We vieren vandaag de heiligen Petrus
en Paulus:
2 kleppers op dezelfde dag
niet omdat ze direct de
beste vriendjes waren:
het waren eerder 2 tegenpolen
en ze
kwamen uit een heel ander nest.
Petrus was visser
en
zijn broodwinning lag op het meer van Genesaret.
Wellicht heeft hij ook stormen
getrotseerd
op wat de Romeinen “mare nostrum” noemden, “onze
zee”,
want Petrus wilde ook verder van huis
de producten van
zijn visbedrijfje aan de man brengen.
Paulus was eerder een
boekenwurm:
hij werd geboren in Tarsus in Cilicië;
een centrum
van Griekse cultuur;
zijn ouders waren joods die tot de Farizeeën
behoorden.
Als jongeman trok Paulus naar Jerusalem
om aan de
voeten van Gamaliël opgeleid te worden tot schriftgeleerde….
…
die twee typen zullen mekaar tegenkomen in de beweging rond Jezus van
Nazareth….
Petrus heette eigenlijk Simon.
Hij werd door zijn broer Andreas bij
Jezus gebracht
en al bij die eerste ontmoeting kreeg Petrus een
nieuwe naam:
“Kefas” zal je heten, dat betekent “steenrots”…
… op het eerste zicht zou je een kerk bouwen op die man ….
Paulus heette
Saulus
maar dat was in een vorig leven,
toen hij als en
woesteling van Damascus naar Jerusalem reed.
In de geschriften vinden we hem terug
als Paulus
die op de bèma van Athene naar de Acropolis wees en
zei:
“die onbekende god die kom ik jullie verkondigen”.
Simon en Saulus heetten ze
maar
als God iets met hen gaat beginnen,
dan krijgen ze een nieuwe
naam:
want God heeft zijn hand op hen gelegd.
Wat Petrus en Paulus
gemeen hebben is
dat ze eigenlijk alle twee late roepingen zijn.
Eerst bleef Petrus nog een tijdje
visser:
…er moest brood op de plank komen.
maar toen Jezus eens zijn boot
leende
om de menigte van daaruit de mensen toe te spreken
heeft
Petrus zich bij de groep aangesloten:
hij was zelfs niet verlegen
voor een boude uitspraak:
“Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God”
en Jezus daarop:
“Niet vlees en
bloed hebben u dit geopenbaard,
maar mijn Vader die in de hemel
is.”
Wat dat allemaal betekende zal hem
pas duidelijk worden,
op die eerste paasmorgen bij het lege
graf…
Paulus heeft Jezus niet bij leven gekend
Hij heeft léren geloven in de
verrezen Christus
en dat geloof werd ook hem geschonken…
…
“niet vlees en bloed”… maar een Christuservaring op weg naar
Damascus…
Vanaf dat moment noemde Paulus zichzelf “Apostel”
en
hij wijdde zijn leven aan de prediking onder de heidenen.
Petrus en Paulus: 2 monumenten van de
kerk
maar ze zijn alle 2 niet met een propere lei begonnen:
Petrus had wel gezegd:
“Gij zijt de Christus”
maar de betekenis zal hem op dat moment
ontsnapt zijn
want af en toe speelt hij de satan:
Zo bij de eerste
lijdensvoorspelling:
“dat verhoede God, Heer, dat mag u niet
overkomen”
en “nooit zult Gij mij de voeten wassen”
Petrus
is de duivel in het wijwatervat
maar als het er echt op
aankomt kent hij Jezus niet
en als Jezus sterft aan het kruis is
hij gevlucht…
Paulus kwam anders in
het nieuws:
hij was de officiële getuige bij de steniging van
Stefanus:
“hij stemde in met de dood van deze man.”
“Saulus woedde tegen de kerk,
drong
het ene huis na het andere binnen
en sleepte mannen en vrouwen
voor het gerecht”
… Paulus moest eerst
diep vallen en blind worden
voor hij kon opstaan
en zien…
Ze werden alle 2 vervolgd,
ze
stierven alle 2 de marteldood
maar hun dood wordt niet als een
tragische gebeurtenis ervaren voor de jonge kerk… de kerk staat of
valt niet met 2 mensen:
de jonge kerk kende geen
vedettencultus:
het is Gods kerk…
Petrus en Paulus hebben gedaan wat ze moesten doen…
Wat we kunnen leren uit hun feest
is
dat God ook kan schrijven op een vuile lei
en dat de kerk meer
gediend is
met werkers van het elfde uur
dan met nestbevuilers
of stuurlui aan de wal…