1e zondag in de advent A (2007)

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Beste dorpsgenoten,
De eerste lezing voor de eerste zondag van de Advent bruist van enthousiasme. Een groot visioen waarin God aan de profeet Jesaja openbaart dat op het einde der dagen de berg met Gods tempel boven alle bergen zal uitrijzen. Dat slaat op de tempelberg van Jerusalem die regelmatig in het nieuws is. Verder ziet Jesaja in het visioen dat alle mensen daar op af zullen trekken. Het zal allemaal koek en ei worden onder Gods heerschappij, geen wapens, geen oorlog meer. Niet Jerusalem, maar West- Europa is de enige plek waar we al 62 jaar vrede hebben.
Dat grandioze visioen is het werk van een begaafd en beeldrijk dichter. Zo omschrijven we het nu. Het is niet bedoeld om de toekomst te voorspellen maar om te ontroeren, te bemoedigen, ons aan het denken te zetten.

Dan het evangelie. Het herinnert aan de zondvloed die de mensen plotseling overviel. Dat is nu eenmaal eigen aan de komst van Heer, hij komt op een uur dat we hem niet verwachten, als een aardbeving of een tsunami. We kunnen alleen maar waakzaam zijn. Dergelijke teksten, woorden van Jezus heette het, waarmee het kerkelijke jaar eindigde en waarmee de Advent werd ingezet, maakten mij bang toen ik een kind was. En nu roepen ze afkeer bij me op. Is dat goed nieuws?

Als ik Jezus hoor spreken over de barmhartige Samaritaan, over de verloren zoon of over de goede herder, waarmee hij een naam geeft aan de intiemste en mooiste vermogens en verlangens van ons hart, dàn word ik blij, dàn voel ik me bemoedigt, zelfs al breng ik er niets van terecht. Dat klinkt voor mij als goed nieuws.
Daarentegen krijg ik teveel te horen en te zien dat me bedreigt en mij tot een zondaar maakt. Denk maar aan het kruis, dat mij zegt: “Zie wat ik, de goddelijke Vader, mijn zoon moet laten lijden om jouw zonden.”

Huizinga was een geschiedkundige, een denker. Hij kreeg geen visioenen en toch schreef hij in al 1943 alsof hij een profeet was. In een tijd dat de kerken nog vol zaten, stelde hij vast dat de inhoud van het geloof allang was weggesijpeld uit de officiële termen en ceremonies. Kruisdood, opstanding, uitverkiezing en oordeel waren lege termen geworden.
64 jaar geleden toen de kerken nog uitpuilden, toen er nog groots gepreekt werd, en veel gebeden en gevast, stelde die buitenstaander vast dat de boom al dood was en dat de vogels op dorre takken zaten.

Nu zijn er veel mensen die zeggen dat ze zich bedrogen voelen omdat zoveel niet waar blijkt te zijn. Die hebben ook geen visioenen gehad.

Kijk naar de poster met de twee handen die vol eerbied en barmhartigheid de wereldbol vasthouden, de aardbol met goed en kwaad, met geluk en rampen. De twee handen waarin we onze eigen handen mogen terugkennen op onze beste momenten. Want op die poster herkennen we het verhaal van de barmhartige Samaritaan, van de verloren zoon en van de goede herder. Handen vol Goed Nieuws. We hoeven niet te klagen, te jammeren of ons bang te laten maken. We zien handen die ons vasthouden en die ons verder dragen, naar betere tijden. Dat mogen we in deze advent, met kerstmis in het vooruitzicht, ondanks alles, blijven geloven en hopen.
Dàt is evangelie, daar word ik blij van, die handen geven mij moed. Daar zie en hoor ik Jezus is. Daar kent Jezus zichzelf in terug!
Zo is het.

(Zie: Trouw, zaterdag 1 december 2007, letter & geest, pag. 4.)

Zoeken in Preken Online