Mensen zijn toch eigenlijk open boeken. Op hun gezichten is alles te lezen. In het gezicht van een mens drukt zich alles uit: de hele “inborst” zoals we dat noemen en de hele levensgeschiedenis; het verdriet dat z’n sporen nagelaten heeft of het geluk dat mensen in de loop van hun leven ten deel is gevallen - óók dat is te zien op een gaaf, harmonisch gelaat met rustige, ontspannen trekken. Je kunt aan mensen veelal meteen zien hoe de vlag erbij hangt. Een gezicht kan op onweer staan, betrokken zijn maar ook de zon kan doorbreken en dan gaat iemand misschien lachen. Gezichten zijn prachtig …
Hoe zou Jezus er nu uit hebben gezien? En Maria? - Dat vind ik toch een fascinerende vraag mensen moet ik zeggen. Jammer dat de fotografie “in die dagen” nog niet uitgevonden was, dat we geen kiekjes hebben. Maar in principe zou het mogelijk zijn geweest: foto’s van Jezus en Maria, van Jozef, de stal en de herders … allemaal mensen met een naam en een gezicht - dat dus “vast te leggen” is zoals dat heet en dan heb je dus een foto of een plaatje … Gelukkig hebben talloze kunstenaars in alle eeuwen die verstreken zijn sinds “die dagen”, die van Jezus’ en Maria’s leven, zich uitgeput óm hen af te beelden … In het katholieke èn in het oosters christendom mág dat dus ook … Het oud-testamentisch beeldverbod geldt niet meer voor ons - precies omdat God méns geworden is en een naam en een gezicht gekregen heeft … U weet: de vredeswens hier in de kerk leid ik vaak ín met de woorden: “Kijk elkaar nu goed aan …” Waarom doe ik dat mensen, waarom zeg ik dat zó? Dat is omdat mensen de neiging kunnen hebben om elkaar níet aan te kijken of om dat slechts schielijk, besmuikt te doen, heel even maar, verlegen of om juist wég te kijken zoals dat heet … Zelf moet ik zeggen ken ik die impuls ook heel goed. Waarom is dat? Ik denk: elkaar aankijken, zeker elkaar wat langer aankijken dat kan wel een beetje eng zijn … Want jij laat die ander dan in dat boek van jouw gezicht kijken en misschien … laat je dat wel liever dicht … Goed dat we het in de kerk wèl doen die vredeswens en dat (al zeg ik het zelf); dat ik U en mezelf óproep om elkaar goed aan te kijken, want die terughoudendheid of huiver of angst zelfs om jezelf aan andere mensen te laten zien - daar moet je je nooit bij neerleggen mensen … Want het in het gezicht kijken van mensen kan jou en kan de ander veel geven … Er zijn van die mensen - als je die aankijkt, dan knap je daar al meteen van op. En dan hoeven ze nog niets te zeggen. Dat is ook het heerlijke van de beelden in onze kerk. En ik denk dan met name aan ons heerlijke Maria-beeld, het beeld van de Koningin van de Vrede. Daar kun je net zo lang naar kijken als je wilt. En veelgeliefden, als je dat doet, als je eventjes of wat langer intens naar het gelaat van Maria kijkt - dat is als een perfekte spiegel van Jezus’ gelaat … dan gebeurt er iets met je. Ik weet waar ik het over heb, want ik dóe het dagelijks - met name als we ’s morgens na het morgengebed bij Maria nog het “engel des Heren” bidden: dan kijk ik Maria aan. En zij kijkt mij aan. En ik hoef niet bang te zijn dat ik haar van haar werk afhoud want zij heeft alle tijd. En bang te zijn dat het kijken naar Maria ten koste gaat van mijn eigen werk hoef ik ook niet te zijn want dat werk, álle werk en zeker ook míjn werk: dat gaat beter als je geregeld naar Maria kijkt. Mijn werk … - als je ’t al werk kunt noemen mensen … Zélf vínd ik het eigenlijk geen werk. Nee, ik werk niet. Ik kijk alleen maar naar Maria en Jezus en daardoor naar God en vanuit dát kijken probeer ik mijn leven te leven, ga ik de straat op en tracht ik zélf mensen aan te kijken. Ik probeer naar ze te kijken vanuit het kijken van Jezus en van Maria …Iemand die dat ook gedaan heeft, kijken, alleen maar intens kijken naar het Maria-beeld is Guido Gezelle geweest, de grote Vlaamse dichter (gestorven 1900). Van zijn hand is het volgende gedichtje: " Lief Vrouwke ik kom niet om te bidden, maar om een poos…"
