Tweede Kerstdag (2005)

Feest · 26 december · Sint Stefaan · rood

Bij een conferentie die onlangs werd gehouden werd het weer eens gezegd: God is ‘in’ , een beetje trendy gezegd: God is een ‘hot item’, maar niet in de positieve betekenis van het woord. God en godsdienst fascineren mensen,en ze spreken er wel weer over.Dat is anders dan tien, vijftien jaar geleden. Maar toch: momenteel roepen de woorden God en godsdienst bij veel mensen in de samenleving angst en verlegenheid op. Angst, want het is nodig te schuilen voor een God waarvan sommigen zeggen dat Hij oproept tot Jihad. De geweldige pretentie waarmee fundamentalisten over God spreken en God gebruiken om hun eigen handelwijzen te verantwoorden maakt ons huiverig. Is dit nu een groep mensen waar wij bij horen? Is dit in wezen dezelfde God als die van ons? Als het zo moet, dan laat maar. Want je hoeft geen Hirsi Ali te heten om je bij deze gewelddadige betweters, Al Quaeda en aanverwante groepen niet thuis te voelen en hier diepe angst voor te koesteren..

Maar behalve angst roepen God en godsdienst ook verlegenheid op. Ergens hebben we vaak wel het besef dat God anders is dan al deze gewelddadigheden die in Zijn naam geschieden. Maar het valt niet mee om dit besef concreet te maken. Is het eigenlijk niet genoeg, ja zelfs beter, om te geloven dat er ‘ iets’ is, een hogere macht ? Misschien geen persoonlijke God maar wel een macht die boven ons uitstijgt? Steeds meer mensen in de samenleving vinden van wel. Zij geloven in een God als een ‘iets’, een abstracte God zonder eigenschappen. Een God die overigens nog wel eerbied oproept. In onze christelijke geloofstraditie kunnen we dit eerbiedig zwijgen tot op grote hoogte wel plaatsen. Want het zwijgen over God heeft verwantschap met de oproep om Zijn naam niet vergeefs te gebruiken en je geen beeld van Hem te maken. Helemaal vreemd aan onze traditie is deze ontwikkeling dus niet Het lijkt met God en godsdienst net zo te gaan als met de kunst: ze worden allebei abstracter. Het concrete, een concreet Godsbeeld, lijkt ongeloofwaardig, terwijl het abstracte Godsbeeld ons tenminste nog het besef geeft van ruimte en perspectief.

En ergens hebben de ietsisten wel gelijk. Natuurlijk is de natuur niet ‘bezield’ met goede en kwade geesten, en natuurlijk weten we dankzij de biologie en psychologie veel van de mens. We weten te veel van natuur en mens om zo maar te geloven dat God daardoorheen zichtbaar wordt. Als er een God is, zal die toch niet zo maar in de natuur of in de mens en zijn samenleving zichtbaar zijn, maar eerder ‘ erachter’ of ‘ erboven’, als ‘iets'.

De Nederlandse dichter Lucebert heeft ooit gedicht: alles van waarde is weerloos.(….) En dit geldt wat mij betreft ook voor de godsdienst. Godsdienst is van waarde maar ze is zo gemakkelijk te misbruiken. Het is erg moeilijk daar echt iets tegen te doen; eigenlijk is godsdienst weerloos tegen misbruik. Verhinderen kun je het niet; en waar het onrecht is geschied, kun je ook al weinig doen om het misbruik te bestrijden.


