Eerste lezing uit het boek Deuteronnomium
In die dagen sprak Mozes tot het volk:
De eerste vruchten die ge uit het veld haalt
Zult ge verzamelen in een korf.
En, rechtstaande voor het altaar, zult ge ze opdragen
aan de Heer uw God, terwijl ge bidt:
“Mijn vader was een zwervende Arameër,
met enkele mensen is hij naar Egypte gegaan,
maar, terwijl ze daar als vreemdelingen woonden,
zijn ze uitgegroeid tot een groot en machtig volk.
Toen echter de Egyptenaren ons mishandelden
En zware slavenarbeid deden verrichten baden wij
Tot onze Heer en God, de God van onze voorvaderen.
En de Heer luisterde naar ons
Hij trok zich onze vernederingen en onmenselijke arbeid aan.
Toen heeft Hij ons, met sterke hand,
Uit het Egyptisch slavenhuis weggeleid,
Onder allerlei verschrikkingen, tekenen en wonderen.
Uiteindelijk bracht Hij ons hier naartoe,
Naar dit beloofde land dat overvloeit van melk en honing.
En de Heer heeft ons dit land geschonken.
Daarom Heer breng ik nu
de eerste vruchten van de grond bij U,
Gij die ze zelf aan mij hebt geschonken.”
En Mozes voegde er aan toe:
“ Terwijl ge, vol dank, deze gaven aan de Heer aanbiedt,
buig u dan nederig voor Hem neer.”
1e zondag in de vasten C - Deut.26,4-10
Thematisch · Overwegingen · groen