Beste vrienden,
Ik veronderstel dat de „Rolling Stones“ ook voor jullie een begrip zijn, ook al zijn jullie misschien niet direct de grootste fans van hun muziek. Maar jaren geleden hebben die zelfde „Rolling Stones“ een hit gehad die vandaag onze belangstelling verdient. Hij heeft als titel: „You’ll never make a Saint of me“, wat wil zeggen: „Uit mij zult ge nooit een heilige maken“. Voor een rockband heeft de tekst van die song wel verrassende theologische inhoud: daar is sprake van Johannes de Doper die de haat van Herodes opwekt en die daarom een gruwelijke martelaarsdood moet sterven; we horen ook over Paulus die zich, na geconfronteerd te zijn met een wonder licht uit de hemel, van een fervente christenvervolger ontpopt tot een enthousiaste apostel. Het lied gaat ook over Augustinus, die zijn liederlijke en lustvolle leven inruilde voor het toch zeer sobere leven van Bisschop en Theoloog. En die song steekt met dat alles niet de draak, maar het wordt verteld met bewondering en zelfs met een greintje weemoed. En zo luidt de conclusie van Mick Jagger op het einde: Kan zijn dat zoiets voorkomt, een radicale omkeer in je leven of een volledig opgeven van je leven voor Jezus, maar voor mij is dat onvoorstelbaar. Ik zal wel altijd blijven wat ik ben: een zondaar in zijn oude spoor. De luisteraar voelt duidelijk aan dat het refrein tot God is gericht: „Van mij zult ge nooit een heilige maken!“ Ik ben ervan overtuigd dat vele Christenen, en waarschijnlijk ook velen onder ons, het in stilte wel eens zijn met de “Stones”. Of voelen wij ons werkelijk geroepen tot heroïsche daden? De meesten onder ons hebben toch geen dramatische bekering achter de rug en in plaats van een radicale verandering in ons leven door te voeren kunnen we zelfs onze kleine en lastige gewoontefouten niet onder controle houden. „Allerheiligen“ – dat lijkt ons werkelijk een feest te zijn dat met ons niets van doen heeft, maar wel met die „heel anderen“, met die grote figuren uit de Hemel die toch zo oneindig ver van ons, normale stervelingen, af staan.
Ik zou die feestdag van vandaag willen benutten om onze mogelijk verkeerde voorstellingen over “Heiligheid” in vraag te stellen en te corrigeren. En daarom moeten we even nadenken over datgene wat wij in de geloofsbelijdenis elke zondag weer luidop belijden. Daar bidden wij allemaal samen: Ik geloof in de Heilige Geest en dan verduidelijken we hoe die Geest werkt; in de Kerk, in de gemeenschap van de Heiligen, in de vergeving van de zonden en de verrijzenis van het lichaam. Die gemeenschap van de Heiligen verbindt dus God met ons, mensen van vandaag, en met al diegenen die voor ons hebben geleefd, tot een levende eenheid. Daarom vieren we vandaag veel meer dan het feest van onze patroonheilige of van de bekende en minder bekende heiligen. We vieren eigenlijk iets drievoudigs: Eerst God zelf, die reeds in het oude verbond van zichzelf zegt: Ik, de Heer uw God ben heilig. En ook Jezus wordt de heilige van God genoemd.
In het woord Heilig zit het begrip „heil“ dat ons duidelijk maakt dat het God zelf is die ons het heil brengt en schenkt in gedurige gemeenschap met Hem. En die gemeenschap wordt voor ons ervaarbaar en voelbaar in de sacramenten en in Zijn woord, bv in de zaligsprekingen die we in de evangelielezing hoorden. Die zaligsprekingen zijn als het ware een zelfportret van Jezus, zijn beeltenis voor onze wereld. Ook Jezus was arm voor God, omdat Hij niets van zichzelf had, maar alles van de Vader ontving. Hij heeft getreurd om zijn overleden vriend Lazarus en Hij heeft tranen gestort omwille van het ongeloof van Jeruzalem. Hij was geweldloos en barmhartig. Hij had honger en dorst naar gerechtigheid voor alle mensen, wilde verzoenen en vrede stichten, werd vervolgd en gedood, maar bleef ons mensen trouw over de dood heen omdat hij ons wil laten deelhebben aan zijn verrijzenis en aan dat andere leven na de dood. Die heilige en heilbrengende God vieren wij vandaag, die God die in Jezus onze broer werd.
