Feest van Allerheiligen (2006)

Feest · 1 november · Allerheiligen · wit

Beste Dorpsgenoten,

“Brengt geen schade toe aan de aarde noch aan de zee noch aan de bomen voordat wij de dienstknechten van onze God met het zegel op hun voorhoofd getekend hebben.” Deze woorden uit de eerste lezing klinken niet bemoedigend voor mensen die bezorgd zijn om het milieu. Want zij weten dat alles dat uit het milieu verdwijnt voorgoed verloren is. Maar volgens de woorden die we gehoord hebben is er iets dat veel beter is dan een duurzaam milieu.

En in het evangelie klinken bemoedigende woorden: " Zalig de armen van geest, want aan hen behoort het rijk der hemelen. Zalig de treurenden want zij zullen getroost worden."

Toen er nog geen TV was en toen ik nog nauwelijks de krant las, waren dit veelbelovende, troostende woorden. Daar deed ik het mee. Maar nu weet ik beter: Ik weet nu meer van gehandicapten, dichtbij en ver weg, iedere dag zie ik op het nieuws treurende, hongerige, vervolgde en verjaagde mensen, vooral vrouwen en kinderen.

En als ik mij dan verdiep ik de woorden die ik u heb voorgelezen, dan is mijn conclusie: prachtige woorden, schitterende beloften, even belangrijk als borden langs de wegen die richting en afstand aangeven. Ze staan er wel maar daarmee ben je er nog niet, de afstand tussen richtingaanwijzer en doel zul je nog moeten afleggen op een of andere manier. En deze mooie woorden zijn nu al zo oud en in de meeste gevallen blijven het beloften, mooie maar loze beloften of ze nu van Onze Lieve Heer of van een profeet komen.

In het Evangelie van Thomas, dat in zijn tijd niet gelezen mocht worden en dat zelfs verbrand moest worden, lezen we: “Zijn leerlingen vroegen aan Jezus: wanneer zal het koninkrijk komen? Jezus antwoordde: het koninkrijk komt niet door het te verwachten. Je kunt niet zeggen: ‘hier is het’ of ‘daar is het.’ Nee, het koninkrijk is uitgespreid over de aarde maar de mensen zien het niet.” WIJ zien het niet.

Vandaag vieren we het feest van Allerheiligen, dat stamt uit de negende eeuw. Maar al eeuwen tevoren spraken de mensen hun geloof uit in de twaalf artikelen des geloofs, en een daarvan luidde: “Ik geloof in de gemeenschap der heiligen.”

De heiligen, dat zijn de bewoners van de hemel, de wereld die eeuwig zal duren. En wij bidden vandaag dat wij zo leven dat wij in het eeuwige vaderland aankomen.

Maar het gaat niet om het eeuwige vaderland; het gaat om het koninkrijk dat is uitgespreid over de aarde maar dat de mensen nog niet zien.

En dat is jammer, want ofschoon er veel is om over te jammeren blijft er nog genoeg over dat ons blij maakt en ons moed geeft, als we er oog voor krijgen.

We doen er beter aan om de heiligen en hun koninkrijk hier op aarde te ontdekken en niet te wachten tot we in het eeuwige vaderland zijn aangekomen.

Als we goed gekeken hebben, dan hebben we daar vlakbij iets van kunnen meemaken.

“Het scherm open” heeft het toneelseizoen geopend met de eerste voorstelling gisteren in onze kerk.

Dan doen ze al 61 jaar. Niks nieuws. Maar wat mij iedere keer weer als een grote verrassing voorkomt is het feit dat een aantal mensen zich samen zo kan inzetten om iets op de planken te krijgen.

Als ik zie en bedenk wat de leden van de toneelclub aan tijd, aan energie aan vindingrijkheid gegeven hebben. Wat ik van dichtbij heb meegemaakt: het opbouwen van het decor, de verlichting, al de techniek en al het gewone, noodzakelijke harde werk dat daarbij komt kijken. En het even zorgvuldig afbreken ervan daags erna.

De leden van een dergelijke club hoef je geen heiligen te noemen maar ze verdienen wel dat we oog hebben voor wat ze tot stand gebracht hebben. Niet alleen de productie, het voorbereiden en opvoeren van een toneelstuk, maar ook wat daar aan samenhang en gemeenschapszin uit spreekt. Zoveel gezichten die ik niet kende en die allemaal bij het toneel horen, zoveel verschillende karakters die op hun beurt allemaal wel eens wat hebben bijgegeven. En ik vraag me af wat de spelers de grootste voldoening heeft gegeven: de lachsalvo’s en het applaus op het einde van de voorstelling of het plezier van samen, met zijn allen, zo iets tot stand te brengen.

En daarbij blijft het niet. Ik geloof in het resoneren van goede daden. Als je een toets op een piano aanslaat, dan gaat de snaar van de zelfde toonhoogte van een viool die op de piano ligt, meeklinken. Vanzelf.

Dat geldt ook voor een goed woord, een prachtige prestaties. Het blijft daar niet bij: het woord of de prestatie gaat zich vermenigvuldigen, zoiets begint te resoneren; het roept dezelfde klank, dezelfde saamhorigheid, hetzelfde plezier op, heel ergens anders.

Wat hier de laatste weken zo intensief is gepresteerd, is niet voorbij, het blijft doorklinken, op allerlei plaatsen, op allerlei manieren.

Dat kan ons allemaal inspireren: een vriendelijk woord, een glimlach, een groet, is nooit weg maar blijft doorklinken en maakt de wereld wat beter. En zo kunnen wij die mooie beloften uit de bijbel toch tot werkelijkheid maken, met heel kleine beetjes, en dat is al heel veel, zeker als het ook nog wat resoneert

Dat het zo moge worden.

Zoeken in Preken Online