gaan dan de mens die we vandaag zijn en om evenmin vrede te nemen met de wereld zoals wij deze nu beleven. Hij doet ons vooruitkijken, zodat we beseffen welke weg nog voor ons ligt en we de moed vatten omstap voor stap het nieuwe in en rondom ons te laten groeien. Als man Gods laat hij ieder van ons in een spiegel kijken, zodat wij niet alleen de afstand zien tussen wat is en wat kan, maar opdat wij een zicht krijgen op de groeikansen die in elk nu-moment verborgen zitten. Zo wordt ook in ons leven iets van de harmonie zichtbaar waarover Jesaja zo mooi schrijft in de eerste lezing. Hij is er bovendien van overtuigd dat deze uiteindelijk Gods werk zal zijn, een geschenk bij de komst van Zijn Messias. Waarom zou dit zich niet kunnen herhalen in jouw leven? Is dat juist niet advent beleven, dat je de komst van de Heer verwacht, omdat je gelooft dat Hij je denken en je doen, je willen en je proberen dichter bij elkaar brengt?
Gebeurt dit dan vanzelf? De harde en de duidelijke taal van Johannes laat hierover geen twijfel bestaan: zolang de weg van de Heer niet bereid wordt en zijn paden niet worden recht gemaakt, kan Hij niet komen. Een bekering van het hart die doorwerkt tot in het dagelijkse leven is voor hem onontbeerlijk. Hoe doe je dat en wat houdt het in ? Wellicht is het ook jouw ervaring, zowel met jezelf als met anderen, dat je niet zo vlug vanbinnen verandert of een nieuwe houding aanneemt. De radicaliteit van de Doper doet ons enigszins huiveren. Vaak voltrekt de ommekeer zich slechts langzaam en gaat deze gepaard met een heel groeiproces. Je botst niet één keer op je kleine kanten, maar meermaals. Je blijft de mens die je bent en toch kan je verderop geraken. Een eerste belangrijke stap daartoe is dat je durft te ‘zien’ waar en op welke wijze je onder de maat van de liefde en van het echte menszijn bleef. Juist deze eerlijke kijk op zichzelf misten de Farizeeen en Sadduceeën die naar de Doper kwamen luisteren. Zij waren verblind in zichzelf en keken minachtend neer op hen die in hun ogen zondaars waren. Een tweede stap in dit bekeringsproces is het uitspreken van wat niet goed was, zoals ook de vele mensen deden die zich door Johannes lieten dopen. Het gebeurde n terwijl zij hun zonden beleden n(v.6). Misschien denk je hier onmiddellijk aan het sacrament van de verzoening met de bedenking erbij dat nog zo weinigen het doen. Dit is inderdaad zo, maar hebben wij ook in het dagdagelijkse leven niet verleerd vergeving te vragen? Durf jij je excuseren wanneer je iemand kwetste met je woorden? Kom je ervoor uit als jij je vergist hebt en zeg_ je aan de,- betrokken personen dat je een situatie verkeerd beoordeelde? Zoveel staat soms in de weg je trots, je gebrek aan inzicht, je gemis aan moed. Toch bindt het mensen aan elkaar als. je kan uitspreken wat je van de ander verwijderde. Vergeving vragen én vergeving ontvangen wordt daarom. wel eens één van de mooiste bouwstenen van de liefde genoemd, maar vaak is het een van de moeilijkste. Wie gelooft, probeert zich ook toe te vertrouwen aan God. Je aanvaardt dat Hij mee jouw levensweg uittekent en dat het voorbeeld van Zijn Zoon hierbij. richtinggevend is. Zo tracht je, met alles wat je bent en kunt, Zijn liefde voor jou te beantwoorden. Wanneer je tekort schiet als mens of te veel ingaat op wat jou aanbelangt, dan stel je Hem buiten of aan de rand van je bestaan en betrek je Hem minder in alles wat je doet. Ook hier is bekering noodzakelijk, ook dit is waard om uitgesproken te worden. De Advent nodigt jou elk jaar opnieuw hier toe uit. In het sacrament van de verzoening krijg je de kans om met je leven, hoe gekwetst of onaf het ook is, naar God toe te gaan. Niet om een negatieve balans op te maken van wat gebeurde, maar om dankzij Zijn barmhartigheid een stap dichter te zetten naar de mens die je worden kunt. Soms ontbreekt het ons aan geloof of hebben we niet de moed om dit te doen. Soms weten we niet goed waarheen. Toch is de belofte van Zijn komst met Kerstmis ook deze inzet waard. Zo stel jij een zichtbaar teken dat je Hem verwacht als Diegene die je kan omvormen en nieuw maken. Johannes de Doper wijst je ook hier de weg, wanneer hij in het evangelie getuigt: " Hij die na mij komt, is sterker dan ik, en ik ben niet waardig Hem van zijn sandalen te ontdoen" (v. I 1). Deze eenvoud van hart wensen we je toe.
Breng liever vruchten voort die passen bij bekering (2004)
A-cyclus · Advent · 2e zondag van de Advent · paars