Allerheiligen (2005)

Feest · 1 november · Allerheiligen · wit

Meneer Corstjens moet één van onze oudste parochianen zijn. Zes-en-negentig jaar oud is hij. Hij woont in “d’Oude Raai” en is gelukkig helder van geest. En met behulp van de onvolprezen rollator beweegt hij zich nog door het huis. Van meneer Corstjens kregen we een paar jaar terug dit Antonius-beeld dat sindsdien in de secretariaatsruimte van de pastorie prijkt. Meneer Corstjens vertelde mij dat het van een tante van hem geweest is die op de Ruysdaelkade woonde, op de begane grond. Het beeld stond destijds achter de ramen aan de vóórzijde en er brandde een lichtje bij. Volgens meneer Corstjens heeft dat zijn tante nog ooit ongewenst bezoek opgeleverd van een onbekende heer …

In de tijd van het “rijke Roomse leven” was Antonius een heel populaire heilige. Hij werd met name aangeroepen, Antonius, als men iets kwijt was. “Antonius m’n beste vrind geef dat ik m’n bril terugvind …” Om deze reden worden de gevonden voorwerpen in deze kerk nog altijd verzameld op ’t Antonius-altaar. Dus als er weer eens iemand belt met de mededeling: “Pastoor, ik ben bij U in de kerk geweest en nou heb ik m’n bril daar laten liggen. Ik zat ongeveer op de vijftiende rij aan de linkerkant, bij Maria …”, dan kan ik zeggen: “Komt U zelf even kijken, de kerk is elke middag open; en als uw bril gevonden is, dan ligt ie in het mandje op ’t Antonius-altaar …”. Het Antonius-beeld van de tante van meneer Corstjens is een voorbeeld van echt een zoet heiligenbeeld, een soort pop eigenlijk. Je zou bijna vergeten dat die Antonius een echt mens, een mán van vlees en bloed is geweest. Hij werd geboren in Lissabon in 1195. Hij was vijfentwintig jaar oud en een theologie-student in de Portugese universiteits-stad Coïmbra toen daar in 1220 de stoffelijke overschotten arriveerden van vijf in Marokko om het leven gebrachte christelijke missionarissen. Antonius (die toen trouwens nog Fernandez heette); hij kwam toen op het idee om hun plaats in te nemen en óók naar Marokko te gaan … Hij deed dat ook, maar hij werd ziek en het schip waarmee hij zou terugkeren naar Portugal leed schipbreuk en zo kwam hij in Italië terecht. Daar ontmoette hij Franciscus van Assisi wiens volgeling hij werd. In Italië werd hij een beroemd en zeer geliefde rondtrekkende predikant. Vooral na zijn dood kwamen er de meest fantastische verhalen over hem in omloop: dat hij een keer tot de vissen preekte toen de mensen niet kwamen opdagen; en dat in Antonius’ bijzijn een baby getuigd had dat zijn moeder onschuldig was toen ze van echtbreuk werd beschuldigd en dat een ezel die drie dagen niet gegeten had niet at van het voer dat hem werd voorgehouden maar wèl neerknielde voor een hostie die hem door Antonius werd voorgehouden. Dat soort verhalen. En ook dat het kind Jezus aan hem verschenen was … Vandaar dat hij altijd met het Jezus-kind op zijn arm wordt afgebeeld … ook bij het grote beeld op het Antonius-altaar is dat het geval …

Ja, mensen, de mensen hebben er soms wat van gemáákt van de heiligen … aar vergeet niet … ze hebben dat gedáán omdat de heiligen ook al wat wáren: mensen namelijk in wie vaak op een prachtige manier het licht en de liefde van God is zichtbaar geworden; mensen die vlees en bloed gegeven hebben aan Jezus’ zaligsprekingen die we zoëven weer hebben horen voorlezen - en die we niet genoég kunnen horen; waar we niet genoeg aan herinnerd kunnen worden omdat Jezus erin schildert hoe mensen naar God’s hart eruitzien …

Toen paus Benedictus XVI afgelopen zomer in Keulen was, bij gelegenheid van de Wereldjongerendagen heeft hij ook gesproken over de heiligen. Uit één van zijn toespraken daar wil ik U een stukje voorlezen. De paus zei:

