God is mens geworden

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Wie zou er nu het eerst op de gedachte gekomen zijn van de menswording van God? Wij moeten niet zeggen: de Bijbel. Want de Bijbel is niet een boek dat zomaar uit de hemel kwam vallen. De heilige Schrift is door mensen geschreven. Dus ooit is er een mens voor het eerst op de gedachte gekomen dat God mens zou worden. Wie dat was, weten we echt niet. Maar het moet iemand geweest zijn die gezien heeft dat het met de mensen vast zou lopen. En dat klopt, want de eerste gedachte aan een menswording van God vinden we na het paradijsverhaal als de mens met zijn vrouw het paradijs wordt uitgestuurd.

Ook in de Griekse wereld is ooit iemand op de gedachte gekomen dat God mens zou kunnen worden. In de grote treurspelen, waarin de menselijke tragiek op een uitzichtloze wijze werd vertolkt, komt er steeds een moment dat er geen redding meer mogelijk is. En dan verschijnt ineens God op het toneel. Met een machine wordt hij op het toneel neergelaten. Vandaar de uitdrukking: ‘Deus ex machina'.

Bij de profeet Ezechiël vinden wij deze gedachte ook. Hij ziet in een visioen het joodse volk als een dal vol doodsbeenderen. Akelig, afzichtelijk, doods. Dat was er van een welvarend volk overgebleven. Dan vraagt de Heer aan hem: ‘Zouden deze beenderen nog ooit kunnen leven?’ ‘U weet het’, zei Ezechiël. Hij bedoelde: Nee, nooit meer, tenzij …

Daar is het weer. Als het horizontalisme te pletter loopt kijkt een mens pas naar boven. Als alle medemenselijkheid een fiasco is geworden begint een mens weer op het idee te komen van de God-menselijkheid.

Nood leert bidden, zeiden we vroeger. Is dat dan toch waar?

Er is een kerstlied, waarin staat: Jezus, kom, laat ons niet langer wachten, laat die droom niet langer droom meer zijn. Maak een eind aan eindeloze nachten, laat er vrede voor uw mensen zijn.

Iemand wilde het eerste woord veranderen in: mensen. Mensen, kom, laat ons niet langer wachten, laat die droom niet langer droom meer zijn. Maak een eind aan eindeloze nachten, laat er vrede voor de mensen zijn.

Maar dat kan niet meer. De problemen zijn te groot. Natuurlijk kunnen wij niet zeggen dat de mensen niets moeten doen. Natuurlijk kunnen wij niet zeggen, dat we alles aan God over moeten laten. Maar we moeten wel zeggen dat een eindeloze rij gebeurtenissen duidelijk maakt dat aan de macht van mensen grenzen zijn, en dat die grenzen zijn bereikt. En die eindeloze rij begint dicht bij huis. Hoe vaak leven wij niet in vijandschap met mensen die wij eigenlijk lief zouden willen hebben. Maar we staan machteloos. En van dicht bij huis gaat die rij verder. Wie kan nog de rassen bijeenbrengen? Wie kan de honger stillen van zoveel miljoenen mensen? Wie kan recht doen aan de Israëli’s en de Palestijnen? Wie maakt de kerken één? Wie kan aan de polarisatie in de kerk een einde maken? Wie kan zoveel echtscheidingen ongedaan maken? We staan vaak zo machteloos. En die machteloosheid maakt ons klein genoeg om onze handen omhoog te heffen, en te bidden: Jezus, kom, laat ons niet langer wachten, laat die droom niet langer droom meer zijn. Maak een eind aan eindeloze nachten laat er vrede voor uw mensen zijn. Blij ontwaken, U verwachten, breken ‘t Brood om heel te zijn.

En dat willen wij: het brood breken. Dat willen wij: een keer blij ontwaken. Wij willen iets doen. Wij willen veel doen. Maar het puur horizontalisme loopt te pletter, of liever gezegd: het loopt uiteindelijk in Gods armen. En dat is goed. God kan best weer mens worden. Hij heeft het al een keer gedaan. Hij doet het weer als wij met onze armzalige maar goed bedoelde medemenselijkheid rot Hem durven bidden: Jezus, kom, laat ons niet langer wachten.

Zoeken in Preken Online