Een jaar geleden zag je op stations grote posters met 365 heiligen, een voor elke dag van het jaar. Tegelijkertijd ging er een campagne van start, waarin mensen gevraagd werd om namen in te sturen van nieuwe heligen. Dat zouden dan mensen moeten zijn, die zich in het klein of in het groot hadden ingezet - of nog inzetten - voor hun medemensen. Ik meen dat een oude pater in Tilburg boven aan het lijstje stond. Hij had al zoveel jaren elke avond het oude brood bij bakkers opgehaald en op zijn gammele fietsje in weer en wind in Tilburg bezorgd bij arme gezinnen.
Hij was een van de mensen, die dromen van een andere wereld, die de bestaande werkelijkheid (de grote tweedeling in rijk en arm) niet vanzelfsprekend vinden, die vinden dat het anders kan en anders moet, zodat alles en iedereen tot zijn/ haar recht kan komen, menswaardig kan leven, omdat zij de heilige overtuiging hebben dat dat Gods bedoeling is.
Ik woon in een buurt waar ik zeker twee of drie keer in de week tegen een oude heer aanloop, die mij telkens meent te moeten aanspreken omdat ik priester ben. Het gesprek vergt telkens een minuut of tien. Als hij op mij toe komt, weet ik al vooruit waar het over zal gaan, over die in-slechte wereld, over al die in-slechte mensen, over de kerk die er maar niks van bakt, over het einde van de wereld. Een en al doem. En als hij uitgepraat is, vraag ik hem steeds maar weer: ‘Piet, heb jij ook nog een andere bril? Deze is zo donker.’
Ik geef hem gelijk dat ik ook niet onverdeeld optimistisch ben over de wereld vandaag, maar dat ik altijd toch weer zulke mooie mensen ontmoet, die tegengas geven, die een andere wereld neerzetten, die de wereld goed, mooi en leefbaar proberen te maken. Mensen die leven van een visioen, van Gods visioen, en heel hun leven inzetten om dat visioen waar te maken.
En dat ik vaak het voorrecht heb dat ik met zulke mensen het laatste stukje van hun levensweg mag mee lopen, en getuige mag zijn van wat hen bezighoudt en bezig hield in hun leven. En dat ik - als zij gestorven zijn - met hun familie (man of vrouw of kinderen) mag terugblikken op hun leven. En dat ik dan zo vaak bij mijzelf denk: wat een mooi leven, een leven dat een stuk zon, licht, geluk, vrede heeft weten te brengen in donkerte, aan mensen die niet meetellen of niet mee kunnen of verdriet hebben of gebrek lijden.
Zij zijn ons voorgegaan, eenvoudige mensen, op die weg, met zachte moed en een zuiver hart(zoals het evangelie zegt), hongerend en dorstend naar gerechtigheid, vrede en geluk brengend. Als we dit weekend allerheiligen vieren, dan denk ik niet alleen aan de brave zielen die officieel door de paus op een voetstuk zijn gezet, ons ten voorbeeld, maar ook en vooral aan de lieve mensen heel dichtbij, die van ons zijn heengegaan, man of vrouw, vader of moeder, broer of zus, in wier leven toch ook op de een of andere manier iets van Gods goedheid en liefde zichtbaar was.
Wij hebben afscheid van hen moeten nemen en wij voelen de pijn nog elke dag van dat gemis, en toch, wij zijn trots dat zij in ons leven mochten zijn, zo nauw met ons verbonden. Wij zijn geraakt door hun voorbeeld en voelen aan hen, hoe mooi de wereld kan zijn;en we zijn verrast hoeveel mensen door hen geraakt zijn.
Het is fijn naar hen te mogen kijken en aan hen te mogen denken en ons te realizeren, dat de woorden van Jezus, die wij zojuist in het evangelie gehoord hebben, op hen van toepassing zijn: Gelukkig zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid, gelukkig zij die barmhartig zijn, gelukkig zij die zuiver van hart zijn, gelukkig zij die vrede brengen.
Ja, echte heiligen zijn de mensen, die in dit tranendal gewoon een stukje van dat visioen van God, van die bergrede, waargemaakt hebben of waarmaken.
Strakjes gaan wij de namen noemen van hen, die in het afgelopen jaar van ons zijn heengegaan. Hen gedenken en vieren op dit feest vandaag betekent: doorgaan in de lijn van hun leven, net als zij intens verlangen naar harmonie, naar leven voor iedereen, naar heelheid in God.