“Er is de grote schare heiligen, bekende en onbekende, in wier leven de Heer het evangelie geopend heeft, in de loop der geschiedenis en ook nu nog. In hun leven toont zich de rijkdom van het evangelie als in een groot prentenboek. Zij vormen het stralende pad van God, dat Hij zelf door de geschiedenis heeft getrokken en nog steeds trekt (…)” Paus Johannes Paulus II “heeft veel mensen uit het verleden en uit meer recente tijden zalig en heilig verklaard. Hij wilde ons in deze mensen tonen wat het betekent christen te zijn, wat het betekent het leven goed te leven - het op Gods wijze te leven. De zaligen en heiligen waren mensen die niet vertwijfeld hun eigen geluk zochten, maar zichzelf eenvoudig wilden geven, omdat ze door het licht van Christus geraakt waren. En zo tonen ze ons hoe men gelukkig wordt, hoe men waarlijk mens kan zijn. In de wisselvalligheden van de geschiedenis waren zij de werkelijke vernieuwers, die de geschiedenis steeds weer uit de donkere dalen getrokken hebben, waarin ze steeds weer dreigt te verzinken, en die steeds weer zoveel licht hebben gebracht dat mensen, zelfs als ze lijden, kunnen instemmen met het woord van god, dat Hij sprak aan het einde van de schepping: Het is goed. (…) Alleen van de heiligen, allen van God, komt de werkelijke revolutie, de fundamentele verandering van de wereld.”

Tot zover de paus. En nu weer terug naar Amsterdam. Of naar Paramaribo. Ik sprak pas een Surinaamse jonge man die met grote dankbaarheid en warmte sprak over zijn moeder. Dat maakte veel indruk op mij. “Het perceel van mijn moeder”, zo zei hij, die jonge man, “daar dragen de bomen vier, vijf keer per jaar vrucht” - terwijl ze in de omgeving maar één keer geoogst. “De kersenboom, de olijfboom, de mangoboom enzovoort: er blijven maar vruchten aan komen zo zei hij. En het erf van zijn moeder - de kinderen uit de hele buurt trekken er naar toe. “Waarom zitten ze altijd hier?” vroeg die zoon aan zijn moeder … “Ach, het is een genade van God …” zei zijn moeder die, zo dacht ik, met Allerheiligen in het verschiet, misschien wel een heilige is, een “heel” een gaaf mens - zoals God een mens bedoeld heeft te zijn. Dat wij allen, veelgeliefden, tóe mogen groeien naar die heelheid, naar die gaafheid. Dat we ons niet neer mogen leggen bij onze hebbelijkheden die van ’t leven op aarde en ook binnen de kerk, ook binnen déze kerk, een soap een idiote drama-serie kunnen maken. Maar dat we boven onszelf uitstijgen en heel onze omgeving als het ware daardoor “opgetild” wordt en licht en ruim wordt; zodat er uitzicht komt op een nieuwe hemel en een nieuwe aarde waar heiligen zich verzamelen rond de troon van God. Daartoe, veelgeliefden, roepen wij in deze viering alle heiligen in de hemel en op aarde aan; opdat de wereld en wijzelf op de eerste plaats transformeren, van gedaante veranderen …

De oude heer Corstjens in “d’Oude Raai” is zéér te spreken over alle engelen die hem ook op aarde reeds vol zorg omringen. Sommige van die engelen komen uit het land waarheen de jonge Fernandez, de toekomstige Antonius, vol idealisme was uitgetrokken, een land waar veel van onze huidige stad- en landgenoten ook hun roots hebben. Hij zegt: “Ik geloof in Jezus. Zij geloven anders. Maar dat maakt niet uit. Het is allemaal één.” Dat is wat hij ervaart en wil en waar hij naar verlangt. De wijsheid van een zes-en-negentig-jarige … “Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten.” “Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden.” Dat zijn de heiligen … Laten wij hun namen noemen. Laten wij hun aanwezigheid oproepen. Laten wij door hun voorbeeld gesterkt en geïnspireerd worden. Amen.

Zoeken in Preken Online