Advent, weg naar bestemming

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Nieuw kerkelijk jaar, nieuwe evangelist

Met de advent beginnen we aan een nieuw kerkelijk jaar. Daar hoort bij dat we ons in de weekendliturgie laten leiden door een andere evangelist. Vorige zondag lazen we nog uit het evangelie van Lucas, het komend jaar, tot eind november 2005, lezen we vooral uit het evangelie van Matheus. Misschien is het goed om aan het begin van jaar waarin we Matheus lezen, iets te vertellen over de achtergrond van zijn evangelie.

Matheus schreef zijn evangelie rond het jaar 80, vijftig jaar na de dood van Jezus. Diegenen die Jezus nog gekend hadden werden ouder, begonnen uit te sterven, en het was van belang om verhalen die zij nog uit herinnering konden vertellen op te tekenen voor het nageslacht. Die eerste leerlingen van Jezus geloofden vast dat Christus spoedig terug zou komen uit de hemel en op aarde het Rijk Gods zou stichten. Maar vijftig jaar later is het geloof in een spoedige terugkeer van Jezus heel wat minder, en ook het vuur van de eerste kerk is wat verflauwd. Matheus spoort de lezers van zijn evangelie aan te blijven geloven, en niet te versagen. Eens zal de Heer komen, misschien wel dan als je het niet verwacht, schrijft hij. Zoals elke evangelist schreef ook Matheus voor een eigen doelgroep. Hij hoorde tot een gemeenschap van joden die christen waren geworden, die hun thuis in de omgeving van Antiochië hadden. Het was een groep die zich verschillende kanten bedreigd voelde. Aan de ene kant waren er de familieleden en vrienden die joods gebleven waren, en zich niet bekeerd hadden. De relaties tussen joden en christenen was in de loop van de jaren steeds vijandiger geworden. Contact met de familieleden met wie men dezelfde taal en gebruiken deelde was er nauwelijks meer. Aan de andere kant waren er steeds meer niet-Joden, Grieken en Romeinen, die christen werden. Het uitbundig missiewerk van Paulus onder de heidenen had de kerk geen windeieren gelegd. Ook in Antiochië vormden de niet-joodse christenen een bloeiende en groeiende gemeenschap. Maar het contact met de zusters en broeders in het nieuwe geloof ging moeizaam, zij snapten niets van de eigen gebruiken die de joodse christenen nog praktiseerden. En dezen voelden zich verlaten, zowel door zowel hun oude als hun nieuwe geloofsgenoten.

Matheus wil zijn gemeente bevestigen in haar geloof. In zijn evangelie schetst hij Jezus als een nieuwe Mozes, en met allerlei verwijzingen naar de Thora, het joodse heilig boek, maakt hij hen duidelijk dat ze op de goede weg zitten. Houd vol! houdt hij hen voor. Het zal allemaal goed komen! Maar de sfeer van dreiging en verdrukking die de gemeente van Matheus kenmerkt, proef je in heel zijn evangelie.

Waarom?

Ook het evangelie dat we zojuist lazen heeft die ondertoon. Er klinkt doem en dreiging door in de komst van de Mensenzoon. Je zou er bang van worden.

Ik moet denken aan een parochiaan die ik af en te bezoek. Hij voelt hoe zijn leven langzaam voltooid raakt, maar hij is bang voor de dood, vooral voor wat daarna komt, voor het oordeel dat volgens hem zal volgen. Is zijn leven wel goed genoeg geweest, heeft hij wel volgens de leer geleefd, is zijn geloven niet te licht gebleven? Het uur van de Mensenzoon is voor hem een uur van angst, en hij lijdt daaronder, zoals hij ook lijdt onder herinneringen uit de oorlogstijd. Een trauma van ontploffende granaten waardoor vrienden en familieleden het leven lieten, maar hij werd gespaard. Het evangelie werd zo verschrikkelijk bewaarheid: twee zullen er op de akker zijn, een wordt meegenomen, de ander achtergelaten. Waarom? vraagt hij zich af. Waarom gebeurde dat noodlot en werden zijn makkers getroffen? Wat had God daarmee voor? Tastend geef ik aan dat God niet het lijden oplegt, niet het noodlot veroorzaakt, misschien wel te vinden is in de kracht die lijden helpt dragen en uithouden.. Hij knikt, maar het komt niet binnen.

Hoe anders ging Johan om met die vraag “waarom?”. Een paar jaar geleden kreeg hij kanker, veel te jong, zoals we dan zeggen. Anderhalve week geleden hebben we hem vanuit het Liesbos begraven. “Als iemand zegt: waarom moest jou dat overkomen, dan zeg ik altijd: waarom mij niet?” zei Johan. Vast bouwde hij op zijn geloof dat het leven hem niet in de steek zou laten, ook niet voorbij de dood. Het uur van de Mensenzoon was voor hem een uur van thuiskomen.

