Wie de geschiedenis van het joodse volk kent, weet dat de Israëlieten weinig goede en heel veel slechte tijden hebben gekend. Maar bijna altijd waren er in die beroerde omstandigheden mensen met een visioen over een betere toekomst. Profeten waren het. Mensen die veelal voor gek werden versleten, omdat ze in de donkerste tijden over licht durfden praten. Jesaja is ook zo’n man geweest. De eerste lezing vertelt over zijn droom: ‘Eens’, zegt hij, ‘zullen alle volken optrekken naar onze tempel hier op de berg Sion…’.
Jeruzalem - zo geloofde hij - zal eens het centrum van de wereld worden. En alle mensen zullen erheen trekken om de God van Israël te aanbidden als de enig ware God.
‘Hoop doet leven’, zeggen we dikwijls. En het is waar: als een mens niet meer hoopt, gaat stilletjes de vlam uit. Een volk dat geen visioen meer heeft, geen dromen of idealen, zo’n volk raakt opgebrand, uitgeblust en zal tot niets meer komen.
De vraag is daarom: Hebben wij, Gods volk onderweg, nog een visioen, een droom, zien wij nog ergens naar uit? Staan wij nog attent in het leven? Klopt ons hart nog vol verwachting en zijn we nog waakzaam? Want dat is het sleutelwoord van de Advent: waakzaamheid.
Maar natuurlijk zijn we waakzaam. We moeten wel. Voor je het weet is je fiets weg, het bovenraam geforceerd en zijn je betaalkaarten verdwenen. Grootwinkelbedrijven hebben overal camera’s die de klant ‘bespieden’ en verkopers van alarminstallaties doen goede zaken.
Zo beschouwd zijn we heel erg waakzaam. Wanneer het gaat over ons huis, ons hebben en houden, dan passen we wel op! Maar zijn we ook zo waakzaam op wie we zijn, op hoe we leven? Zijn we ook op ons qui-vive als christen, als gelovige? Of leven we maar zo’n beetje raak: oppervlakkig en druk doende met wat belangrijk lijkt, maar wat het in wezen niet is, ‘zoals de mensen van vóór de zondvloed ook gewoon doorgingen met eten en drinken…’.
Wie eerlijk is, zal moeten toegeven: Veel leven is onnadenkend oppervlakkig leven en veel mensen, de één meer dan de ander, leven aan God en aan elkaar voorbij. Dat oppervlakkige leven van ‘ieder voor zich’ drijft mensen vaak uiteen. Het doet gezinnen, de samenleving, de wereld uit elkaar vallen en het leidt vaak tot een zee, een zondvloed van ellende.
‘Neem een voorbeeld aan Noach’, zegt Jezus, en tref dus je maatregelen om niet overspoeld te worden met allerlei onzin; om niet te verdrinken in het kwaad dat gewoon gevonden en goed gepraat wordt.
We weten heus wel dat de beslommeringen van het leven een aanslag doen op onze waakzaamheid. Maar het volk van God dient wakker te blijven. Het dient te blijven zoeken naar Hem, te luisteren naar zijn woord en te leven in zijn Geest. Als we zo leven, groeit het licht niet alleen op de adventskrans, maar ook in ons hart en zo in onze omgeving.
‘Volk van God’, zegt Jesaja daarom, ‘sta op en wandel in het licht’…
1e zondag in de advent A
A-cyclus · Advent · 1e zondag van de Advent · paars