Mensen zijn elkaar gegeven om elkaar tot heil te zijn. Heil en heilig hebben natuurlijk met elkaar te maken. Denk maar aan Heiloo: dat zou heilig bos betekenen, en de benaming zou terug gaan naar de tijd van de heilige Willibrord. Heilig is: aan God gewijd, afgescheiden van profaan gebruik. In onze beleving is heilig daarom om van af te blijven, je mag er niet in de buurt komen. Toch is Jezus, de Zoon van de Allerhoogste, en de geheel heilige, juist naar ons toegekomen, dichtbij, mens geworden als wij, juist om ons te heiligen, om een brug te slaan tussen God en de mensen, en om ons zo heel te maken.
“Dit is de wil van God, uw heiliging”, schreef Paulus. Die heiligheid bestaat erin als mensen God liefhebben met heel hun hart, met heel hun hebben en houden, en leven “zoals heiligen betaamt” bekleed “met tedere ontferming, goedheid, deemoed, zachtheid, liefde en geduld.”
In de brief aan de Galaten somt Paulus de vruchten van de Geest op waardoor wij leven uit die Geest van heiligheid: “liefde, vreugde, vrede, geduld, vriendelijkheid, goedheid, trouw, zachtmoedigheid, ingetogenheid.” Eigenlijk niet spectaculair, maar waardevol en levens-noodzakelijk. Ieder van ons weet hoe moeilijk het is om altijd uit dat vaatje te tappen, en om niet toe te geven aan die zeer menselijke gemoedsbewegingen van ongeduld en toorn, die toch alleen maar schade aanrichten. Daar hebben we dan spijt van, en om weer heel te worden richten we ons tot de Heer die de bedroefden troost en de gevallenen opricht.
Van zijn onuitputtelijke liefde krijgen wij de kracht om zo om te gaan met het aardse dat wij er niet in opgaan, maar dat wij geleidelijk worden omgevormd naar het beeld van de Heer, die leefde vanuit zijn verbondenheid met de Vader, ten bate van alle mensen.
Lieve mensen dat klinkt misschien allemaal ver en hoog, maar toch hebben wij er allemaal weet van. Wij kennen mensen in onze omgeving die iets van die vruchten van de geest laten zien.
Wij dragen de herinnering mee aan mensen die wij mochten ontmoeten, en die soms iets uitstraalden van die goede Geest, echte menslievendheid, onuitputtelijk geduld, tedere barmhartigheid. Dat zijn waarden die blijven. Zulke mensen hebben ons vertrouwen doen groeien dat het nog goed komt met onze samenleving, dat het de moeite waard is om ons in te spannen, dat we erin mogen geloven, in de komst van dat rijk.
Gerard Reve stelde in een gedicht de vraag: wordt het nog wat met dat Koninkrijk van God?
<>Luister je naar het nieuws, hoe het toegaat in de politiek, in de wereld van macht en geld, dan ben je geneigd te twijfelen en te wanhopen. Maar er wordt ook een andere geschiedenis geschreven. Door de mensen waarvan het evangelie vertelt, en die Jezus zalig spreekt. <>Door zulke mensen wordt het Rijk Gods gebouwd. Er is een tijd geweest dat men dacht de schittering daarvan al hier beneden aan het licht te kunnen laten komen, in majestueuze bouwwerken, in een rijke liturgie, in een triomfantelijk christendom. Zou dat echt de bedoeling zijn? Ik durf het nog te stellen noch te ontkennen. <>Maar zeker komt het Rijk Gods aan het licht in mensen die bezield zijn door de Geest der Zaligsprekingen. Soms zijn dat mensen van naam en faam, heel dikwijls hebben zij verborgen geleefd, heel dikwijls hebben zij het verlangen van hun hart slechts kunnen uiten in kleine en onopvallende daden.
“Wat moet ik doen om een heilige te worden?” vroeg een dame aan Franciscus van Sales.
<>“Zachtjes de deuren sluiten”, was het ontnuchterend antwoord. Als ze de raad heeft opgevolgd met grote liefde en nederigheid, twijfel ik er niet aan of de hemelpoort is voor haar wijd opengegaan. Mogen ook wij in kleine dingen getuigen van ons geloof in Gods grote mensenliefde.
Allerheiligen (2006)
Feest · 1 november · Allerheiligen · wit