Onze bestemming

De woorden uit het evangelie, over de Mensenzoon die komt en de een meeneemt en de ander niet, roepen onze eindigheid op. Eens wordt ons leven voltooid. Onverwachts soms. Ik herinner me mensen die onlangs hun gouden huwelijk vierden: “Ga nooit naar bed als er nog ruzie of onenigheid is, maak het eerst goed met elkaar.” Het is eigenlijk een mooie vertaling van de oproep tot waakzaamheid. “Je weet niet op welke dag uw Heer komt”, zegt Matheus. Wees waakzaam. Zorg dat het goed is tussen jou en de ander, tussen jou en jezelf; zorg dat het goed komt in de wereld, tussen mensen

Een goede aansporing. Maar hoort daar die dreigende toon bij? Misschien vanuit het perspectief van Matheus, die ziet hoe zijn geloofsgemeenschap dreigt te verdwijnen. Maar niet vanuit het perspectief van Jezus. Hij leerde niet over een straffende, wrekende God, die willekeurig noodlot en ongeluk op ons afstuurt; Hij leerde over een God die liefde wil zijn, die zich aan mensen verbindt, die ons helpt verdriet te verwerken, levenspijn uit te houden, de weg van vrede en toekomst te gaan.

De komst van de Mensenzoon is geen komst van het oordeel. Hij komt als de blinde vraagt om genezing, de kromgebogen vrouw recht op gaat staan, de tollenaar tot inzicht komt. Zijn komst doet mensen zichzelf zien, hun mogelijkheden benutten, op weg gaan naar hun bestemming. Meer nog dan over onze eindigheid gaat het evangelie van vandaag over onze bestemming. De Mensenzoon komt op het uur dat we zoeken naar contact, naar inzicht, naar ondersteuning. Hij opent ons de ogen en laat ons zien hoe het zou kunnen zijn in ons leven en in onze wereld, hoe we er in Gods ogen uitzien, hoe het beloofde rijk Gods er uit ziet. En hij bemoedigt ons om uit dat visioen te leven.

Leven uit het visioen

De lezingen die we op eerste adventsdag horen vertellen hoe dat visioen leven doet, in een omgeving waar het beloofde rijk nog ver weg is. Jesaja, die we in de eerste lezing tegen kwamen, was profeet in Jeruzalem, in een tijd dat de stad door het leger van Assyrië bedreigd werd. Het zusterland in het noorden was al onder de voet gelopen. In die tijd van dreiging heeft Jesaja een visioen: hij ziet hoe alle volkeren optrekken naar Jeruzalem, niet om er te vechten, maar om er te luisteren naar het word van God. Hun zwaarden smeden zij om tot ploegijzers, hun speren tot sikkels, niemand zal nog de oorlog leren. Wat een visioen om te koesteren, in een tijd dat terreur dreigt en steeds straffere maatregelen genomen worden. Zou het kunnen, in vrede leven en de hand reiken naar elkaar? Zou het kunnen, dat volk in de Oekraïne, dat onverzettelijk de weg van vrede gaat, recht en vrede verlangt, waarmaakt En Paulus, in de tweede lezing, roept christenen in Rome op te blijven geloven in het licht van de komende morgen, de nacht nog uit te houden, en vast afstand te nemen van al wat het licht tegenhoudt of verduistert. Paulus weet van het visioen, van goede toekomst, maar hij weet ook hoe makkelijk we soms weggeleid worden van onze bestemming. Laten we ons wapenen met licht, zegt hij, doen wat goed is, het goed maken tussen mensen, tussen ons en onszelf, tussen ons en God. En zo roept ook Matheus op om te zien hoe de Mensenzoon komt, om waakzaam en aandachtig te zijn, om de wereld zo te maken dat Hij kan komen

Leven naar licht toe

Daarover gaat het in de advent: uitzien naar de komst van de Mensenzoon. Het is een beweging naar binnen en naar buiten. Je zelf openen voor het licht, voor je bestemming, en zo gaan leven dat je de weg van je bestemming al gaat. Omdat we geloven dat dat kan, hebben we de eerste kaars van de adventskrans ontstoken. We willen ons wapenen met dat licht, ons voeden met licht. We geloven in het volle licht, en op weg daarnaar toe ontsteken we steeds meer licht. Donker is het niet meer. Langzaam leren we zien wie en hoe we zijn. Licht moge ons leiden, toekomst tegemoet.

Zoeken in Preken Online