Zusters en broeders,
Vandaag is het 24 juni, feest van Sint Jan de Doper. Vanouds is die dag zó hoog, dat zelfs van het liturgisch rooster wordt afgeweken. Zo hoog? ─ Ja, maar wat is hoog genoeg om de systematische ontvouwing van de Christusopenbaring die in de liturgische kalender zijn beslag krijgt, overhoop te gooien? Is dit heiligenfeest niet een restant van middeleeuwse volksdevotie? ─ Als dat al zo is, dan is het in ieder geval een gezonde, in de openbaring wortelende devotie, die volop steun vindt in de schrift. Het NT noemt Johannes de Doper maar liefst 90 keer! Meer dan een dozijn perikopen is aan hem gewijd.
Johannes de Doper wordt aan het begin van alle vier de evangeliën vermeld. Hij opent zo het nieuwe testament. Hij was inderdaad een tijdgenoot van Jezus. Maar hoort hij echt tot het nieuwe testament? Tekent zijn hele optreden hem niet als een oudtestamentische profeet? Hij klaagt aan, hij preekt boete, hij verkondigt een goddelijk eindoordeel over de wereld, hij kondigt de komst van een Messias aan. Kan het klassieker voor een profeet? Hij is een profeet, zegt ook Jezus zelf. Hij noemt hem zelfs meer dan een profeet' (Mt 11,9): Onder wie uit vrouwen geboren zijn, is niemand opgestaan die groter is dan Johannes de Doper! (Mt 11,11). Oudtestamentisch is ook zijn eigen houding tegenover Jezus. Als hij in de gevangenis zit laat hij zijn leerlingen vragen: Zijt Gij het die komen moet, of hebben wij een ander te verwachten? Jezus laat zich in dit stadium niet verleiden tot Messiaanse uitspraken, Hij wijst daarom op de intrinsieke betekenis van zijn woorden en daden; dat is voor een goede verstaander genoeg om daar de blijde boodschap in te herkennen! Gelukkig wie aan Mij geen aanstoot neemt. Maar Jezus gaat verder met de vragensteller zelf te typeren (Mt 11) als de bode die de weg bereidt. En als priesters en levieten uit Jeruzalem naar Johannes komen om te vragen wie hij is, dan bevestigt hij deze typering en voegt daar nog aan toe (Joh 1,19v): Ik ben de stem van de roepende in de woestijn, die de weg baant voor de Messias. En op de pertinente vraag: Zijt gij die Messias? zegt hij: Ik ben de Messias niet, noch Elia. Johannes laat er geen twijfel over bestaan: hij heeft volstrekt geen Messiaanse aspiraties. Hij is een echte oudtestamentische profeet, in woord en daad. Hij sterft dan ook een echte profetendood: hij wordt de martelaar omwille van Gods wet en waarheid.\ \ Maar anderzijds treedt Johannes toch ook uit die eindeloze rij van profeten saillant naar voren, als hij aan de Jordaan Jezus aanwijst als het Lam Gods dat de zonden van de wereld wegneemt (Joh 1,29): Hij die achter mij komt is vóór mij. (Waarschijnlijk was Jezus een leerling van de Doper.) Ik ben niet waardig zijn schoenriem los te maken. Ook ik kende Hem niet, maar opdat Hij aan Israël zou worden geopenbaard, daarom kwam ik dopen met water (1,31). Nadat hij bij de doop de Geest over Hem had zien neerdalen, wijst hij Hem aan met: Hij is het die doopt met de Heilige Geest+(1,33). Zo zien we: Johannes de Doper is ook méér dan een profeet. Hij wijst nl. de toekomst in. En als zijn leerlingen later horen dat Jezus aan het dopen is, dan verklaart hij, wellicht tot hun teleurstelling (3,27-30): Ik heb toch gezegd: Ik ben de Messias niet, maar de bode die voor Hem uitgaat. De bruidegom is hij die de bruid heeft, maar de vriend van de bruidegom is al vervuld van blijdschap als hij diens stem hoort. Hier staat hij eerder aan de kant van de apostelen dan aan die van de oude profeten. Samen met de apostelen is hij een getuige die de Messias aan Israël verkondigt.\ \ De allereerste generatie van christenen heeft blijkbaar goed begrepen dat de figuur van Johannes de Doper van absoluut belang is voor de verkondiging van hun paasgeloof. Zij wijzen Jezus aan als de Messias van Israël, die alles vervult waarop Israël hoopte, maar met wie toch ook onvermoede dimensies aan het licht kwamen. In Jezus was God zelf tastbaar nabij gekomen. God deelde als het ware als mens onze geschiedenis, waarvan zijn opstanding uit de dood het getuigenis vormt. Jesaja had die menselijke kant, die lijdzame vernedering van de Messias al benadrukt: de dienaar waarin God zich eens en voor al zou verheerlijken (zoals wij in de eerste lezing nog hoorden). Die Messias zou een Voorloper hebben. Israël wachtte op die grote profeet. Elia gold als de profeet bij uitstek; hij was van gelijke