Als je bezoek verwacht, bereid je je daar op voor.
Je zorgt ervoor dat het huis in orde is.
Je zorgt voor een hapje en een drankje.
Je maakt tijd en je kijkt vol verwachting uit.
Wie zó door het leven kan gaan, vol verwachting,
uitkijkende naar een komende ontmoeting,
is een gelukkig mens.
Als ik hier naast ons het rusthuis binnenstap,
dan zie ik er soms mensen zitten
die zonder beweging voor zich uit staren.
Zij reageren nauwelijks op een groet.
Het is duidelijk dat die mensen
niets of niemand meer verwachten:
geen bezoek, misschien zelfs
geen beterschap in hun situatie.
Wat een contrast met degenen
die wel op bezoek zitten te wachten
en die met vinnige oogjes
elke beweging in de gang in de gaten hebben…
In deze tijd van het kerkelijk jaar
hebben wij alle reden om vol verwachting uit te kijken.
Het is Advent.
In het latijn betekent dat letterlijk:
iemand komt naar ons toe, we krijgen iemand op bezoek.
En wij bereiden ons daar op voor:
wij plaatsen de adventskrans,
zondag na zondag ontsteken wij steeds meer kaarsen,
en zelfs de sfeerverlichting en de kerstmuziek
in de winkelstraten hoort er bij.
Als christenen kijken wij uit naar God
die naar ons toe komt.
Voor God zijn wij het nog altijd de moeite waard
om bij ons te komen.
Advent is een tijd van diepe vreugde,
een tijd van hoop en verwachting.
Wij genieten intens
van alles wat deze donkere dagen
kan doen oplichten en gezellig maken,
maar blijft het daarbij?
Gebeurt er ook iets van binnen in ons hart?
Is onze verwachting alléén gericht
op het uiterlijke (die mooie versiering en de sfeer)
of leeft die verwachting ook innerlijk?
Zijn wij op wel voorbereid op de komst van God?
Of is het zoals in de tijd van Noach en van de zondvloed?
De mensen waren toen bezig zoals altijd:
ze aten en dronken,
ze huwden en deden hun dagelijkse taken.
Maar de zondvloed hadden zij niet zien aankomen.
Jezus vertelt ons vandaag
dat het niet genoeg is om gewoon te leven
alsof er niets aan de hand is.
Leven, werken, uitgaan…
Dat alles heeft zijn plaats,
maar als het daar alleen bij blijft,
dan blijft het leven heel gewoontjes en oppervlakkig.
Dan heb je maar weinig bodem onder de voeten,
dan dreig je bij de eerste golfslag in je leven
al omver gesleurd te worden.
Het leven is niet zo alsof er ons nooit iets kan gebeuren.
Dat weten wij allemaal…
Wij beseffen hoe broos alle menselijk geluk is,
hoe snel onze gezondheid ondermijnd kan worden,
hoe weinig er soms moet gebeuren
om ons leven op zijn kop te zetten…
Is het dan niet de tijd om ons voor te bereiden
op de komst van Hij die ons oproept waakzaam te leven?
Die ons leven meer vervulling kan geven?
Bij de komst van de Heer
zullen er merkwaardige verschillen
tussen de mensen te zien zijn.
Zelfs bij twee mannen die op dezelfde akker werken,
of bij twee vrouwen die in dezelfde woning leven,
zal dat verschil tot uiting komen:
de éne zal verbitterd zijn
en de andere zal blij zijn omwille van Jezus.
De éne zal alléén maar aan zichzelf denken,
de andere zal bezorgd zijn om de mensen rond hem.
De éne zal wanhopig zijn,
de andere zal blijven vertrouwen.
Wie waakzaam leeft,
wie leeft in de verwachting van Gods komst,
die is elk ogenblik gereed
om Hem in zijn leven te ontvangen.
Het evangelie zegt ons
dat het komen van de Heer onverwacht gebeurt,
telkens weer.
God komt in de mens die je naaste is
en die op jou beroep doet:
omdat hij honger heeft…,
omdat hij ziek is…,
omdat hij vreemdeling is…,
omdat hij vriendschap en troost nodig heeft…
God komt tot ons in de mens
die je vraagt te delen met hem:
van je tijd, van je aandacht,
van je materiële overvloed misschien.
Dat is doen wat Jezus gedaan heeft!
Overal ter wereld leven mensen
die zich het lot aantrekken van hun medemensen.
Overal ter wereld vinden wij mensen
die zich niet terugplooien op zichzelf
maar er zijn voor anderen…
Die zich inzetten opdat allen het goed zouden hebben.
In hen wordt God mens.
Door hen wordt het elke dag Kerstmis:
God die aan het licht komt in mensen…!
1e zondag in de advent A (2004)
A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars