Is Kerstmis nog te redden? (2006)

Feest · 25 december · Kerstnacht · wit

“Is Kerstmis nog te redden?” Die uitdagende vraag stond dezer dagen op een website met kerkelijk nieuws. Het betrof een enquête over de betekenis van het Kerstfeest: hoe zal die in de toekomst er nog uit zien! Steeds minder mensen weten nog wat er met Kerstmis gevierd wordt. Blijft die trend zich doorzetten? Of, zal men altijd toch wel de eigenlijke zin van het Kerstverhaal blijven begrijpen? Of, is er misschien zelfs een opleving van het christelijk geloof te verwachten? “Is Kerstmis nog te redden?” Wellicht klinkt deze vraag ons wat paniekerig in de oren. Zover zal het toch niet komen! De betekenis van een belangrijk geloofsmysterie zo maar in vergetelheid geraakt! Kerstmis - verworden tot een feest van eten en cadeaus, met een vage herinnering aan de christelijke oorsprong ooit? De antwoorden op de website zien het inderdaad niet zover komen. Zij zijn licht optimistisch gestemd. Enkelen reageren zelfs met de verwachting of misschien beter gezegd de hoop op een heropleving van ons christelijk geloven. Eén ding is echter binnen deze discussie duidelijk: wij staan op een keerpunt in de geschiedenis. Het is nog onbeslist in welke richting zich onze wereld gaat ontwikkelen. Voorspellingen en prognoses moeten voortdurend worden bijgesteld. Ontzettend veel hangt er van af welk standpunt wij - staande op dit keerpunt - zullen innemen. Bezit ons persoonlijk en gemeenschappelijk geloven nog die innerlijke kracht dat deze in een tijd van verandering een vernieuwde en verjongde gestalte kan aannemen? De verkondiging van paus Benedictus gaat die vraag niet uit de weg. Telkens weer keert bij hem dat éne antwoord terug: wij zullen het wezen, dat waar het allemaal om gaat moeten herontdekken, en ons niet blind staren op bijkomstigheden. Op bezoek in zijn geboortestreek Beieren vatte hij die kern in een paar duidelijke zinnen samen: “De kern van ons geloof is heel eenvoudig. (…). Wij geloven in God - in God, de oorsprong en het doel van het menselijk leven. In God, die zich met ons mensen inlaat, die onze afkomst en onze toekomst is. Zo is geloof altijd tegelijkertijd hoop, zekerheid dat wij toekomst hebben en dat wij niet in het niets verdwijnen. En geloof is liefde, omdat Gods liefde ons wil aansteken. Dat is het allerbelangrijkste: wij geloven eenvoudigweg in God en dat brengt ook de hoop en de liefde met zich mee”. (Homilie Islinger Feld Regensburg 12 september 2006). De kern van ons geloof is inderdaad heel eenvoudig. God laat zich in met ons mensen. Hiermee is tevens het hart van dit Kerstfeest uitgesproken! “Is Kerstmis nog te redden?” Ja, beslist; tenminste als wij dit feest blijven vieren als wat het in christelijk-gelovige zin wil zijn: viering van de Menswording Gods. Van de God die zich in de geboorte van het Kind van Betlehem ingelaten heeft met ons mensen; de God die niet alleen onze “afkomst”, maar ook onze “toekomst” is. In het Kind van Betlehem is immers “de goedheid en mensenliefde van God op aarde verschenen” (Tit. 3,4). Letterlijke woorden van de apostel Paulus. Indringende woorden waarmee ons christelijk geloof staat of valt. Om Kerstmis goed te vieren is het daarom van het uiterste belang ons beeld van God te vernieuwen. Wij hebben zo sterk de neiging om God - wanneer wij Hem ter sprake brengen - zo ver van ons weg te duwen, hoog boven ons verheven, ver van ons vandaan. Zeker, God woont in het ontoegankelijk licht en niemand heeft Hem ooit gezien, zegt diezelfde apostel Paulus (vgl. 1 Tim. 6,16). Maar hiermee hebben wij slechts de halve waarheid gezegd. Sinds die eerste Kerstnacht valt er méér, beslissend méér over Hem te zeggen. Kerstmis leert ons op de juiste wijze over God te denken, ook over zijn grootheid. God is namelijk zo groot dat Hij het aan kan een kleine mens