In de Bijbel kun je nooit zeggen: als het kindje maar een naam heeft. Een naam wordt niet in het wilde weg gekozen, maar zeer bewust: een naam geeft een ideaal, een program. Wij kennen waarschijnlijk allemaal de passage waarin Jezus aan Petrus zijn naam geeft. Simon, zegt Jezus, jij bent Petrus, dat is steenrots, en op deze Petrus, deze steenrots, zal Ik mijn kerk bouwen. Een naam dus, die een opdracht inhoudt.
Zo heet de stamvader van het hele joodse volk: Abraham. Dat betekent: vader van een grote menigte.
Tegen Maria wordt gezegd: gij zult een zoon ter wereld brengen, die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk verlossen van zonden. En Matteüs tekent hierbij aan: hiermee ging het woord in vervulling, dat men Hem zou noemen: Emmanuël, dat is ‘God-met-ons.
Jezus, Emmanuël, Verlosser, God-met-ons, namen om stil van te worden. Vooral als je weet dat de naam vertelt wie iemand is. Jezus is God-met-ons. En hoe is de naam van God, wie is Hij? Hoe heet Hij? Mozes heeft het gewaagd naar Gods naam te vragen. En God heeft hem zijn naam bekend gemaakt.Het is een openbaring, waar geen mens opgekomen zou zijn. Ik ben Jahweh, Ik ben ‘die-er-is-voor-jou’. En wij stamelen die naam na en vermoeden nauwelijks wat die betekent. Toch zijn wij naar hem vernoemd: kinderen van God heten wij en zijn wij. Kinderen van Hem die-er-is-voor-jou, heten wij. Kinderen lijken op hun vader; de appel valt niet ver van de boom. Maar wie durft dit van zichzelf te zeggen? Wie durft te zeggen, dat hij zo heet, dat hij zo is?
Eén is er, die de Naam van God heeft waargemaakt in zijn leven. Hij was er alleen maar voor anderen, voor zieken en misdeelden. Hij kon met het volste recht zeggen toen Hij voor het laatst met zijn vrienden aan tafel zat: ‘Dit ben Ik voor jullie: neem Me maar'.
Wij, kleine, tekortschietende mensen, proberen Hem na te doen. Wij proberen Gods naam voort te laten leven, met horten en stoten, met vallen en opstaan.
Wij gaan een nieuw jaar in. Het jaar van onze Heer. Wij wensen elkaar veel heil en zegen. Wij zeggen: onze hulp is de Naam van de Heer. Wij wensen elkaar toe: dat God met je zal zijn. Wij wensen elkaar toe: dat wij er een beetje zullen zijn voor elkaar.