1e zondag van de advent A - 2004

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Zusters en broeders,

Met de eerste zondag van de Advent begint een nieuw liturgisch jaar. We lezen ook een andere evangelist: waar we vorige week nog uit het evangelie volgens Lucas lazen, zal Matteüs nu een jaar lang onze gids zijn op onze geloofstocht. Tegelijk vragen de bisschoppen onze medewerking aan het ‘Jaar van de liturgie’. Het is dus goed dat we ons vandaag, en ook de volgende weken en maanden, zo nu en dan bezinnen over onze gelovige, liturgische samenkomsten, waarvan de eucharistie de belangrijkste is.

Elke week komen we hier samen om God te vieren en te eren. Hij, die onze God is, die anders is, en die ons tegelijk zeer nabij is. Dat heeft Hij ons getoond in het leven, lijden, sterven en verrijzen van zijn Zoon Jezus. En we komen hier ook samen omdat we altijd onderweg willen zijn, als Godsvolk, omdat wij ons genodigd weten door onze God, omdat wij geroepen zijn, omdat wij geloven. Geloven in God die onze Vader is, geloven in die Vader die met ons een betere wereld wil tot stand brengen.

Advent is een gepaste tijd om ons daarover te bezinnen, om ons aan de hand van sterke lezingen en de oproep van Welzijnszorg te herbronnen, sterker te worden als mens, als christen en als gelovige gemeenschap. Samen een huis bouwen en een huis worden waarin iedereen zich thuis kan voelen. Een huis van liefde, gerechtigheid en vrede. De oproep van Welzijnszorg, “Hoog tijd voor een beter woonbeleid” sluit daar naadloos bij aan. Niet alleen bouwen aan een gelovig huis, maar ook meebouwen aan een menswaardig huis voor iedereen. Ons daarvoor inzetten, en druk uitoefenen op de overheid om daar eindelijk werk van te maken. Niet alleen tienduizenden sociale woningen beloven, maar ze ook bouwen. “Hoog tijd, niet voor een beloof-, maar voor een doebeleid” dus. Gedurende deze Advent zullen we in dat verband effectief ook actie ondernemen.

En gedurende deze Advent zullen we ook sterke teksten lezen. Zoals vandaag al. “De Mensenzoon komt op het uur waarop gij het niet verwacht”, besluit Jezus in het evangelie. Het is een uitspraak die gewoonlijk als een soort bedreiging geïnterpreteerd wordt: ‘Pas maar op. Zie maar dat je altijd bereid bent, want anders kan het wel eens slecht aflopen.’

Ik denk dat dit een totaal verkeerde interpretatie is. Wie de Bijbel leest, ontmoet geen dreigende, maar een liefhebbende Jezus, die komaf maakt met het beeld van een straffende God, zoals die dikwijls in het Oude Testament wordt voorgesteld. ‘God is liefde’, zegt Jezus, ‘God is een liefhebbende Vader en Moeder.’ En dat is ook Jezus: onze liefhebbende Broeder, die komt op een uur waarop wij het niet verwachten.

Zusters en broeders, de Mensenzoon komt op het uur waarop schriftgeleerden en Farizeeën de overspelige vrouw willen doodstenigen. Hij komt op het uur waarop Zacheüs eenzaam in zijn boom zit en waarop de blinde in Jericho om aandacht roept. Hij komt op het uur waarop de melaatsen wanhopig op zoek zijn naar erkenning, en waarop zijn vriend Lazarus overleden is. En Hij komt vandaag op het uur waarop een moeder haar eigen kind vermoordt, en de vader om begrip en vooral om hulp voor zijn zieke vrouw vraagt. En Hij komt ook op het uur waarop de moslimterreur ook in onze directe omgeving haar kwaad uitzaait, en waarop zowel in de autochtone als in de moslimgemeenschap opgeroepen wordt tot wederzijds respect. Hij komt op het uur waarop mensen angstig worden voor de toekomst, waarop meer mensen dan ooit depressief zijn, waarop het geweld elke dag meer zichtbaar wordt en de onzekerheid groeit. Hij komt in elk klein gebaar van liefde, vrede en gerechtigheid, in de zorg van de ouders voor hun kinderen, in de vriendschap die mensen met elkaar verbindt, in het meevoelen met elkanders leed, in de vrede waarin mensen elkaar na jaren ruzie opnieuw in de armen kunnen sluiten, in de hoop die de wanhoop verdringt, in ons gelovig samenzijn hier. “Gij komt tot ons gans onverwacht in alle mooie dingen”, zingen we in een van onze liederen. Inderdaad, niet dreigend, maar “gans onverwacht in alle mooie dingen” komt de Mensenzoon.

Zusters en broeders, Advent is de tijd bij uitstek om de Mensenzoon in ons leven en in de wereld aanwezig te brengen, en zo te wandelen in het licht van de Heer. Hoe meer we dat doen, hoe meer volkeren en naties hun zwaarden tot ploegijzers zullen omsmeden - woorden van Jesaja in de eerste lezing. “Het uur om uit de slaap te ontwaken is aangebroken. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten we ons wapenen met het licht”, zegt Paulus in de tweede lezing. Welnu, zusters en broeders, laten we dat doen in deze adventstijd: Vol verlangen uitzien naar de komst van de Mensenzoon, wandelen in het licht van de Heer, en ons wapenen met het licht van zijn Geest. In ons denken, doen en laten. Amen.

Zoeken in Preken Online