Zoals in de dagen van Noach

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

Het is advent, tijd van waakzaamheid. Tijd om je wakker te laten schudden en je eens bewust af te vragen: waar sta ik? waarvoor leef ik? Leef ik nog wel, of laat ik me eenvoudig leven, zoals dat ging in de dagen van Noach? Die mensen leefden, zegt het evangelie van eten en drinken, van opstaan en slapen gaan; zij leefden op het ritme van elke dag, met af en toe een bruiloft als variatie.

In de tijd van Noach werden de mensen eenvoudigweg meegezogen in de trend van het dagelijkse leven, maar, zegt de Schrift, Noach was an­ders, hij bleef temidden van zijn landgenoten een rechtschapen leven leiden. Hij voelde ook de zuigkracht van zijn tijd en van zijn omge­ving, hij maakte dezelfde alledaagse dingen mee, maar hij verloor zijn hart niet aan die dingen, hij richtte heel zijn leven naar de geboden van de Heer.

‘Dan zullen er twee op de akker zijn’, zegt het evangelie, ‘de een wordt meegenomen en de ander wordt achtergelaten’. Zo gaat het nu nog. De mensen zien hetzelfde om zich been gebeuren, zij zien naar het­zelfde tv-programma, ze lezen dezelfde berichten in de krant, de een wordt erdoor geschokt en laat zich meevoeren, de ander blijft onbewo­gen. De een laat zich aanspreken door de nood van de mensen, de an­der laat alles onbewogen aan zich voorbijgaan. De een zet zich in voor welzijnszorg, voor ontwikkelingshulp, de ander gaat eraan voorbij met de opmerking: dat is een zaak van de overheid. De een leest een oproep in het parochieblad om mee te helpen en vraagt zich af: zou ik daar misschien niet een beetje tijd voor maken? Als ik het niet doe, wie moet het dan wel doen? De ander leest hetzelfde bericht en weet meteen: dat gaat ook wel door zonder mij, als je daarmee begint, weet je niet waar je ophoudt.

Wij weten allemaal wel dat de kloof tussen arm en rijk in de wereld on­rechtvaardig is, dat we moeten groeien naar een meer menselijke sa­menleving voor iedereen. Maar de een praat er alleen maar over en vindt dat de ánderen dat maar moeten doen en de ander begint met zelf werk te maken van wat hij zelf tenminste kan doen. Hij trekt het zich wel aan. Wij worden uitgenodigd om producten te kopen van de wereldwinkel, zodat de mensen ginder op een rechtvaardige prijs mo­gen rekenen. Maar alleen een enkeling doet het, tegen de trend van de tijd in. De anderen pakken gewoonweg mee wat gemakkelijk en goedkoop is. Maar wie de oproep beantwoordt zet de eerste stap, die een heel proces op gang kan brengen. Hij kiest temidden van zijn tijdgenoten voor een rechtschapen levensweg, zoals Noach deed in zijn dagen. Gelukkig zijn er steeds meer van zulke mensen onder ons.

De advent stelt ons voor de vraag: hoeveel spanning, verwachting, ideaal en droom steekt er nog in je leven? Of is je leven niet meer dan dat van de mensen in de dagen van Noach? Is je leven eigenlijk ook niet veel meer dan opstaan, eten, naar je werk of school gaan, ‘s avonds de TV aanzetten, wat drinken of snoepen, dan de TV uit en slaperig naar bed gaan? Maak je je alleen zorgen om je eten, je huis, je auto, je geld, je hobby’s en je sport? De wereld draait immers ook zo wel verder, waarom zou je je nu zo moe maken voor alles wat komen kan? Zo dachten de mensen in de dagen van Noach ook al. De advent is een oproep: verhef je hart, ontruk je aan dat verlam­mend ritme van zorgeloosheid en afstomping. Richt je ogen op de komst van de Heer, opdat de dag van het oordeel je niet onverhoeds overvalt, zoals de zondvloed onverhoeds de mensen overviel in de dagen van Noach.

Wij mogen niet argeloos aan de komst van God voorbij leven. Wij mogen niet argeloos met Kerstmis weer vredesliederen zingen, als wij ons niet inzetten voor de vrede. ‘Geloven jullie je eigen liederen wel?’ vraagt de profeet Jesaja aan de inwoners van Jeruzalem, als hij ziet hoe ondoordacht zij de bedreiging beantwoorden met oorlogsvoor­bereiding. In de tempel, zegt hij, zingen jullie het lied over alle volke­ren die naar Jeruzalem komen om daar te leren wat vrede stichten is, en ondertussen bereiden jullie je voor op oorlog. Als je gelooft wat je zingt, begin er dan alvast mee met zelf te wandelen in het licht van de Heer, in wie je gelooft.

Dit verwijt geldt ook voor ons. God wil een wereld van gerechtigheid, van vrede voor alle mensen. Beginnen wij dan met Gods zorg ook tot onze grootste zorg te maken. Laat die zorg van God niet verstik­ken in de kleine zorgen van elke dag. Dat is de ommekeer die de advent van ons vraagt…

Zoeken in Preken Online