Het is een schokkend feit, dat - terwijl de Bijbel zegt dat God vertoeft aan de zijde van de armen - nergens minder van zijn daadwerkelijke aanwezigheid te bespeuren is dan juist daar. Armen lijken de verloren zonen en dochters van een verloren Vader. Voor hen is Hij niet de God van de vreugde, van de liefde, de lichtende - maar de donkere God, de God van de wraak en misschien de uiteindelijke gerechtigheid.
In de kerken waar zij niet komen zou God moeten wonen. Maar armen horen niet thuis in het gezelschap van de hogeren, hun meerderen die het maatschappelijk en economisch voor de wind gaat. De openbare vrienden van God…
De armen leven officieel gescheiden van God, omdat de kerken God gescheiden hebben van de armen en zwakkeren, de misdeelden. Er is geen arme die je gelooft, als je zegt: God staat aan jouw kant. De God van de rijken (als de enige ware God) is een heel andere God dan de God van de armen.
Wie is de God van de armen? En waar staat Hij? Dit is een vragen naar Gods ervaring van de werkelijkheid. Dat is een ontzaglijke vraag - een te grote vraag om door ons kleine mensen rechtstreeks gesteld te worden. Misschien is het bescheidener te vragen naar de ervaring van Jezus Christus en in Hem Gods ervaring te verstaan. In Hem stond God in ons midden, stond God aan de kant van de armen, stond God zelf aan de kant.
Jezus koos voor de armen, omdat zij gebrek moesten lijden, niet tot een volwaardig vreugdevol leven konden komen, het onrecht moesten dragen van de ongerechtigden. Maar Hij had ook een ‘natuurlijke’ voorkeur voor de armen. Jezus was zelf een arme, was een van hen. Hij verheerlijkte de armoede niet, maar prees de armen. Armen zijn voor Hem prijzenswaardig. Zij zijn vaak de eersten die de armoede bestrijden. Zij vechten zich door beperkingen heen, weten het kleine naar waarde te schatten, slagen er in het hoofd boven water te houden. De rijkdom van de armen is hun kracht, hun moed, hun creativiteit. Tussen deze sterke, ondernemende mensen voelde Jezus zich thuis.
De God van de rijken - als drager van alle eigenschappen en voorrechten die bij de rijken te vinden zijn - is de algemeen erkende en verkondigde God: machtig als koning en heerser, rijk als bezitter van alles. De God die oordeelt en veroordeelt, als meerdere over minderen. Zo zijn de rijken - zo is hun God. En deze, hun God, is de enige en ware God.
De God van de armen, zoals deze in Jezus zich openbaarde, wordt stelselmatig verzwegen en buiten beeld gehouden: Hij die de zwakken verdedigt en de heersers aanklaagt, die de armen zalig prijst en de rijken met ondergang bedreigt.
Dit Godsbeeld heeft niet de verbeeldingskracht, waardoor de armen en zwakken intuïtief en spontaan weten en ervaren: niet in de paleizen maar in onze rijtjeshuizen woont God… onze God als de werkelijke en waarachtige God.
God is niet de God der armen omdat Hij hun armoede zo interessant vindt, maar omdat Hij altijd is waar recht is en afwezig is waar onrecht is. Aan de kant van de ontrechten staat God: om met hen onrecht te bestrijden.
Omdat de God der armen geen erkende God is - God niet herkend wordt aan de kant van de armen - zijn de armen, gedoemd te leven in het ‘goddeloze’ - terwijl God in hun midden is en aan hun kant staat: hun God is. Dat is het meest verbazingwekkende: dat God zozeer in bezit genomen kan worden door een bepaalde groep, dat er vaste godsbeelden- afgodsbeelden kunnen worden opgericht waardoor God naar mensen toe wordt verduisterd.
Maar misschien breekt er ook in onze tijd een grandioos gebeuren door van Menswording-van-God, van Openbaring en Verlossing.
