Al zou ik het gewild hebben, de afgelopen week heb ik niet kunnen
ontkomen aan het gegeven, dat het leven van een mens broos en eindig
is. &Midden in het leven zijn wij door de dood omgeven&, zingt
een middeleeuws lied. Maandag stond ik aan het ziekbed van een
huisarts, die voor het eerst van zijn leven iets mankeerde, maar dan
ook massief. Vanuit zijn vak wist hij wat er allemaal mis kon gaan, en
dat ging dan ook allemaal mis tijdens drie achtereenvolgende operaties.
Hij lag aan de beademing op de intensive care, en keek me met grote
bezorgde ogen aan. &Ik zal voor je bidden, Frans Jozef&,
beloofde ik hem. Dinsdagavond vroeg ik aan een medebroeder, die vier
jaar ouder is dan ik: &Hoe is het met je?& &Niet zo
geweldig, ik voel me niet lekker.& De volgende ochtend om half
zeven was hij dood: een verwaarloosde longontsteking. Hij is de derde
zestiger onder ons die de afgelopen twee maanden overleed.
Woensdagmiddag las ik in een internetbericht, dat twee jezuïeten in
Moskou werden vermoord. &Midden in het leven zijn wij door de dood
omgeven.&
Ziekte en dood drukken ons met de neus op de feiten, dat je het leven
niet kunt maken, maar alleen kunt ontvangen, in dankbaarheid. We zijn
niet voor eeuwig hier, maar ons wacht een toekomst waarover we
nauwelijks iets zinnigs kunnen zeggen, omdat al onze woorden en beelden
tekortschieten. Soms vangen we een glimp op van die andere wereld, soms
spreekt iemand een profetisch woord, zoals Jesaja die ons toezegt, dat
God de dood voor eeuwig zal vernietigen en van alle gezichten de tranen
zal afwissen. Of ik lees het getuigenis van pater Jan van Kilsdonk, op
1 juli overleden, die vertelde hoe hij ongeveer tweehonderd
aidspatiënten tot hun laatste snik heeft begeleid. En ongeveer allen -
voor een groot deel niet kerkelijk van huis uit, voor een ander groot
deel niet meer kerkelijk - zeiden spontaan: Ν ga ik naar het
licht.& Een dergelijke beeldspraak hoorde ik ooit ook uit de mond
van een Vlaamse priester, die op de televisie gevraagd werd naar zijn
beeld van God: &God is een ruimte vol teder licht.&
Met Allerheiligen en Allerzielen gedenken wij hen die ons zijn
voorgegaan en toegetreden zijn tot de gemeenschap der heiligen: de
grote heiligen van naam en onze kleine heiligen, onze dierbaren, die
lijfelijk uit ons midden zijn verdwenen.
De traditie van Allerzielen stamt uit de befaamde Franse abdij van
Cluny, waarvan de abt in het jaar 998 bepaalde dat alle met Cluny
verbonden kloosters op de dag na Allerheiligen de gestorvenen op een
bijzondere liturgische wijze moesten herdenken. Die goede gewoonte werd
vier eeuwen later door de hele kerk overgenomen. Lange tijd heeft er
ook het gebruik bestaan, dat de nabestaanden op Allerzielen een
zielebroodje aten en aan armen zielebroodjes uitdeelden. Op die manier
werd getoond, dat rouw en verdriet niet naar binnen moeten slaan, maar
dat je ondanks je verdriet vroeger of later weer de moed opbrengt om
open te staan naar anderen. Misschien komt hiervan wel de uitdrukking:
&De een zijn dood is de ander zijn brood.& Er zijn historici
die zeggen, dat Allerzielen teruggaat op een Keltisch feest, dat in de
nacht van 31 oktober op 1 november werd gevierd. Dat was in de
Keltische kalender de nieuwjaarsnacht, waarbij het oude jaar werd
begraven en een nieuw jaar opstond uit het graf.
Op een dag als vandaag moeten we het maar niet hebben over zaken als
vagevuur en hel, ingewikkelde theologische constructies van eeuwen
geleden, die ons eigenlijk op geen enkele manier helpen bij het
verwerken van ons verdriet, laat staan dat vagevuur en hel ons hoop en
perspectief bieden. Vandaag gedenken wij hen die ons door de dood zijn
voorgegaan: onze grootouders en ouders, onze partners en kinderen, onze
vrienden en buren, al die mensen die op een of andere manier naast ons
gestaan hebben. Hun namen mogen klinken in ons midden. Hun goedheid mag
ons opnieuw ontroeren. Hun humor en streling mogen ons verkwikken. In
hen allen heeft God ons nabij willen zijn. We bidden dat we hun zwakke
en zwarte kanten langzamerhand kunnen vergeven. We bidden dat ze
geborgen mogen zijn bij God. &Midden in het leven zijn wij door de
dood omgeven.& Jazeker. Maar dat is niet alles. &Midden in de
dood zijn wij in het leven, want Eén breekt het brood, om met ons te
leven midden in de dood.& (Muus Jacobse)
Tenslotte een tekst van de hedendaagse Israëlische dichter Yehuda
Amichai. Wat hij schrijft moge van toepassing zijn op al onze overleden
dierbaren en ooit ook op onszelf:
Rust in vrede. Je ziel is daarheen teruggestuurd
als een grote verrassing. Je hebt hem veel mooier gemaakt
sinds hij je werd gegeven, onherkenbaar veel mooier.
Engeltjes zullen de mooie verpakking openmaken
met kreten van verwondering.
Overweging op allerzielen (2008)
Feest · 2 november · Allerzielen · paars