te worden! Hierin bestaat zijn grootste glorie dat Hij de oneindige afstand tussen Hem en ons heeft overbrugd. Hij is onder ons gekomen in de gestalte van een weerloos en kwetsbaar Kind. Almacht verkeert in hulpeloosheid. De Onsterfelijke bekleedt zich met sterfelijkhdid. Zo ver reikt dus Gods solidariteit met ons mensen. Dat is het geheim van deze Kerstnacht. Gods liefde voor ons, zijn definitieve jeuze voor de mens heeft een concreet gezicht: het is de!glimlach van het Kind van Betlehem. In Jezus hedft God zich voorgoed ingelaten met ons mensen. Zijn Woord van liefde is mens geworden. “Het Woord is vldes geworden en heeft onder ons gewoond”. Maar verdragen wij een dergelijke nabijheid van God wel? Is er voor deze radicale liefde wel plaats in “de herberg” van onze mensenwereld? Het begon al in de Kerstnacht. Een verhaal van afwijzing en weigering. En tegen de achtergrond van de voederbak verschijnt het kruis. Kribbe en kruis zijn uit hetzelfde hout gesneden: namelijk de afwijzing door de mens. Zoals het Kerstlied zingt: “Er is een Kindeke geboren op d’ aard…’t Kwam op de aarde en ’t had er geen huis…’t Kwam op de aarde en ’t droeg er zijn kruis”. De radicale inzet van Gods liefde lijkt op een fiasco uit te lopen. Maar, juist in deze deze afwijzing wordt de keuze van deze God voor ons mensen nog eens meer dan duidelijk. Zo ver gaat Gods liefde voor ons. Kribbe en kruis zijn de uiterste consequentie van die liefde. Daarom ook vieren wij op die grootste feesten van ons geloof, met Kerstmis en Pasen, niet alleen de grootheid Gods, maar ook de opwaardering van ons mensen. Wij mensen kunnen in onze tijd zo vlug onszelf overschatten. Wij zijn tot zo veel in staat. Onze macht lijkt grenzeloos. Wij denken daarom alles op eigen kracht aan te kunnen. Zelfoverschatting is het gevolg! Maar toch ook het gevaar van het tegendeel loert om de hoek. Wij kunnen onszelf ook onderschatten, als nietig en waardeloos. Het is in de wereld waarin wij leven geen grote kunst mensen te overdonderen met verlammende doemscenario’s; om ze, zoals dat veel gebeurt, met dof pessimisme op te zadelen. Elke dag krijgen wij wel ergens te horen dat het allemaal van kwaad tot erger gaat. Doemdenkers en zwartkijkers genoeg! Kerstmis betekent daarentegen een opwaardering van ons bestaan. God vindt het de moeite waard om zelf mens te worden. Dat geeft glans aan ons bestaan, het onderstreept onze onverwoestbare waardigheid. Het mensenbestaan zoals Jezus, God mensgeworden Liefde, het doormaakt, was groots, maar tegelijk toch ook kwetsbaar en broos. Hij heeft het vanaf het begin ervaren. Maar in alles wat Hij meemaakte, vertrouwde Hij zich onvoorwaardelijk toe aan Hem die Hij God zijn Vader noemde. Kerstmis openbaart ons een grote God die ons nabijkomt om ons bestaan helemaal, van wieg tot graf, te doorleven en te doorlijden. Maar in de teloorgang van zijn lijden gloort reeds de dageraad van zijn verrijzenis. Als Schepper is Hij onze “afkomst”, als Verlosser is Hij onze “toekomst”. “Erken, christen, uw waardigheid. val door een slechte levenswijze niet terug in uw vroegere armzaligheid. Gij zijt immers deelachtig geworden aan de goddelijke natuur. (…). Herinner u dat gij ontrukt zijt aan de macht van de duisternis en overgebracht naar het licht van het rijk Gods”. Dat riep paus Leo de Grote in de 5e eeuw zijn gelovigen toe in een beroemd geworden Kerstpreek. Het zijn woorden die na zo lange tijd niets aan geldingskracht hebben verloren! “Is Kerstmis nog te redden?” Wellicht kunnen wij het beter zo stellen: “Zijn wij eigenlijk nog te redden?” De boodschap van Kerstmis geeft ons daarop een zalig antwoord: “Heden is u een Redder geboren, Christus, de Heer, in de stad van David”. Daarom, wij mogen wij elkaar in die gelovig-christelijke zin een Zalig Kerstfeest toewensen.
Amen.

Zoeken in Preken Online