Ongetwijfeld lopen er vandaag op aarde mensen rond
die later zalig of heilig zullen verklaard worden.
Mogelijks zelfs in ons eigen land.
En wie weet, misschien zijn er wel zulke mensen
in onze nabije omgeving?
Zijn wij immers niet allemààl geroepen
om onze invalshoek bij alles wat we doen en nastreven
zó te kiezen dat we een stukje zaligheid mogen proeven?
Het woordje ‘zalig’ horen we dikwijls in en heel werelds taalgebruik,
zoals ‘wat een zalig weertje’ of ‘zalig zeg, zo’n dagje vrijaf!’
Dan wordt bedoeld dat iets heilzaam is, deugddoend,
mogelijks zelfs ‘bevrijdend’.
Het woord ‘zalig’ is dus niet verdwenen uit onze woordenschat.
Proberen we de Bergrede te begrijpen of mooier te doen klinken,
dan wordt het woordje ‘zalig’ veelal vervangen.
En om iets uit te leggen,
heb je altijd meer woorden nodig dan wat er eigenlijk staat.
Welke woorden je ook in de mond neemt
om de Zaligsprekingen te verduidelijken, onthoud vooral dit:
Het is lang niet altijd makkelijk volhouden een kind van God te zijn.
We botsen op hindernissen van buitenaf
en ook binnen in onszelf durft het wel eens ‘rommelen’.
Wanneer we doorbijten om onrecht geen kans te gunnen,
wanneer het lijden van anderen ons ten diepste treft,
wanneer we bescheiden blijven in wat we doen,
en wanneer ondanks tegenkantingen blijven leven in de zekerheid
dat onze inzet voor Gods Rijk onder de mensen vrucht draagt,
dan mogen we vooruitblikken op ‘zalige tijden’.
God belooft het ons.
Allerheiligen 2010