Liefdeswijding (2005)

Thematisch · Allerlei · groen

Lucas-evangelie (7, 36-50).

Je maakt wat mee als pastor in Amsterdam … Werd er van de week gebeld door ene Mariëlle Videler: “Ja, wij willen op het Leidseplein een “liefdeswijding” doen … Want het Leidseplein en omgeving: daar ontbreekt het aan liefdes-kwaliteit.” (zo vat ik de woorden van MariëIle maar even samen).“We willen het doen (die liefdeswijding) met wierook. En daar hebben we dan van die houders voor nodig. Kunnen wij die misschien van U lenen …?” Mariëlle koos omzichtig haar woorden. Ik kon horen aan haar stem dat zij zich ervan bewust was zich op glad ijs te bevinden. Vooral natuurlijk vanwege een ander belangrijk aspect van die liefdeswijding: die zou moeten verricht worden door enkele prostituées dan wel ex-prostituées: want die hebben er verstand van, van liefde en van het gebrek eraan. “Ervaringsdeskundigen” heet dat. Ik kon mij de schroom van Mariëlle bij het benaderen van “een pastoor” wel voorstellen. Want we weten allemaal: de katholieke kerk, liefde en seksualiteit - dat is een ingewikkelde verhouding - vooral als het om vormen van liefde en seksualiteit gaat buiten het huwelijk van man en vrouw … Ik heb de Katechismus van de Katholieke Kerk uit 1995 er nog maar even op nageslagen en daar lees ik: “Prostitutie pleegt inbreuk op de waardigheid van de persoon die zich eraan overgeeft en daardoor gereduceerd wordt tot een lustobject. Wie ervoor betaalt , zondigt zwaar tegen zichzelf: hij (…) bezoedelt zijn lichaam als een tempel van de heilige Geest.”. Maar de katechismus voegt er wel aan toe: “(Ook) al is het altijd zwaar zondig zich aan prostitutie over te leveren, toch kunnen armoede, chantage en sociale druk de toerekenbaarheid van de fout verminderen.” Tot zover de katechismus.

Het gemakkelijkste is het natuurlijk voor mensen van de kerk om zo’n vraag als die van Mariëlle, om daar verder niet op in te gaan. “Wierookvaten” die zijn er om het altaar en het Allerheiligste (het brood waarvan wij in de kerk geloven dat het het lichaam van Jezus is); om dat te bewierooken. Wierookvaten - die hebben met God en Jezus Christus en met de kerk te maken, met het hoogste kortom dat er bestaat, zo vinden de mensen van de kerk … Wierookvaten moeten voor die sfeer van het heilige dan ook absoluut gereserveerd blijven vinden sommigen. Zeker zouden ze niet op wat voor wijze dan terecht mogen komen ín en bezoedeld mogen raken dóór de sfeer van de zogenaamde “betaalde liefde” die door sommige mensen gezien wordt als “het láágste” dat er bestaat. Mensen van de kerk worden al gauw nerveus van zo’n vraag als die van Mariëlle en denken al gauw: daar kan gemakkelijk gedonder van komen, dus laten we dat in godsnaam voorkómen. Ik heb dat zelf ook gemerkt toen ik de schriftelijke informatie van Mariëlle over haar project doorspeelde naar de leden van mijn parochie-bestuur. “Niet doen” was het advies van de meeste bestuursleden … Maar ik heb mij geroepen gevoeld om op haar verzoek toch wél in te gaan. Waarom? Omdat wij hier geloven lieve mensen in God die mens is geworden in Jezus Christus. En zoals U zoëven hebt kunnen horen in de evangelie-tekst die ik heb voorgelezen: Jezus zélf was benaderbaar voor die vrouw “die in de stad bekend stond als zondares”. Jezus líet zich door haar aanraken. Zij kuste zijn voeten. Zij waste die voeten met haar tranen. Zij droogde ze met haar lange haren áf. En zij wreef ze in, die voeten, met geurige olie. Niet zomaar een aanraking dus, maar een inténse aanraking, vól hartstocht. Jezus liet haar begaan. Hij verzette zich niet. Hij liet het met zich gebeuren. Als Jezus zélf toegankelijk is voor die vrouw die “in de stad bekendstond als zondares”, hoe zou Zijn kerk zich dan kunnen afsluiten voor Mariska Majoor en haar collega’s die in de stad en ver daarbuiten eveneens bekend staan als zondaressen? En als die anonieme vrouw Jezus zélf zó aan mag raken, waarom zouden “de dames” hier dan niet de wierookvaten mogen aanraken en mogen hanteren die er precies zijn om Hem, om Jezus, eer te brengen en in Jezus Gód? Jezus wéét welke gedachten er omgaan in het hoofd van de farizeeër Simon die de vrouw in kwestie etiketteert als “een zondares” en die op haar neerkijkt als zodanig. Jezus stoot die moraalridder van zijn troon en Hij neemt het op voor de vrouw “die in de stad bekendstond als zondares” en Hij verheft haar. Jezus ziet dat die vrouw veel méér is dan alleen maar een zondares. Hij ziet in haar óók en daarbovenuit (boven de zónde uit) de liefde, de echte, pure en reine liefde die zij Hem, Jezus, toedraagt. Ook die liefde heeft deze vrouw in zich. Ook van die liefde is deze vrouw de draagster en de verkondigster. Ook die liefde kan zij geven. “Haar zonden zijn haar vergeven, al waren het er veel, want ze heeft veel liefde betoond.” Zo hoop ik, dames, dat ook Ú op weg wilt gaan met de prachtige zilveren wierookvaten van de Vredeskerk: als draagsters en verkondigsters van de echte, pure, reine en goddelijke liefde die in Jezus Christus mensgeworden is. Dat U zélf die liefde ín U mag hebben en dat die uit U mag opstijgen zoals uit een wierookvat.

