‘Mijn gedachten zijn niet uw gedachten en uw wegen niet mijn wegen,’ zo spreekt de Heer, ‘want zoals de hemel hoger is dan de aarde zo gaan ook mijn wegen uw wegen te boven en mijn gedachten uw gedachten.’ Deze woorden van de profeet Jesaja zeggen ons dat God boven alles en allen staat en Hij zal zijn plannen van heil soeverein uitvoeren. Wij staan hier voor de laatste keer bij de kribbe en het evangelie nodigt ons uit om nog even in bewondering stil te staan bij dit hoogheilig mysterie.
‘God met ons’, zo is de naam van Jezus, want Hij heeft op een unieke wijze de goedheid en menslievendheid van God zichtbaar gemaakt. De evangelist Johannes heeft het mysterie van de menswording op een meesterlijke wijze samengevat in de woorden: ‘Zozeer heeft God de wereld liefgehad, dat Hij zijn eniggeboren Zoon heeft gegeven.’ Sint Paulus overdenkt op zijn manier het mysterie van de menswording met de volgende woorden: ‘Hij die bestond in goddelijke majesteit, heeft zich zelf ontledigd en het bestaan van een slaaf op zich genomen. Hij is aan de mensen gelijk geworden.'
‘Het Woord is vlees geworden en het heeft onder ons gewoond’, Gods Zoon is een zwakke mens geworden, in alles aan ons gelijk, behalve in de zonde. Eigenlijk staat het in de Griekse grondtekst nog duidelijker uitgesproken: ‘Hij heeft onder ons zijn tent opgeslagen’ staat daar. Dat is een woord uit het nomadenleven. Wij zijn pelgrims onderweg. En deze weg gaat God zelf met ons mee. Dat is het geweldige van de kerstboodschap, wij zijn nooit meer alleen. Hij die is in de Schoot van de Vader, wiens wegen geenszins onze wegen zijn, wordt mens en gaat met ons mee. Je kunt je afvragen: Welke wegen gaat God met ons mee? Hij gaat de een-voudige alledaagse wegen met ons mee. Hij werkte en bad, Hij was blij en treurig, Hij was moe en rustte uit, Hij at en vastte. Hij ging de huizen en de synagogen binnen, Hij ging de wegen naar de menigte en ook naar de eenzaamheid. Hij ging de weg naar zieken en bezetenen, naar zondaars en doden. Zijn weg bracht overal heil en vreugde. Tenslotte is Hij de weg gegaan naar Golgota, beladen met zijn kruis, ook deze waarheid mogen wij met Kerstmis niet vergeten. ‘Het licht schijnt in de duisternis, maar de duisternis nam het niet aan.’ Maar de weg van het kruis werd voor Jezus de doorgang naar de heerlijkheid bij de Vader: ‘Wij hebben zijn heerlijkheid aanschouwd, zulk een heerlijkheid als de Eniggeborene van de Vader ontvangt, vol genade en waarheid'.
God gaat met ons de weg, God is ons nabij, zoals we zo mooi zingen in een lied van Oosterhuis: ‘Weest verheugd, van zorgen vrij. God die wij aanbidden, is ons rakelings nabij, wonend in ons midden’. Sindsdien is God ervaarbaar. Immers: ‘Het Woord kwam in de duisternis, licht werd aangeheven, maar wie weet dat Hij het is, die de mens doet leven?’ Door het geloof mogen wij zeker zijn, dat de wegen van het menselijk geslacht en ook onze wegen, worden afgelegd met Jezus als reisgenoot. De wereld met al haar duisternis wordt omvangen en gedragen door Gods liefde.
Hoe heel anders is de wereld geworden door de geboorte van Jezus! Aan allen immers die in Hem geloven gaf Hij het vermogen kinderen van God te worden. God gaat met ons de weg, ook vandaag, de weg naar de arbeid en het beroep, de weg in ons huwelijk en gezin, de weg van vrije tijd en ontspanning. Hij zal ons meenemen in zijn heerlijkheid. Hij, de weg, de verrijzenis en het leven, heeft aan ons leven een kwaliteit geschonken, die grenzeloos is. Als God zo voor ons is, waarvoor zouden wij nog bang zijn?