En toch…. En toch …. Is de God van de ietsisten nu de God waar het Kerstverhaal over gaat? Een God die hoog en breed van ons vandaan is? Zegt het Kerstverhaal juist niet iets anders, namelijk dat God uit Zijn hemel zonder grenzen tastend aan het licht komt, dat Hij niet op afstand blijft, maar nabijheid schenkt en geborgenheid? Christelijk geloven heeft te maken met het zeggen van ‘En toch’. En toch is God niet ver weg maar nabij: lief hebbend, troostrijk en bemoedigend, en kwetsbare mensen samenbindend. En toch is God niet los verkrijgbaar als abstract idee, en toch heeft die God met de joodse traditie en met Jezus van Nazareth van doen. Er klopt iets niet wanneer, zoals de ietsisten doen, mensen het spreken over God helemaal los maken van het spreken over wie Jezus is. Je ontneemt jezelf dan het zicht op Gods nabijheid. In Jezus zien ze alleen een mens,en God staat ver boven onze eigen werkelijkheid en boven die Jezus. Maar daarmee doen ze zowel God, als Jezus , als zich zelf onrecht. In zekere zin zoeken de ietsisten God te ver weg. Want ze ontkennen dat die God zich openbaart in een concreet persoon Jezus. Van Jezus ontkennen ze dat hij ‘bij God is’. En ook zichzelf doen ze tekort als ze ontkennen dat ze een levendige band met God kunnen hebben; want die is immers abstract en ver weg.

De Schriftlezingen van vandaag vertellen ons wat dit betreft een ander verhaal. Het verhaal van een levensweg in het voetspoor van Jezus, waarin Stefanus Zijn God al levend, werkend en al lijdend en stervend, steeds beter leert kennen. Hij gaat daarom ook steeds meer op Jezus lijken: zijn mantel wordt hem afgenomen, hij beveelt zijn geest aan, en hij bidt om vergiffenis voor zijn moordenaars. Hij blijkt Christus zo goed te kennen dat hij op hem gaat lijken. Juist zo ontdekt hij dat God hem in zijn lijden nabij is en perspectief geeft.

Het verhaal van Stefanus is uitermate boeiend. Hij is de eerste diaken, van wie verteld wordt dat hij door de apostelen is gewijd. Hij verkondigde het evangelie aan Griekssprekende Joden die nog niet in Jezus geloofden. Hij hekelde de weerspannigheid van de Israelieten in een lange preek die vooraf gaat aan de tekst uit Handelingen we zo-even hoorden. Maar deze boodschap en de boodschap over Jezus die hij daarmee verbond, werden hem niet bepaald in dank afgenomen. . Tijdens de lynchpartij die volgt heeft hij een visioen van de Komende, het wenkende perspectief van de luister van God en van de nabije Mensenzoon. .
Stefanus brengt zo in praktijk waar de evangelielezing van vandaag toe oproept: Pas op voor de mensen, want ze zullen je voor het gerecht brengen, en ook: wees niet bezorgd wat je dan zult zeggen, de Geest zal je bijstaan. En ook: standhouden in het geloof is moeilijk bij vervolging. Dit alles heeft Stefanus ondervonden en waargemaakt.
(…)
Waarom wordt dit verhaal van Stefanus nu juist met Kerst gelezen? Ging het Kerstverhaal niet over goed nieuws en over Gods nabijheid? Ja juist wel.En daarom wordt het ook gelezen. Want het kerstverhaal gaat er over dat God mensen nabij is in al Zijn kwetsbaarheid, en wel precies door onze kwetsbaarheid en gekwetstheid te delen. Maar het kennen van die God is geen abstract iets, het evangelie is geen filosofisch stelsel(…) .Het kennen van God is niet iets dat pas begint nadat filosofen tot de erkenning zijn gekomen dat God bestaat.(…) Het kennen van God is - christelijk gesproken - niet iets dat vooraf gaat aan het schenken van vertrouwen aan God en aan de navolging, nee het is het gaan van de weg van Jezus. Geloven in het Kerstkind is het gaan van de weg. Het is dus niet zo dat we eerst - als het ware theoretisch- in God geloven en hem eerst leren kennen, om dan pas iets te gaan doen in het spoor van Jezus. Integendeel: het gaan van de weg is de wijze van kennen van God. Die God wordt pas kenbaar als mensen die weg gaan . Maar als je die weg concreet gaat, zoals Stefanus, dan wordt het je ook duidelijk wie die Jezus nu eigenlijk is, en hoe hij ons perspectief geeft. Dan wordt ook duidelijk hoe goed het goede nieuws is:Dan blijkt namelijk: Jezus is ons niet nabij als een mooi gaaf kindje dat helemaal gepamperd en beschermd wordt tegen tegenspoed,, maar Hij is ons juist ook in Zijn lijden en in ons lijden nabij. Dat is het echt goede nieuws: dat wij als we de weg van Jezus gaan, als we zijn Rijk van gerechtigheid en vrede verkondigen en in praktijk brengen, en daardoor lijden, niet van God afgesneden raken, maar dat Hij zich dan juist steeds dieper aan ons openbaart.
Het christelijk geloof is niet voor mensen die zich louter in hun leunstoel afvragen of God bestaat, of zich in het Buitenhof verkneukelen om de achterlijkheid van mensen die in God geloven. . Het is er evenmin voor romantici die de kerstsfeer zo mooi vinden . Maar het christelijk geloof is er evenmin voor watjes, voor mensen die zich wel gelovig noemen maar geen consequenties trekken uit het horen van het evangelie van Jezus Christus.
De weg van Jezus Christus brengt het lijden van medemensen op je weg. In ieder geval brengt het het lijden van de stemlozen op je weg. Dat is in ieder geval ook mijn persoonlijke ervaring in de vijf jaar dat ik nu diaken ben. De navolging brengt me in dit ambt bij de slachtoffers van oorlog, geweld en onrecht;bij n de gevangenen, bij mensen die niets te eten of te drinken hebben; en bij vreemdelingen. Of ik nu bij het leger werkt en daar slachtoffers van geweld ontmoet, of dat ik in de gevangenis werk en zie hoe mensen worden onderdrukt die onopgeloste problemen van de samenleving laten zien: steeds gebeurt met deze mensen in wezen hetzelfde: blinde macht maakt hen stemloos. En het opkomen voor deze stemlozen drijft me naar de rand van de macht, in feite naar de marge, maar het brengt je daar wel dichter bij God.
Iedere zondag komen ze aan het woord in het TV programma Buitenhof: de Ronald Plasterks, de Paul Cliteurs en de Herman Filipses van onze samenleving. Aan zulke bestrijders van godsdienst heb je ook al niet veel. Het zijn de mensen in onze samenleving die zichzelf Verlicht noemen. Maar in de praktijk betekent dit: zij gooien het liefste het kind van de godsdienst weg samen met het badwater van het misbruik. De beste manier om misbruik van godsdienst te bestrijden is volgens hen de godsdienst zelf te bestrijden. Daarom zijn zij de nieuwe fundamentalisten van het seculiere Staphorst.Maar bij al hun intellect zijn ze niet in staat te zien dat christelijk geloof niet inhoudt het voor waar houden van een filosofie of wetenschappelijk inzicht, maar om het schenken van vertrouwen, om relatie, en om het gaan van een weg. Zij zoeken God alleen in begrippen, terwijl ze Hem beter kunnen zoeken in de lijdende mens die voor hen staat en die vraagt om gerechtigheid en liefde. Echt verlicht zijn diegenen die het lijden van de verdrukten tot hun hart laten spreken, en die de verdrukten stem geven.

E?n is er - de God van Jezus- die deze mensen stem geeft. Zijn geboorte - teken van aanwezigheid van de kwetsbare God - vieren wij deze dagen. Alleen: wie dat serieus doet, gaat delen in het lijden van de mensen die met macht en geweld worden onderdrukt. Onvermijdelijk komt, als je je hart opent voor het lijden van de geweldslachtoffers en van het georganiseerde onrecht dat elk rechtssysteem is, op je weg. Wie die weg durft te gaan, deelt uiteindelijk in het lijden van de mensen in wie ook Jezus zich herkende en voor wie hij kwetsbaar wilde zijn. Ja, hij kan zich gedragen weten door het mede-lijden van God in deze wereld. Dan zal hij ook weten: juist wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid zullen God zien, het wenkende perspectief van de Komende Mensenzoon Jezus Christus. .Dit is het Kerstgeschenk dat wij dankbaar aanvaarden. Zalig Kerstmis.

Zoeken in Preken Online