Bang voor het einde?

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Toch merkwaardig dat deze tekst in de advent gelezen wordt! De adventskrans en de paarse gewaden worden bovengehaald, de gezangen, gebeden en lezingen spreken van verwachting. We bereiden ons voor op het meest sfeervolle van alle hoogfeesten: Kerstmis. Maar dit evangelie laat echt geen feestelij­ke tonen horen. Jezus heeft het over de zondvloed die destijds bijna alle mensen wegrukte en over een dief die ‘s nachts komt inbreken. Waarom mensen bang maken, nu ze naar een gezellig feest toegaan? Had men ter voorbereiding op het kerstfeest geen vriendelijker teksten kunnen kiezen? Mis­schien wel.

Maar laten we toch even nader toekijken. Met haar soms schrikwekkende evocaties van het einde wil de Schrift de le­zers wakker schudden voor het uit-einde-lijke, voor datgene waar het in dit leven in laatste instantie op aankomt. De Schrift laat meteen ook zien dat de mensen daar gewoonlijk niet mee bezig zijn: ze eten en drinken, ze huwen en worden ten huwelijk gegeven, ze werken op de akker (mannenwerk) en malen koren (vrouwenwerk). Er staat niet dat ze hun werk slecht doen of zich aan uitspattingen te buiten gaan. Neen, ze zijn gewoon bezig met wat elke dag gedaan moet worden. Blijkbaar zit daar iets heel gevaarlijks in. Het dagelijkse leven is zo… alledaags dat het leidt tot vervlakking en sleur. Men­sen denken er gewoon niet aan dat het plots heel anders zou kunnen zijn, in hun persoonlijk leven en in de gang van zaken overal ter wereld. En dat is gebrek aan waakzaamheid, zegt de Schrift.

De advent wil ons afstemmen op datgene wat met Kerst­mis gebeurt. Blijkbaar is het nodig dat we daarvoor wakker geschud worden uit de vervlakkende alledaagsheid en zelfs uit onze knusse kerstsfeer. Want dat kerstfeest is zoveel meer dan een gezellig familiefeest. Het heeft alles te maken met het uit-einde-lijke, met datgene waar het in het leven echt op aankomt. Waar ben ik eigenlijk mee bezig? Is dat nu echt het bijzonderste in het leven? Komt het uiteindelijk daarop aan? Is het dat wat God van mij verlangt? Met die soms beangsti­gende vragen moeten we naar Kerstmis toe.

In de advent lezen we voortdurend uit de profeten. Die godsmannen gaan zonder omwegen op de kern van de zaak, op het uiteindelijke af. Vaak hebben ze onprettige dingen te zeggen. Soms jagen ze hun toehoorders de schrik op het lijf. Ook Jezus doet dat af en toe. Maar zowel Jezus als de profeten voor Hem hebben iets overweldigends aan te kondigen, waar­voor ze de mensen met alle middelen wakker willen schud­den. Dat overweldigende is de komst van God in ons eigenste mensenbestaan. Hij gaat het onze doormaken, met alles erop en eraan. Over dat vreedzame geweld van God kan alleen in heel sterke, soms angstaanjagende beelden gesproken worden. Toch is er geen reden tot angst, als we tenminste waakzaam zijn, als we onze ogen openhouden voor het uit-einde-lijke. Met de ongerustheid die dat nu eenmaal meebrengt. De kwes­tie is dat Kerstmis niet ondergesneeuwd raakt in sentimentali­teit en commercie…

Zoeken in Preken Online