Wat gebeurt er veel ook in het kijken naar een Maria-beeld! Misschien zegt U: het is maar een beeld, een stom beeld; het zegt niets terug … Ja, en toch mensen … de blik van Maria op mij is veelzeggend … Daar hoeft ook niets gezegd te worden want alles wordt in dat wederzijds naar elkaar kijken van Maria en mij zélf al duidelijk … Ze is ook altijd anders. Haar gelaat kan veranderen. In dat gelaat weerspiegelt zich de toestand van mijn eigen ziel op een bepaald moment. Schijnt daar de zon dan lacht Maria. Is er duisternis dan verduistert ook de blik waarmee zíj mij aankijkt. Gisteravond zat ik aan aan een sjiek diner. Ik zat naast een hele rijke man. Hij had het afgelopen jaar niet veel uitgevoerd naar eigen zeggen maar toch een paar honderdduizend euro verdiend. Materieel komt hij dus niets tekort. Hij heeft een vrouw en drie kinderen die ieder jaar een nieuwe fiets krijgen … waarom weet ik niet, ik denk: het zal wel met de belasting te maken hebben … Niets te klagen dus heeft deze man zou je zeggen. Dus wèl. Het vervult ’m allemaal niet wat hij in z’n leven doet. Wat hij mist dat is vuur en vreugde in z’n leven en met name in z’n werk als ik het goed begrepen heb … Sinds kort loopt hij bij een psycholoog om erover te praten … Ik heb tegen hem gezegd: Kom gewoon lekker naar de kerk om zes uur ’s morgens bijvoorbeeld. Dat vroege opstaan is geen probleem voor ’m. Daar houdt hij van. Maar, wat gebeurt er dan? Zo vroeg hij. Praten jullie dan met elkaar? Nee, we bidden en dat is praten met God. Zoals we met God kunnen “communiceren” door het alleen maar kijken naar een Maria-beeld bijvoorbeeld, zo kan het ook met woorden … De woorden van de heilige schrift, van de psalmen ook met name; de woorden ook van de grote geestelijke schrijvers; die op je in laten werken, jezelf daardoor laten vormen en vandaaruit ook jezélf, je diepste verlangen, je verlangen naar vuur en vreugde en zin in het leven uitspreken … Lieve mensen, zo werkt het … De herders zágen het kind en vervolgens spráken zij, namen zij zelf in de mond, woorden die zij eerder van godswege (door engelen) hadden ontvangen. Maria luisterde intens naar de woorden van de herders. Die woorden voedden haar ziel. Zij dronk ze in. En zij bewaarde ze in haar hart en overwoog ze bij zichzelf. Dát is dus bidden. Dat is óók bidden: je ziel opladen met woorden van grote kwaliteit, ja van goddelijke kwaliteit, woorden van veertien karaats goud. Zó wordt in de ziel het vuur op gestookt, zó krijgt je leven zin en richting en krijg je er steeds weer nieuwe zin in, zó wordt je leven een bron van vreugde en die vreugde, als het goed is, dan wordt die van lieverlede, af en toe, steeds meer zichtbaar op het gelaat. Ik denk: de gezichten van de herders waren vol van glans geworden in de bijzondere ontmoetingen die zij mochten hebben: eerst met de engelen en vervolgens met het kind en zijn moeder. En veelgeliefden, wat nu zo geweldig is: wij mogen hier delen in die ontmoetingen van de herders met de engelen en met Jezus en Maria. Door erover te horen in de heilige Schrift en door er over te spreken en door vandaaruit tot gebed te komen gaat het voor ons leven hopelijk en wordt de vreugde en de glans van de herders de onze. Zo worden wij erin opgenomen. Zó, veelgeliefden, gebeurt het dat de Heer het licht van Zijn gelaat over ons doet schijnen. Zo wendt Hij ons Zijn gelaat toe en geeft Hij ons vrede. De apostel Paulus zegt: “De God die heeft gezegd: “Uit de duisternis zal licht schijnen”, heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus” (2e brief van Paulus aan de christenen van Korinthe, vierde hoofdstuk, zesde vers). Lieve mensen, dat hetzelfde licht, Christus’ licht - waarvan Maria’s licht niet anders dan de weerspiegeling is; moge dat licht, Zijn licht, haar licht, moge het in dit nieuwe jaar 2006 ons volop bestralen en moge het ook van ons uitstralen. Dat het van ons mag áfspatten! Amen.