Vorig jaar om deze tijd, beste mensen, zeiden we hetzelfde tegen elkaar: zalig nieuw-jaar, veel heil en zegen. Nu zijn de 365 dagen voorbij… Gezegend nieuwjaar, kunnen we dat zeggen nu we terugkijken? Waarom wel? Waarom niet? Het is belangrijk je dit af te vragen. Was het jaar dat voorbij is gezegend of niet? Want het antwoord bepaalt je levensroute voor de toekomst. Zegenen is: goeie dingen zeggen over iets of iemand. Je kent een mens, je maakt hem mee, je houdt van hem en je zegt: jij mag er zijn, jij hebt een plaats in mijn hart, jij bent gezegend. Mensen kunnen dat ook over mij zeggen. Wij zijn gezegend omdat mensen ons hebben aangekeken dit jaar. Wij hadden voor hen een gezicht en een naam. En wij werden er krachtiger van, meer levend, ruimere mensen. Was dat zo bij u, was dat zo bij mij? Hoe luidt het antwoord waarmee we verder gaan? En wat voor mensen geldt, geldt ook voor een jaar. Je kunt het aankijken, je kunt de gebeurtenissen en verhalen vertellen, er vreugdevol of rouwig om zijn, en dan je conclusies trekken. Gezegend ja of nee?
Juist een dag als vandaag is bij uitstek een geschikte gelegenheid om het jaar dat voorbij is te zegenen, er goeie dingen van te zeggen, vreugde en verdriet samen te wegen en op zijn waarde te schatten. Nu wij naar de toekomst gaan, is het van groot belang even terug te kijken naar het verleden, want dat verleden is een soort bagage waarmee je verder moet. En het is makkelijker om de toekomst te beginnen met bagage die wat positief uitvalt dan met bagage die vol van het negatieve is. Het is van groot belang dat wij het jaar dat voorbij is, wegen, - het goede en het kwade - omwille van datgene wat komt. Want wij mensen zijn geneigd om de toekomst de kleur te geven van het verleden. Is dit laatste goed geweest dan zal het nieuwe jaar positieve verwachtingen oproepen. Is het slecht geweest dan is het moeilijker aan de toekomst te beginnen.
Goede verhalen naar boven halen, goede herinneringen waarmee je de toekomst opbouwt. Dat is ook wat de herders in het evangelie doen. Zij hebben gehoord, zij hebben gezien én terwijl ze terugkeerden - want ze waren tot het nieuwe jaar bij de kribbe gebleven zoals ons lied zingt - loofden en verheerlijkten zij God. Dat is zegenen! Dank je wel zeggen. Dank je wel, dat je er was, dat we je gevonden hebben. Dank je wel voor je goede woorden. Dank je wel voor je goede adviezen. Dank je wel voor al je vriendschap. Dank je wel. Loven en verheerlijken, omdat we verder mogen. Maria bewaarde al de woorden die over het kind gesproken waren in haar hart en overwoog ze bij zichzelf. Misschien kunnen we nu een kort moment op haar lijken… Laat het vorig jaar even terugkeren in uw hart en in uw geest. Weeg het en ik hoop, dat u kunt zeggen: dank je wel: dat je er was met je vriendschap, met je liefde, met je hartelijkheid. Dank dat je er er was met je goeie adviezen, met je raad, met je werkzaamheid. Dank je dat je er was ‘oudjaar’. Je bent gezegend, je hoort bij mijn geschiedenis. Mede door jou ben ik geworden wat ik ben op dit moment.