Wees dus waakzaam

A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars

In dit stukje van het evangelie vertelt Jezus ons van twee typen mensen, die Hij duidelijk voor zich ziet. En de vraag die naar ons toekomt is: tot welk type behoren wij?

Er zijn mensen die leven alsof er niets aan de hand is. Ze eten, ze drinken, ze trouwen, ze werken. En verder trekken ze zich nergens iets van aan. Wat hun betreft kan de halve wereld vergaan, als het hun helft maar niet is. Ze laten alles bij het oude en als ze dreigen wakker te worden draaien ze zich nog eens om in bed en slapen verder.

Die andere soort mensen maakt zich wel zorgen. Ze zien dat het gewoon niet mag om alles bij het oude te laten. Er is teveel narigheid, teveel ruzie, teveel honger, teveel onrecht. Het kan hun niet koud laten dat mensen zo wanhopig zijn, dat ze een eind aan hun leven maken. Zij kunnen het niet verkroppen dat er mensen eenzaam zijn, ook al hebben ze aan niets gebrek. Ze zouden het echt anders willen.

Het is duidelijk, dat Jezus ons graag bij die tweede soort van mensen ziet. Maar wat kun je doen? Iedereen praat ons aan, dat we machteloos zijn. Ja, en toch zijn wij dat niet. En we moeten het ons ook niet aan laten praten.

Wat dan? Vier dingen: we moeten dromen, hopen, bidden en doen. Dat lijkt een mond vol, maar van het een komt vanzelf het ander. We moeten dromen. Dromen over hoe het allemaal zou kunnen zijn. Dagdromen. Want mensen die overdag durven te dromen zijn creatiever dan je denkt. Profeten deden dat zo duidelijk. Jesaja bijvoorbeeld: hij droomde hoe volkeren hun zwaarden tot ploegijzers maakten, en hoe ze van hun lansen sikkels gingen maken. Zo moeten ook wij durven dromen. Over hoe je jezelf zou willen zien, hoe je je gezin zou willen zien, hoe je je verhouding met anderen zou willen zien. En dan moeten we niet denken, dat dat dromen voor niets is. Want als je duidelijk ziet in je droom hoe je zou willen zijn, dan wil je ook zo zijn, dan hóóp je dat je zo zult zijn. Als je maar duidelijk genoeg ziet in je droom, hoe je gezin zou moeten zijn, dan hoop je ook dat je gezin zo zal zijn. En een gelovig mens zal dan zijn knieën buigen en bidden om kracht, om Gods hulp. En wie dat echt doet, wie echt bidt, gaat na zijn gebed vanzelf wel aan de slag. En dan gebéúrt er iets. Van het een komt vanzelf het ander. Als we maar beginnen met dromen, iets wat alle profeten deden.

Dus we mogen het doen, en we moeten het doen. Dromen hoe het allemaal zou kunnen zijn. En dan gebeuren er in die droom ook dingen die eigenlijk niet kunnen, die onmogelijk lijken. Het lijkt ook inderdaad onmogelijk dat er vrede in de wereld zal zijn, dat een kind kan spelen met een slang, en dat wapens worden weggehangen. Maar de heilige Schrift zegt ons: als je er maar intens genoeg naar verlangt, kan het wel degelijk…

Zoeken in Preken Online