Overweging bij de boeteviering voor Kerst (2006)

Thematisch · Allerlei · groen

DE WERKEN VAN BARMHARTIGHEID

Vanavond proberen wij ons eigen leven te spiegelen aan de werken van barmhartigheid.Naar oud gebruik zijn er dat zeven, een heilig getal dat volheid aanduidt. Zes daarvan zijn ontleend aan de tekst van Matteus die we zojuist hoorden: de hongerigen spijzigen, de dorstigen laven, vreemdelingen opnemen, de naakten kleden, de zieken helpen, de gevangenen bezoeken. Het zevende werk van barmhartigheid is ontleend aan het bijbelboek Tobit waaruit de eerste lezing kwam: het begraven van de doden.

Wat is barmhartigheid? Barmhartigheid heeft alles te maken met het schenken, het geven, het weggeven. Dat zegt ons iets over waar barmhartigheid in wortelt. Zij wortelt niet in een lijst met rechten en plichten van de mens, dus niet in rechten die we kunnen claimen, kunnen opeisen. Barmhartigheid wortelt niet in die cultuur van rechten en plichten met die mentaliteit die onze samenleving doet ontsporen omdat mensen allemaal hun eigen recht willen halen. Een barmhartrige samenleving wortelt daarentegen in het cadeau, in wat wij krijgen zonder dat we er recht op hebben, en zij wortelt in wat de ander geven zonder dat die er ‘rechtóp heeft, het tegenover ons kan opeisen. Een samenleving die op barmhartigheid gebouwd is, ziet er heel anders uit dan een samenleving die op rechten en plichten gebaseerd is. Een barmhartige samenleving is een zorgzame samenleving, waarin mensen graag en van harte voor een ander zorgen als die in nood is. Het is een samenleving waarin het geschenk centraal staat, datgene wat mensen elkaar geven zonder iets voor terug te krijgen. Het is ook een samenleving waarin de noodlijdende mens centraal staat. Het is een samenleving waarin de zorg voor anderen niet wordt afgepast niet wordt afgemeten naar meetbare behoeftes en te claimen rechten, maar naar nood. Het is een samenleving waarin de mens die voor ons staat, een naaste is, en niet een zorgconsument met zorgbehoeften die zijn rechten komt verzilveren.

Hoe kan zo’n samenleving bestaan? Een belangrijk antwoord op deze vraag komt uit een andere passage van het evangelie van Matteus. Daar vertelt Jezus de parabel van de koning die rekenschap vroeg van zijn dienaren. Maar de dienaar kon zijn schuld niet betalen en smeekte om geduld. De koning schold hem zijn schuld kwijt. Maar buiten gekomen deed deze knecht niet hetzelfde: hij eiste de schuld op van iemand die bij hem in het krijt stond.Hij bleef veeleisend. Kwijtschelding van schulden, vergeving, is een van de moeilijkste vormen van barmhartigheid. Aar ook hiervoor geldt: we geven slechts wat ze zelf al ontvingen.
Want dit verhaal van Jezus laat ons iets belangrijks zien: we staan allemaal in het krijt bij de koning, dat wil zeggen bij God. Bij al ons handelen mogen we bedenken dat God het is die als eerste barmhartig met ons is. En daarom hoeft het ons als we dit echt begrijpen en tot ons door laten dringen ook niet zwaar te vallen om barmhartig te zijn met anderen die ons iets verschuldigd zijn. Het enige dat nodig is, is dat we ons Gods barmhartigheid jegens onszelf herinneren.
In het evangelie van vandaag zien we Christus als een strenge en toch milde rechter over ons. Hij is een rechter - streng tegenover de blindheid en onverschilligheid die we soms tonen tegenover onze naasten in nood. Hij werpt mensen van zich af die hard, cynisch en onverschillig zijn, die blind zijn voor de nood van de ander. Maar dat doet Christus niet omdat Hij zelf hard, cynisch en onverschillig zou zijn. Juist integendeel: Christus is zelf medelijdend met mensen in nood, en hij is zelf barmhartig. Daarom is Hij al verborgen aanwezig in de mens aan wie wij onze barmhartigheid betonen. Wat we aan de minsten der zijnen doen, doen we aan Hem. Met het beeld van Christus als rechter, als degene die ons ter verantwoording roept, hebben we misschien wat moeite. Want in ons beeld van Christus staat de acceptatie van wie je bent vaak centraal. Je mag er zijn, als levend beeld van de levende God. En zo is het ook. Maar daar hoort ook verantwoordelijkheid bij, het dragen van verantwoordelijkheid en het afleggen van verantwoording. Verantwoording aan die stem in ons geweten, die ten diepste van Christus zelf afkomt: waar was jij, toen ik nood was?

Juist door onze verantwoordelijkheid serieus te nemen en juist door ons aan te spreken op medelijden en barmhartigheid jegens anderen is Christus zowel aan die ander als opnieuw aan ons barmhartig: door ons de gelegenheid te geven om uit onszelf te treden, en er te zijn voor de ander. Barmhartigheid is een geschenk van God dat de ander redt in de nood en onszelf verlost van zelfzucht en ik-gerichtheid.
Barmhartig moeten we niet zijn, we mogen het zijn, omdat ons al barmhartigheid geschonken is. Tobit met zijn eenvoudige trouw aan zijn volk in ballingschap, begraaft de joodse doden, zoals het hoort; in het naar hem genoemde verhaal doet hij dat met gevaar voor eigen leven. Toch is dit barmhartigheid bij uitstek: wie anders kan de doden begraven dan de nabestaanden? Wie anders kan aan hun identiteit als volk en als gelovige recht doen? De doden bragraven is terecht een werk van barmhartigheid.
Mattheus veretelt ons van hongerigen, dorstigen, vreemdelingen, mensen zonder kleding, zieken en gevangenen: allemaal mensen die zichzelf niet kunnen redden. Deze mensen zijn niet ver weg, ze leven bij ons om de hoek, op straat, in zorginstellingen, in gevangenissen, in uitzetcentra voor vreemdelingen.
Medelijden en barmhartigheid: het zijnwoorden die enige tijd een beetje beladen zijn geweest, alsof degene die medelijden heeft superieur is aan de ander die medelijden ontvangt. Toch zijn medelijden en barmhartigheid geen lelijke woorden, en geen woorden die onszelf boven andere mensen plaatsen. Want ook wij ontvangen steeds Gods barmhartigheid, en juist daarom kunnen we die verder schenken. Moge het zo zijn.

Zoeken in Preken Online