Beste Vrienden,
Cryptogrammen, dat is een sport op zich;
sommigen zijn er gek op, blijven erop broeden,
anderen kunnen er
absoluut niets mee.
Het heeft ook iets van een bepaalde manier van
denken,
en dat moet je liggen.
Ik dacht aan cryptogrammen
toen ik de lezingen vooraf gelezen had en dacht aan u;
vanwege alle
kinderen van de communie zijn er dan ineens extra kerkgangers
die de
eigen kerkelijk groepstaal misschien niet zo vaak horen:
een
cryptogram: lees maar, er staat niet wat er staat,
vijf letters:
bijbel. Eigenlijk is het de titel van een boek met gedichten,
maar het
slaat ook heel sterk op de bijbel.
Dat tekent iets van het probleem
dat de kerken hebben
met het overbrengen van hun boodschap.
Neem nou
als voorbeeld dat refrein bij de tussenzang:
weest blij, weest blij o
Israël.
Als je bij Israël denkt aan die staat in het
middenoosten,
en je ziet er dan onmiddellijk de ellende bij die zich
daar voordoet,
Jerusalem met aanslagen in het openbaar vervoer
en
een muur die een stad doormidden deelt,
dan kan het niet anders dan dat
u denkt:
waarom blij? Waar slaat dat op?
Als je bij o Israël
niet kan denken:
daar wordt het volk van God mee bedoeld,
daar word
ik mee bedoeld,
dan gaat de hele teneur van het refrein verloren;
want de dichter en dus ook ik die het refrein uitkies,
zeggen: mensen
die dit horen: jullie dus,
er is reden om blij te zijn
weest blij,
jullie allemaal, wij allemaal
want onze redder, onze verlosser,
Hij
die God in ons midden brengt, Hij is nabij.
Waarom moet je dat
zeggen?
Waarom steken we een kaars aan, en zeggen daarbij:
het licht
zal groter worden, sterker, helderder gaan schijnen…
het licht, we
hebben het nodig,
toch juist omdat er zoveel duisternis is.
En dus
omdat de neiging zo groot is
om niet meer te geloven, - dat ik ook veel
makkelijker,
ik maak me niet meer druk, waarom zou ik me ergens voor
inzetten,
het wordt toch nooit wat;
misschien wordt het morgen beter,
maar het wordt toch nooit goed.
Eigenlijk is de tendens van deze zondag
in de verkondiging
in wat we te zeggen hebben:
mensen, weest
waakzaam,
dut niet in,
niet bij de in-slaap-liedjes die in onze tijd
zo volop gezongen worden,
- zorg maar voor jezelf; waarom zou je je druk maken om de rest van de wereld -
- schep je eigen paradijs, want een ander doet het niet voor je -
- dat soort praat
geen in-slaap-zing liedjes, in ons samenkomen hier,
maar weest waakzaam,
let op het licht dat komt. Nu brandt er nog maar één kaars, maar het licht
groeit!
En houdt dat vast.
Het evangelie begon over de dagen van
Noach;
hoe was het in de dagen van Noach?
precies zoals waar ik het
net over had; slaap kindje slaap,
we zijn bezig met alle dingen waarmee
we bezig zijn,
maar het eigenlijke, waar het op aan komt,
door de
dingen heen kijken en zien wat we doen en hoe we in het leven staan,
daar hebben we geen tijd voor, of nauwelijks tijd.
Daar komen we niet
aan toe. Of daar gunnen we ons geen tijd voor.
Jezus in zijn
evangelie zegt:
misschien hoort dat er wel een beetje bij,
zo gaat
het met mensen,
sommigen zijn alert, waakzaam,
die hebben in de
gaten welke wereld we met elkaar zouden kunnen creëren,
dat zijn
degenen die zoals Noach gered worden, meegenomen door de Mensenzoon,
naar het echte paradijs,
die zich laten meeslepen door wat Jezus ons
voorhoudt:
of misschien nog wel beter:
die zo in het leven staan dat
ze zelf ook aan hun redding werken;
de een heeft dat, en de ander niet,
die gaat gewoon door met de dingen die aan de orde zijn,
die weten niet
meer van een toekomst van God met ons,
dat precies is de naam, de
kwalificatie die we Jezus geven: Immanuël,
Hij die God in ons
midden brengt.
Maar dat vraagt om een open oog,
om een hand die
doet,
om een leven voor het aangezicht van God.
Jesaja geeft in
zijn visioen een invulling van die droom,
stel je voor,
dat heel de
wereld zou zeggen:
God, wijs ons de weg!
Stel je voor,
heel de
wereld die zich richt tot God,
niet om hun eigen gelijk te bevestigen,
maar om in alle openheid en nederigheid te bidden:
wijs ons, God, de weg,
leer ons te gaan op uw wegen.
Stel je voor: heel de wereld, bezig met recht
en gerechtigheid,
met wandelen in het steeds groter wordend licht van
God.
Maar wees waakzaam,
laat het je niet overvallen,
stel je
voor dat de komst van de Heer jou niet bezig houdt,
je bent gewoon
bezig met de dingen die niet van het licht zijn….
en dat gebeurt,
te vaak misschien;
kijk,
de gewone dingen moeten gedaan worden,
er moet gewerkt worden op het veld,
of het meel moet gemalen,zoals in
het evangelie staat
ieder moet op zijn/haar eigen plaats de dingen doen
die moeten,
maar daarbij,
blijf gespitst op de visioenen die ons
gaande houden,
dat wij wandelen in het licht.