U trekt nu zodadelijk naar het Leidseplein mèt onze wierookvaten en met rode lantaarns - ook die gaan méé. Toen ik die gisteren zag staan moest ik wèl even slikken. Hoe gaan mensen dat opvatten? - zo vroeg ik mij toch onwillekeurig af. Zal men niet zeggen: de Vredeskerk keurt prostitutie góed en bevordert, bewierookt die. Uiteraard is dat niet míjn bedoeling - dat men dit zó opvat. Maar wat dit betreft geldt natuurlijk altijd: Mensen zien wat ze wíllen zien. Mensen vatten dingen op zoals ze dingen wíllen opvatten. Mensen leggen de dingen uit zoals ze die wíllen uitleggen. Ook de godslamp die hier in de kerk brandt bij het zogenaamde tabernakel, waarin het brood dat Jezus’ lichaam is bewaard wordt; ook bij dat tabernakel brandt een kaars in een rood glas. Want in dat brood, in Jezus’ lichaam, geeft God ons hier Zijn Liefde. Mogen de rode lantaarns waarmee U naar het Leidseplein trekt getuigen van diezelfde goddelijke liefde. “Ik verzeker jullie”, zegt Jezus in het éénentwintigste hoofdstuk van het Mattheüs-evangelie tegen types zoals de farizeeër Simon die wij zijn tegengekomen in de tekst die ik vandaag hier heb voorgelezen; Hij zegt tegen hen: “Ik verzeker jullie, tollenaars en hoeren gaan júllie vóór naar het Koninkrijk van God.” Ik zou zeggen, dames, gá ons in die zin vóór en wijd het Leidseplein toe aan de goddelijke liefde, wéés de apostelen van Zijn Koninkrijk. Ik hoop en bid dat ik en anderen in staat mogen zijn U om U te volgen daarheen - naar dat Koninkrijk van God. Amen.

WIJDING VAN DE WIEROOK

Moge, goede God, deze wierook gewijd zijn tot eer van Uw Naam.
Moge deze gewijde rook het beeld zijn van onze gebeden
en getuigen van ons verlangen dat uitgaat naar U die de ware,
de pure, de zuivere liefde zijt. Moge de liefde die Gij zijt in ons zijn.
Mogen wij de dragers zijn Uw liefde zijn.
Mogen wij in staat zijn om Uw liefde met elkaar te delen
en aan mensen te geven met heel ons hart.

Zoeken in Preken Online