1e zondag in de advent A (2007)

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Beste Vrienden,

Cryptogrammen, dat is een sport op zich;
sommigen zijn er gek op, blijven erop broeden,
anderen kunnen er absoluut niets mee.
Het heeft ook iets van een bepaalde manier van denken,
en dat moet je liggen.

Ik dacht aan cryptogrammen
toen ik de lezingen vooraf gelezen had en dacht aan u;
vanwege alle kinderen van de communie zijn er dan ineens extra kerkgangers
die de eigen kerkelijk groepstaal misschien niet zo vaak horen:
een cryptogram: lees maar, er staat niet wat er staat,
vijf letters: bijbel. Eigenlijk is het de titel van een boek met gedichten,
maar het slaat ook heel sterk op de bijbel.

Dat tekent iets van het probleem dat de kerken hebben
met het overbrengen van hun boodschap.
Neem nou als voorbeeld dat refrein bij de tussenzang:
weest blij, weest blij o Israël.

Als je bij Israël denkt aan die staat in het middenoosten,
en je ziet er dan onmiddellijk de ellende bij die zich daar voordoet,
Jerusalem met aanslagen in het openbaar vervoer
en een muur die een stad doormidden deelt,
dan kan het niet anders dan dat u denkt:
waarom blij? Waar slaat dat op?

Als je bij o Israël niet kan denken:
daar wordt het volk van God mee bedoeld,
daar word ik mee bedoeld,
dan gaat de hele teneur van het refrein verloren;
want de dichter en dus ook ik die het refrein uitkies,
zeggen: mensen die dit horen: jullie dus,
er is reden om blij te zijn
weest blij, jullie allemaal, wij allemaal
want onze redder, onze verlosser,
Hij die God in ons midden brengt, Hij is nabij.

Waarom moet je dat zeggen?
Waarom steken we een kaars aan, en zeggen daarbij:
het licht zal groter worden, sterker, helderder gaan schijnen…
het licht, we hebben het nodig,
toch juist omdat er zoveel duisternis is.
En dus omdat de neiging zo groot is
om niet meer te geloven, - dat ik ook veel makkelijker,
ik maak me niet meer druk, waarom zou ik me ergens voor inzetten,
het wordt toch nooit wat;
misschien wordt het morgen beter,
maar het wordt toch nooit goed.

Eigenlijk is de tendens van deze zondag in de verkondiging
in wat we te zeggen hebben:
mensen, weest waakzaam,
dut niet in,
niet bij de in-slaap-liedjes die in onze tijd zo volop gezongen worden,

  • zorg maar voor jezelf; waarom zou je je druk maken om de rest van de wereld -
  • schep je eigen paradijs, want een ander doet het niet voor je -
  • dat soort praat

geen in-slaap-zing liedjes, in ons samenkomen hier,
maar weest waakzaam,
let op het licht dat komt. Nu brandt er nog maar één kaars, maar het licht groeit!
En houdt dat vast.

Het evangelie begon over de dagen van Noach;
hoe was het in de dagen van Noach?
precies zoals waar ik het net over had; slaap kindje slaap,
we zijn bezig met alle dingen waarmee we bezig zijn,
maar het eigenlijke, waar het op aan komt,
door de dingen heen kijken en zien wat we doen en hoe we in het leven staan,
daar hebben we geen tijd voor, of nauwelijks tijd.
Daar komen we niet aan toe. Of daar gunnen we ons geen tijd voor.

Jezus in zijn evangelie zegt:
misschien hoort dat er wel een beetje bij,
zo gaat het met mensen,
sommigen zijn alert, waakzaam,
die hebben in de gaten welke wereld we met elkaar zouden kunnen creëren,
dat zijn degenen die zoals Noach gered worden, meegenomen door de Mensenzoon,
naar het echte paradijs,
die zich laten meeslepen door wat Jezus ons voorhoudt:
of misschien nog wel beter:
die zo in het leven staan dat ze zelf ook aan hun redding werken;
de een heeft dat, en de ander niet,
die gaat gewoon door met de dingen die aan de orde zijn,
die weten niet meer van een toekomst van God met ons,

dat precies is de naam, de kwalificatie die we Jezus geven: Immanuël,
Hij die God in ons midden brengt.

Maar dat vraagt om een open oog,
om een hand die doet,
om een leven voor het aangezicht van God.

Jesaja geeft in zijn visioen een invulling van die droom,
stel je voor,
dat heel de wereld zou zeggen:
God, wijs ons de weg!
Stel je voor,
heel de wereld die zich richt tot God,
niet om hun eigen gelijk te bevestigen,
maar om in alle openheid en nederigheid te bidden:
wijs ons, God, de weg,
leer ons te gaan op uw wegen.
Stel je voor: heel de wereld, bezig met recht en gerechtigheid,
met wandelen in het steeds groter wordend licht van God.

Maar wees waakzaam,
laat het je niet overvallen,
stel je voor dat de komst van de Heer jou niet bezig houdt,
je bent gewoon bezig met de dingen die niet van het licht zijn….

en dat gebeurt, te vaak misschien;
kijk,
de gewone dingen moeten gedaan worden,
er moet gewerkt worden op het veld,
of het meel moet gemalen,zoals in het evangelie staat
ieder moet op zijn/haar eigen plaats de dingen doen die moeten,
maar daarbij,
blijf gespitst op de visioenen die ons gaande houden,
dat wij wandelen in het licht.

Zoeken in Preken Online