Zo 'n woord, dat bedoel ik

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

Het is laat geworden gisteravond, ruim na twaalven, toen we de kerk konden sluiten. We hebben nog even nagepraat en later zat ik in mijn stoel wat te mijmeren. Ik moest mijn gedachten bijeen rapen om vanmorgen te kunnen spreken over dat evangelie van Johannes: “In het begin was het Woord”, geen kleinigheid! Ik deed mijn ogen dicht om beter na te kunnen denken. Misschien was de stoel een beetje te gemakkelijk, want ineens had ik het gevoel, dat er iemand naast me stond. Ik zeg: “hé, wie ben je?” “Ik ben Johannes, degene die het evangelie geschreven heeft, dat jij zo moeilijk vindt.” “ja”, zeg ik, “had je niet iets anders kunnen schrijven met Kerstmis? Lucas heeft het ons heel wat gemakkelijker gemaakt; die komt tenminste met het Jezuskind voor de kerstdagen. En Matteüs vertelt over St.-Jozef, die totaal in de war is. Dat kan ik begrijpen en daar kan ik iets van vertellen. Maar ‘dat Woord’: ik vind het zo moeilijk”. “Ja”, zei Johannes, “ik heb daar ook mee gezeten. Ik wist ook niet hoe ik dat geweldige geheim moest vertellen aan de mensen. Lucas had het al zo goed gedaan en Matteüs. Hoe zou ík nu schrijven over het bijzondere van Gods komst in de wereld? Weet je, zei hij tegen mij, wat een ‘woord’ is?” Jazeker, woorden hebben we zoveel! Alle dagen bij de koffie en de thee, ze gaan over de toonbank. Je hoeft de radio maar aan te zetten en ze knallen er uit, voortdurend, dat je oren ervan toeten. “Ja maar, dat zijn geen woorden, ik bedoel een écht woord van mens tot mens. Die heb je niet veel nodig, maar ze zijn geweldig krachtig en werken heel wat uit. Weet je, wanneer je een echt woord hebt? Dat is als een jongen verliefd is, maar nog in stilte. Hij weet niet, hoe hij het zal zeggen. Maar ineens durft hij en vindt hij het goede woord én hij merkt dat het aanslaat. Zo’n woord, dat bedoel ik. Of een jongen en een meisje trekken langer met elkaar op en ze besluiten om het voorgoed met elkaar te gaan wagen en ze zeggen hun ‘ja-woord’. Of nog anders: mensen hebben een tijd lang in zorg en vrees geleefd omdat er iemand ziek is geworden, ze zijn bang dat het heel ernstig is. En dan zegt de dokter: nee, het is niet kwaadaardig, je kunt verder leven. Zo’n woord. Als je tegen een mens zegt: wat er ook gebeurt, ik blijf bij je, ik laat je niet in de steek. Of wanneer je met veel moeite - met lood in je schoenen - de moed bij elkaar geraapt hebt en je bent naar een ander gegaan om je spijt te betuigen en die ander zegt dan: zand erover, het is al goed, vergeven en vergeten. Zo’n woord bedoelde ik, toen ik sprak over het Woord dat in de wereld kwam. Een woord dat bevrijdt, een woord waar mensen gelukkig van worden. Ook al gaan pijn en lijden niet aan hun deur voorbij ze voelen dat ze gezelschap hebben; een mens die het met hen mee wil doorstaan tot het einde toe. Zo’n woord, dat is het Woord waarmee God in de wereld is gekomen.” Toen deed ik mijn ogen open en ik was alleen. De telefoon rinkelde, want ik werd weggeroepen voor een zieke in de nacht. Daar stonden we om haar heen met verschillende mensen en allemaal zochten we naar het Woord dat rust geeft aan een mens in onrust. Zo ga ik Johannes toch een beetje begrijpen, als hij de Heer een ‘Woord’ noemt, “dat in onze wereld vlees is geworden”. Hij geeft daarmee aan, wat de diepste bedoeling van Jezus’ komst in de wereld was: de mens zo aan te spreken dat gevangenschap verandert in bevrijding, rouw in vreugde, ziekte in gezondheid en dood in leven.

Zoeken in Preken Online