God bevrijdt zich van wie hem gevangen namen, God is zichzelf van mensen aan het verlossen. Dat gebeurt heel de geschiedenis door - ook nu is die doorbraak zichtbaar. Het uittreden van God, die eeuwige exodus is in volle gang. Aan de ene kant zien we God machtiger dan ooit vooropgaan in de vrijheidsstrijd, een lichtweg gaan door onze tijd. Aan de andere kant zien we groeperingen (kerken) in eigen starheid verdorren, de Geest verliezen omdat Hij elders aan het werk is. God is zich aan het openbaren als de God van de armen.
Alleen in gerechtigheid is God vindbaar, ervaarbaar: slechts aan wie recht doet - en zijn ongerechtigheid betreurt - is God nabij.
De onderdrukker, de rijke die het goed heeft omdat een ander voor hem lijdt, zwoegt en in armoede leeft, ook hij gaat een kerk binnen op zoek naar God - zijn gezicht achter zijn handen verbergend om tot God in te keren. Als hij dan meent iets van God te ervaren - zonder iets te ervaren van een noodzaak tot levensvernieuwing en ommekeer -, ontwerpt hij op datzelfde moment zijn eigen God - de afgod - die met zijn leven instemt. Alleen in gerechtigheid is de God van gerechtigheid. Het ware gezicht van God laten zien, God bevrijden uit zijn tegenbeeld - aan de armen het evangelie verkondigen van Gods solidariteit met hen en hen de liefde binnenleiden van de God van de armen: dat is de Blijde Boodschap.
Leven vanuit de God van de armen…
Eens kwam de rebbe van Krakau de kamer in waar zijn zoon in diep gebed gezonken was. In de hoek stond een wieg met een huilend kind. De rebbe vroeg zijn zoon: ‘Hoor je niet dat het kind ligt te huilen?‘ De zoon zei: ‘Vader, ik was in God verzonken’. Toen zei de rebbe: ‘Wie in God verzonken is, ziet zelfs de vlieg die op de muur kruipt’.
In God verzonken zijn is zien, alles zien wat er om zich heen gebeurt. De christen kan niet vrijblijvend langs het ‘onaffe’, het lijden, de onderdrukking en armoede in onze samenleving heen. Hij is gedwongen dit onder ogen te zien. Al de ellende dichtbij of veraf komt op hem toe, zijn hart wordt erdoor geraakt. Net als God, kan en mag hij dit niet aanzien met lede ogen. Bij de pakken blijven zitten, zich onverschillig opsluiten in zijn eigen wereldje past niet in een gelovige levenshouding. Het kind horen en de vlieg zien is de opdracht. Ieder volgens eigen mogelijkheden en op de geëigende plaats waar hij staat of leeft, moet het onrecht met bevrijdende ogen aanzien: stappen zetten naar verandering toe om de samenleving rechtvaardig en vredesgezind te maken. Het gelovige kerkvolk zal zich moeten inzetten voor de bevrijding van de armen, voor solidariteit met de verdrukte ‘broeders en zusters Inkeer zal verbonden worden aan strijd en omgekeerd: de samenleving moet veranderen, omgekeerd worden door de zijde te kiezen van de ‘mensen langs de kantlijn’, van de uit-geslotenen, de ont-rechten hier en in de derde wereld. De keuze voor de zwaksten en de armsten dient duidelijk vooropgesteld in een maatschappij waar de sterkeren nog altijd voorrechten krijgen en de zwakkeren nog niet aan hun basisrechten toekomen.
Denken, doen en laten, het pastoraal werk, de maatschappelijke en politieke keuze zullen dan doordrongen geraken van de evangelische spiritualiteit, die Jezus van Nazaret ons voorleefde. De omverwerping van alle verhoudingen, situaties en structuren die mensen vernederen, achterstellen, uitsluiten of ontmenselijken wordt een continue opgave. Eerst dan wordt geloven ‘Leven vanuit God die ziet en hoort en gedenkt en weet de ellende van de ellendigen’. Dit veronderstelt een fundamentele keuze voor de armen, een zien, een oordelen en handelen ‘met hun ogen’…
De God van de armen
A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars