Wandel in het licht van de Heer (2005)

Feest · 25 december · Kerstnacht · wit

Begroeting

Hartelijk welkom u allen
wie u ook bent, waar u ook vandaan komt, wat u ook verwacht.
Welkom met uw geloof en uw twijfels, uw zekerheden en uw vragen.
Welkom op deze witte kerstavond, zo lang geleden.
Welkom u allen in de naam van de Vader de Zoon en de heilige Geest.

Wees welkom in deze kerk, vooral de vele jongeren die er vandaag bij zijn.
We gaan veel zingen, samen zingen en zo iets voelen van het Licht van Kerstmis.
We gaan luisteren en stil worden omdat het Kerstmis is
omdat wij vieren dat de Heer Jezus gekomen is 2000 jaar geleden
dat hij eens zal komen om Licht te maken, dat Hij nu komt in deze viering

Het is Kerstmis,
de kaarsen branden en de mensen zoeken naar de zin van morgen en van alle dagen.
Kerstmis, een feest vol tederheid in een harde wereld,
waar mensen werk vragen en het niet vinden,
waar zorg en aandacht voor elkaar onbetaalbaar zijn en niet meer vanzelfsprekend.

Kerstmis, niet vergeten
de herders van onze samenleving- de mensen van de stal- eenvoudige mensen
die vechten om van het leven iets moois te maken
Kerstmis, niet vergeten de mensen die eenzaam zijn, achtergelaten, zonder vrienden.

Ik wil jouw licht ontsteken, zegt de Heer.
Ik ben het die jouw vlam doet branden en jou doet leven.
Ik verlang dat jij licht zult worden in deze tijd.
Laat je kaars branden, laat je leven branden,
dan ben Ik door jou wat licht en warmte voor deze wereld, die zonder Mij zo donker en koud kan zijn.

Vergevingsmoment

Jezus zei:
“Ik ben het Licht van de wereld. Wie Mij volgt bezit het licht dat leven geeft”
Omdat wij niet altijd licht zijn, willen we ons bekeren

Allen:
Almachtige God,
wij bekennen dat onze wereld
nog niet leeft zoals gij het wilt.
Er is nog veel duisternis
in ons eigen leven
in de kleine kring van onze omgeving
en in onze grote wereld.
Wij bidden dat wij op deze kerstavond
mogen herboren worden
om met Jezus een stap verder te zetten naar een betere wereld
en licht te zijn voor alle mensen.

Openingsgebed

God onze Vader,
het ware Licht kwam in de wereld,
uw Zoon heeft onder ons gewoond
en ons geleerd dat wij uw kinderen zijn.
Wij vragen U: dat wij ons geborgen mogen voelen bij u en bij elkaar
dat onze Kerk een gemeenschap wordt waar het goed wonen is voor ieder.
Dat vragen wij U door Christus onze Heer. Amen

Eerste lezing: Visioen van Jesaja
Het volk dat in het duister wandelt
zal een groot licht aanschouwen.

Kerstevangelie

uit scheurkalender 24-25 dec.Welzijnszorg

Lang geleden in een land hier ver vandaan woonden Jozef en Maria.

Zij hadden niet veel geld en woonden in een klein huisje. Ze hadden het soms niet gemakkelijk, maar ze maakten er steeds het beste van. Ze zagen mekaar heel graag en dat was voor hen het belangrijkste. De afgelopen maanden waren ze extra blij. Ze verwachtten samen een kindje. Ze maakten zich af en toe zorgen of ze wel genoeg geld hadden om voor dat kindje te zorgen, maar voor mekaar lieten ze dat niet te veel merken.

Het land waar Jozef en Maria woonden, had het ook niet gemakkelijk.

Er waren al veel koningen en vorsten geweest en er was dikwijls een beetje oorlog.

De meneer die het nu voor het zeggen had, wilde weten hoeveel mensen er eigenlijk in zijn land woonden. Daarom moest iedereen naar zijn geboortedorp om zich te laten tellen. Jozef en Maria waren daar niet blij mee want dat betekende dat ze een verre reis naar Bethlehem moesten maken. En het baby’tje moest bijna geboren worden… Gelukkig konden ze het ezeltje van de buurman lenen.

Na een lange reis kwamen ze aan in Bethlehem.

Het was een grote stad en het was er heel, heel druk. Met weinig geld en veel goede moed gingen Jozef en Maria op zoek naar een plekje om te slapen. Maar de eigenaars van de hotels en herbergen vonden dat ze er niet zo netjes uitzagen. Wat had je gedacht, na zo een lange reis? Ze zagen ook de dikke buik van Maria en wilden liever geen last met dokters en baby’s. Nee, voor Jozef en Maria was er geen plaats in hun hotel. Er zouden nog wel rijkere en betere klanten komen.

Heel de namiddag liepen ze door de stad maar nergens konden ze terecht. Het werd al donker en Maria was zo moe dat ze niet meer verder kon. Ze kwamen bij een kleine herberg met een groot afdak achteraan. Ze hadden niet meer de moed om aan te bellen en zetten zich onder het afdak. Overdag is het heel warm in het land van Jozef en Maria, maar ’s nachts wordt het flink koud. Ze zaten op de grond, dicht bij mekaar te bibberen van de kou. Maria voelde dat het baby’tje nu heel snel moest komen.

Ze konden het niet geloven. Ze hadden zo uitgekeken naar de komst van hun kindje. Maandenlang droomden ze van de geboorte, in hun eigen huisje met familie om te helpen. En nu zaten ze hier buiten, onder een afdak, naast de vuilbakken. Hoe konden mensen zo wreed zijn? Had er dan niemand begrip voor hun situatie? Jozef hield zich sterk, maar Maria begon zachtjes te wenen.

Ze was zo teleurgesteld…

Toen kwam de vrouw van de herberg buiten. Ze vond Jozef en Maria ineengedoken op de grond. Ze slaakte een kreet van verontwaardiging. Dit mocht niet gebeuren!!!

Ze moest iets doen om die arme mensen te helpen. Ze nam Jozef en Maria bij de hand en bracht hen binnen in de eetkamer. Ze gaf vlug wat warme soep en brood. Na het eten zag ze dat het voor Maria hoog tijd was om haar kindje te krijgen. Het was zo druk in de herberg dat ze geen kamer meer over had. “Mijn broer zal nog wat plaats hebben”, bedacht ze en ze stuurde haar jongste zoon met Jozef en Maria mee om de weg te wijzen naar een herdershuisje in de buurt.

De herders waren heel vriendelijke en warme mensen. Het huisje zelf zat bomvol, maar in de stal was nog wat plaats. Het rook er niet zo fris maar de schaapjes zorgden ervoor dat het er lekker warm was. De vrouw en de grote dochter van de herder kwamen Maria helpen en enkele uren later werd er een gezonde jongen geboren. Hij kreeg de naam Jezus. Voorzichtig en een beetje verlegen kwamen alle herders even op bezoek. Het was al midden in de nacht en ze wilden Maria niet te moe maken, maar ze waren zo fier dat er in hun stal een kindje geboren was!

Ze brachten wat brood, melk en fruit. Voor Jozef en Maria kon hun geluk niet meer op. Zoveel mensen, onbekenden, die voor hen zorgden.

Homilie (inhoud)

De zon heeft mensen van alle tijden sterk aangesproken
Denken we maar aan de mensenoffers die in de Azteken cultuur aan de zon gebracht werden,
opdat ze kracht zou hebben om ’s nachts door haar tocht in de onderwereld terug te komen.
Ook in onze streken waren de donkere dagen van het jaareinde, wanneer de nachten langer zijn dan de dagen getekend door een verlangen naar het licht van de zon.

Reeds duizenden jaren hebben de mensen lichtfeesten gehouden om met vuur en lawaai de boze geesten te verdrijven.

Keizer Augustus heeft het feest van het licht op 25 december tot zijn feest gemaakt. Hij was de god op aarde. Christenen hebben 25 december genomen als geboorte van Christus omdat Hij voor ons licht is voor ons leven.

Mensen zijn niet veranderd: In de koude dagen van het jaar komen ze samen in familie of bij vrienden om licht en warmte te zoeken, rond een verlichte kerstboom, rond een feesttafel.

Mensen zoeken nog steeds meer dan eten en drinken maar zoeken echte vriendschap en geborgenheid en warmte voor hun hart
naar een Licht dat ons niet verlaat

Geloofsbelijdenis

Wij geloven in God, die we Vader mogen noemen, bron van alle licht en leven.

Wij geloven dat het licht van Jezus, bestemd is voor alle mensen,
en alle plaatsen van deze wereld.

Wij geloven in het licht van zijn Geest.
Wij zijn er zeker van,
dat Gods Geest ons in deze tijden nabij wil zijn.

Wij geloven dat in ieder van ons licht is,
en dat wij de kracht hebben
het te laten schijnen voor alle mensen. Amen. \

Bij de kerststal

Je hoeft niet veel te spreken wanneer je naar de kerststal gaat,
weet dat je vrede vindt als je dit kind naar binnenlaat.

Je hoeft geen schatten mee te dragen, wanneer je naar de kerststal gaat,
weet dat voor dit kind een klein gebaar volstaat.

Je hoeft niet lang te blijven, wanneer je naar de kerststal gaat,
als je maar begrepen hebt, wat dit kind te wachten staat.

Je hoeft niet bang te zijn wanneer je naar de kerststal gaat,
dit kind legt weer de rust op jouw vermoeid gelaat

Je hoeft niet veel te wensen, wanneer je naar de kerststal gaat,
weet dat in het nieuwe jaar, dit kind je nooit verlaat.

Gebed over de gaven

Heer onze God, met de gaven van de herders
plaatsen wij brood, wijn en licht op deze tafel. Aanvaard deze gaven
als een teken van onze dankbaarheid en onze wederliefde.
Want Gij hebt ons het eerst bemind in Jezus Christus
uw mensgeworden Woord die met U leeft in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Voor de communie

De herders hoorden dat de Heer Jezus geboren was,
Zij gingen op zoek en vonden Hem in Bethlehem.
Mogen wij de Heer hier vinden
nu wij het Brood breken en delen in zijn naam.

Communiebezinning: Kom in het Licht

Sta open voor het Licht!
Het zal u bij alle kleuren laten zingen
en alle dingen doen trillen onder zijn onzichtbare vingers.

Sta open voor het Evangelie!
Het zal uw daden en dagen omvormen
en langzaam zal in u,
als de weerschijn van een wazige spiegel
het gelaat oplichten van Hem,
die gekomen is voor het heil van de wereld.

Sta open voor Christus,
zijn licht veroordeelt niet,
maar verdrijft de duistere vlekken
die zich in uw dagelijks bestaan genesteld hebben.

En als de ontwakende Zon
zal Christus uw trouw en gerechtigheid wekken.
En uw hart, smeltkroes van verlangens,
zal geheel en al één trillende bron van licht zijn.

Voorbede: alle lichten uit

Op zes plaatsen in de kerk staat er iemand met een kaars.
Die zes lichtjes staan symbool voor de ‘zes ampères’ aan energie
waarover een huishouden nog beschikt wanneer de fameuze ‘stroombegrenzer’ wordt ingevoerd.

We steken een licht aan,
omdat we willen denken aan mensen, die in de kou staan,
die licht en warmte missen,
die getekend zijn door ontgoochelingen en mislukkingen.

We steken een licht aan voor de gezinnen
die vandaag moeten leven zonder energievoorzieningen.

We steken een licht aan voor alle mensen
die vandaag op straat proberen te overleven.

We steken een lichtje aan voor alle mensen
op de vlucht voor armoede, honger of geweld.

We steken een lichtje aan voor alle kinderen
die hun leven starten met te weinig kansen.

We steken een lichtje aan omdat al deze mensen
dringend iemand nodig hebben op hun weg
iemand die hen weet te waarderen,
die de vonk weer doet aanslaan,
zodat ze hoop en perspectief krijgen,
zodat de dag van morgen zich weer aandient
als een nieuw begin.

Slotgebed

God en Vader, het is donker als we elkaar het licht in de ogen niet gunnen.
Zwaar is het als we op elkaar blijven wegen
zodat sommigen kromgebogen door het leven moeten gaan.
Vuil is is het als we elkaar blijven zwart maken.
Maar, licht kan het worden als we open zijn naar elkaar toe.
Lichter kan het worden als we samen uit de put durven kruipen.
Mooi kan het worden bij de hand die wordt uitgestoken.
Geef ons de kracht om met Jou deze ongehoorde dingen waar te maken
voor de wereld rondom ons. Amen

Zending en zegen

We gaan de winter en de kou te lijf.
Een stem in onze oren, een roep om licht
om warmte, wijze woorden, geheimen in de stilte.
Zo moge wij zijn, hoop en geloof voor later,
met de zegen van God die trouw blijft zolang wij Hem verwachten.
In de naam van de Vader, de Zoon en de heilige Geest. Amen.\

Om mee te dragen…

Als je geen ster aan de hemel kunt zijn,
wees dan het licht in de huiskamer.

Zoeken in Preken Online