Het kerstverhaal vraagt veel van de toehoorders.
Er wordt immers gevraagd om in het kleine het grote te zien.
Er wordt ons gevraagd om in het centrum de boodschap te aanvaarden die komt uit de rand van de stad.
Er wordt ons gevraagd om de vorst van de vrede te volgen en vrede te stichten.
Bethlehem was een kleine plaats; zo zegt het de profeet Micha (Mich. 5,1).
Daar had de profeet Samuël ooit de jongste van zeven zonen uit een herdersfamilie tot koning gezalfd (1 Sam. 16,12).
Een timmerman, een verre afstammeling van David, trok erheen met zijn zwangere vrouw Maria (Lc. 2,1-14). Zij kwamen uit Nazareth, een kleine plek in Galilea, die in geen enkel boek van het Oude Testament is vernoemd.
Er was voor Jozef en Maria geen plaats in de stad, toen ze zich daar op bevel van een keizer uit Rome moesten inschrijven. Ze kwamen terecht in een herdersstal buiten de stad. Daar wordt een kind geboren, klein en broos.
Het wonder van een kind
Niet elk kind is welkom en is zeker van zijn toekomst.
Toch is de geboorte van een kind een wonder.
Emmanuel en Charlotte stuurden bij de geboorte van hun eerste kind een mail met dit heel kort bericht: Onderwerp: Dieu est Grand
« Joseph est né le 18 mars !
Voici les premières photos de Joseph !
Dieu est Grand. Bénissons le Seigneur pour la merveille de la Création ».
God danken om het wonder van het leven en met Hem zorgen voor de eerbied van elk kind, dat het menswaardig mag opgroeien.
Vreugde voor gans het volk
Bij het kind van Bethlehem geloven we dat dit kind Jezus heel nauw met God verbonden is, zoals geen enkel ander mensenkind ooit is geweest of ooit zal zijn. In het kerstekind buigen we voor het groot mysterie dat God zelf mens is geworden en dat Hij ons menselijk bestaan deelt en doorloopt.
Lukas betrekt de hemel in zijn verhaal. Een engel en hemelse koren verkondigen dat dit kind in de kribbe de Redder is. Deze vreugdevolle boodschap is voor iedereen bestemd. Herders gaan als eerste naar de kribbe. Zij geloven en verkondigen wat ze hebben gezien (Lc. 2,17).
Het kind Jezus verwijst naar God en het stuurt ons naar de mensen om met hen te spreken, hen te ontmoeten in hun verlangen naar vrede en gerechtigheid.
Vrede alom is een van onze diepste verlangens. Velen nemen het deze kersttijd in de mond.
Vredevorst
Jesaja voorspelde de komst van een kind, dat zou worden begroet als vredevorst (Jes. 9,5).
Bij zijn bezoek aan Japan heeft paus Franciscus in Nagasaki de gruwel van de oorlog, vooral het gebruik van atoomwapens en vernietigingswapens krachtig veroordeeld. Zij zijn niet het geschikte middel om vrede te bereiken.
In het voorbije jaar hebben velen de ontmoeting herdacht van Franciscus van Assisi met Sultan Malek Al-Kamil, acht eeuwen geleden.
Franciscus hield heel veel van de eenvoud van kerstdag. Aan hem danken we de eerste levendige uitbeelding in het Westen van de kerststal. De plek waar hij dit heeft gedaan in 1223 heet El Greccio. Paus Franciscus maakte bij zijn bezoek aldaar op 1 december 2019 zijn brief bekend over de betekenis van de kerststal.
Vrede en alle goeds.
Franciscus opende de harten van veel mensen door zijn groet: “Vrede en alle goeds.” Hij bracht een verzoening tot stand in Assisi tussen de burgermeester en de bisschop. Hij ontroerde hen met zijn lied over de harmonie tussen mens en schepping, Hij voegde aan zijn Zonnelied een strofe toe, waarin hij elkeen looft die tot vergeven is bereid:
“Wees geloofd voor hen die leven in uw liefde en vergeven
ook als onrecht en ellende hen dan honen
en gezegend ook diegenen die door vrede te verlenen
zich voor U, o Vader, mogen laten kronen.”
Onze wereld is hard. Mensen gaan elkaar voorbij. Mensen op eenzelfde werkvloer laten na de collega te groeten. Een teken van de tijdsgeest van nu, aansluitend ‘bij de ruwheid in het openbare debat; bij de haatkreten en lynchpartijen in de sociale media; bij de rivaliteit in slachtofferschap, gegriefdheid en rancunes” (Mia Doornaert, De Standaard, 27.11.2019). Een destructieve cultuur van polarisering bedreigt onze samenleving.
Buon giorno, buona gente’
Poggio Bustone is een hooggelegen dorp aan de rand van het liefelijk Rietidal.
Het voert twee knuppels in zijn wapenschild.
Zijn voorvaderen waren niet bepaald brave jongens.
Ruw volk, gemeden door het volk uit de vlakte.
In het jaar 1209 kwam Franciscus met enkele van zijn gezellen in dit dorp.
Hij was toen zelf door de goegemeente van Assisi uitgestoten.
Ze waren immer in zijn geboortestad niet opgezet met die rare man die door zijn armoedebeleving hun handelwijze in vraag stelde.
Hij sprak de bewoners van Postone aan met de groet ‘Buon giorno, buona gente’. Daardoor raakte hij hun hart.
Franciscus paste toe wat Jezus aan zijn leerlingen bij hun zending had toevertrouwd:
“Laat vrede uw eerste woord zijn” (Lucas 10, 5).
‘Buon giorno, buona gente’; ‘Goeie dag, goede mensen’, kan het eenvoudiger gezegd?
Toch is dit gebruik in de omgang erop achteruitgegaan.
Mensen groeten mekaar minder. Wat zou ik naar de ander omzien, ik heb toch genoeg aan mezelf?
Het klimaat in een bedrijf is nochtans anders waar mensen elkaar begroeten.
Het eerste woord door de telefoon of het aan loket verraadt reeds de kwaliteit van de dienstverlening.
De ander een goede dag toewensen en in hem en haar een glimp van goedheid onderkennen, dit is een kleine, belangrijke stap op de weg naar verstandhouding en vrede.
Het kerstverhaal vraagt veel van mensen, soms de moed om een eerste stap te zetten naar een medemens. Het kerstverhaal komt tot leven door kleine daden, te beginnen in eigen omgeving. Het zet aan tot zorg voor kleinen en armen.
Kerstvrede begint met de groet aan elkaar; met een blik, een woord een handdruk aan de man en vrouw in mijn buurt, om het even hun land van herkomst.
Zalig kerstfeest.