Vandaag vieren we ook die ontelbare schare heilige mannen en vrouwen die God in de loop der tijden hebben gevolgd. Het is een bont allegaartje met een dikwijls zeer bewogen geschiedenis en ze zijn in hun verscheidenheid even verschillend als u en ik. Mensen met hoeken en kanten, met licht en schaduw en met meestal toch ook wel een of andere schoonheidsfout in hun levensloop. Maar het zijn altijd mensen die aan de ene Heilige God hebben vastgehouden. Ze hebben in hun leven een poging gedaan om zijn woord in hun eigen tijd en situatie te vertalen en het zo toegankelijk te maken voor de mensen van hun tijd – ieder op zijn of haar eigen manier: Franciscus en Clara van Assisi, Jan Berchmans, Moeder Theresa, Damiaan de Veuster, of Johannes XXIII. Om de ganse bandbreedte zowel in tijd als in werking te tonen. Vandaag dragen velen onder ons de namen van deze vrouwen en mannen omdat we hen aanzien als onze patroonheiligen, als voorbeelden. En dat is een derde reden om vandaag te vieren. Want als we vandaag Allerheiligen vieren, dan horen wij daar ook allemaal bij! Paulus spreekt in zijn brieven de gelovigen altijd aan als Heiligen voor God van Korinthe, van Philippi en van andere plaatsen. Hij heeft het reeds tweeduizend jaar geleden kond gedaan: Heiligen zijn niet alleen maar hemelse voorsprekers, het zijn niet alleen afbeeldingen of beelden op hoge sokkels in de kerk, maar iedereen die in God gelooft en die probeert om dat geloof in het eigen leven ook waar te maken, die Jezus Christus als het ware handen en voeten geeft, is heilig. Dus zijn wij ook heiligen, u en ik. En Johannes drukt daar op wanneer hij in de lezing van vandaag zegt: “Wij worden kinderen van God genoemd, en dat zijn we ook.” Kijkt toch gewoon hoe groot de liefde is die de Vader ons schenkt. God heeft met ons onbegrensde mogelijkheden wanneer we gewoon doen wat de stichter van Taizé, Roger Schütz ooit als volgt heeft uitgedrukt: “Leef dat gedeelte van het evangelie dat je begrepen hebt.” En daar zou ik aan willen toevoegen: Niet meer en ook niet minder. Wij allemaal zijn heiligen, en God wil dat we gelukkige en uiteraard ook zeer menselijke heiligen zijn.
Hoe zingt Mick Jagger het ook weer: »Van mij zult ge nooit een heilige maken !? » Op het eerste gezicht klinkt dat zeer realistisch en bescheiden. Maar hoe meer ik er over nadenk hoe meer ik aanvoel dat we met een dergelijke uitsprak gewoon aantonen dat ons vertrouwen in God uiteindelijk maar klein is. Maar wanneer het juist is dat wij in Jezus Christus tot heiligheid geroepen zijn, en dat God zelf ons daartoe zijn genade schenkt, dan wil Hij toch ook voleinden wat Hij in ieder van ons is begonnen. Dus ga ik er van uit dat het bij ieder van ons wel heel wat kalmer en minder spectaculair zal verlopen als bij Johannes de Doper, Paulus of Augustinus. Maar dat ook uw en mijn leven een weg naar heiligheid is en dat ook onze namen voor altijd een plaats kunnen vinden in dat grote boek van alle heiligen. Dat is een vaste belofte en ook de goede boodschap van deze feestdag voor ieder van ons. Amen.