importantie als Mozes, de wetgever en leidsman. Beiden vertegenwoordigen het hele wezen van het joodse geloof. Denken we nog even aan het gesprek van Jezus op de berg Tabor, wanneer Jezus zijn dood ziet aankomen, die Hij met hen bespreekt. Elia en Mozes (van beiden is geen graf gevonden) zouden volgens het joodse volksgeloof in de eindtijd wederkomen. Jezus zegt nu van Johannes de Doper (Mt 11,14): Deze is de Elia die zou komen, terwijl de Doper dit zelf op de vragen van priesters en levieten uit Jeruzalem had ontkend (Joh 1,19-21): Hij verklaarde met grote stelligheid: Ik ben de Messias niet. Zij vroegen: wat zijt gij dan: zijt gij Elia? Dat ben ik niet. Zijt gij de profeet (= Mozes)? Dat ben ik niet.\ \ Misschien vraagt u zich af: is dit nu allemaal zo belangrijk? Ik denk dat het van wezenlijk belang is. Voor ons, én, niet minder, voor de eerste lezers van de evangelies. Hiermee wordt benadrukt dat Jezus in de grote traditie staat van Israëls profeten, van Mozes en Elia met name. Hiermee wordt tegelijkertijd met nadruk gezegd, dat Jezus niet zonder meer een volgende schakel is in die lange keten van Godsgezanten. Vooral door die voorlaatste schakel in te lassen, wordt dit onderscheid duidelijk. Johannes de Doper is de zoveelste profeet, een echte profeet zoals we zagen. Maar ook een heel bijzondere die niet alleen teruggrijpt naar de oorspronkelijke openbaring van Mozes en Elia, dus een die omkijkt naar het oudste verleden om alles te herstellen in zijn oorspronkelijke gaafheid. Hij is wezenlijk de hekkensluiter van het oude testament, want hij wijst ook vooruit, naar de Messias die hij onder zijn volgelingen ziet maar nog niet kende. Hij wijst Hem aan als de Messias.\ \ Voor Jezus' tijdgenoten, maar niet minder voor ons vandaag, is dat van wezenlijk belang. Jezus is niet de zoveelste openbaring van God. Wij moderne mensen zijn al aardig vertrouwd met de Aziatische wereldgodsdiensten, en in onze breedheid van opvatting’ zijn we soms geneigd om (niet gestoord door al te veel kennis van zaken) alles maar op één hoop te vegen en te zeggen: och, die Messias van Israël of die Christus van ons, is dat niet de zoveelste reïncarnatie van de godheid, vergelijkbaar met Boeddha en de Dalai Lama! Zo’n opmerking raakt kant noch wal voor wie de bijbel serieus neemt. En opmerkelijk is dan dat Johannes de Doper niet een bedachte, maar een heuse historische figuur is geweest, die dan ook een echte martelaarsdood is gestorven. Opmerkelijk is evenzeer hoe de evangelisten een parallel zien met Jezus’ levenseinde. Johannes het slachtoffer van een gril van Herodus, en Jezus van de volksgunst. Beiden ter dood gebracht door een gril: Johannes onthoofd op last van Herodus die bang was voor gezichtsverlies, Jezus gekruisigd op last van Pilatus die bang was zijn gezicht te verliezen bij de keizer van Rome. Er is er maar één die niet bang is voor gezichtsverlies: dat is de laatste profeet van het oude testament, die tegelijkertijd de eerste is van het nieuwe testament. Hij moet groter worden, ik kleiner, zegt hij!
Opmerkelijk blijft dat de evangelisten Johannes en Lucas deze zo goed begrepen belangrijke positie van Johannes de Doper zo schitterend hebben weten aan te duiden in de structuur van hun evangelie. Als je de proloog van het Johannesevangelie gaat lezen, word je doelbewust op het verkeerde been gezet. Je denkt aanvankelijk, waar sprake is van een mens, een gezondene van God, die getuigenis komt geven en wiens naam Johannes is, dat dat de schrijver van het vierde evangelie zelf is. Die verwarring bewerkt dat je in hem zowel een profeet als een evangelist ziet. En Lucas maakte een proto-evangelie met de kindheidsverhalen: zeven taferelen, 1+2 = een tweeluikje: de engel verschijnt aan Zacharias en hij verschijnt aan Maria; 3 = de ontmoeting van Maria en Elisabet; 4+5 = weer een tweeluik: geboorte van Johannes de Doper (dat hoorden we vandaag!) en de geboorte van Jezus. Tenslotte 6 en 7 twee extra tafereeltjes over Jezus in de tempel om Hem extra te laten uitkomen.
En zoals het NT dit alles in de verf zette, zo deed ook de traditie met de liturgie: we vieren van heiligen steeds alleen de sterfdag (geboorte van de hemel), alleen van Johannes de Doper wordt van oudsher ook de geboorte gevierd. Dit doen we dan vandaag! Ik wens u een feest, dat u wat zegt. amen.
Geboorte van Johannes De Doper (2007)
Feest · 24 juni · Geboorte van Johannes de Doper · wit