Kerstmis (2007)

Feest · 25 december · Kerstmis · wit

In het 27ste regeringsjaar van Koningin Beatrix, in hetzelfde jaar waarin George Bush viervorst van de Verenigde Staten was en zijn broer Vladimir Poetin, viervorst van de Verenigde Sovjet-republieken. In hetzelfde jaar dat Jan Wolkers werd begraven, in hetzelfde jaar waarin miljoenen Afrikanen aan de rand van de hongerdood leefden, in hetzelfde jaar waarin er tienduizenden mensen stierven in de oorlogen van Afrika, Irak en Afghanistan, in het zelfde jaar waarin alleen wij Nederlanders miljarden uitgaven voor onze kerstinkopen; in datzelfde jaar maakten miljoenen mensen zich op om - op bevel van de kalender - het kerstfeest te vieren. Iedereen ging die nacht naar zijn eigen kerk, die speciaal voor die nacht was omgetoverd in een vredig stalletje van Bethlehem. Ook Jezus van Nazareth, omdat Hij wist dat Hij uit het geslacht van mensen was, wilde temidden van de mensen het kerstfeest vieren. Hij trok die nacht langs kerken en kathedralen, die uitzonderlijk goed gevuld waren. De kerken zaten zelfs zo vol met mensen, dat er voor Jezus in de kerstnacht geen plaats was in het stalletje. Teleurgesteld zocht hij die nacht maar een plaatsje in een herberg!

Ja, zo zou ’t kerstevangelie in 2007 kunnen klinken. Lucas 2: een omgekeerd kerstevangelie. De hele meute in de stal en Jezus verbannen naar de herberg! Maar het kerstfeest vieren zonder Jezus is ’n griezelige zaak. Als alleen de franje van het kerstfeest je aanspreekt, dan ben je als een moeder die vol trots achter haar kinderwagen loopt en niet merkt dat het kind er halverwege is uitgevallen. En wij? Zien wij het kerstkind nog wel zitten? Waar hebben wij Hem neergelegd? Misschien tussen kerstboom en kerstbrood? Misschien hebben we Hem zelfs naast de kribbe gelegd, om de kribbe te vullen met kerstgeschenken, vrome wensen en ontroerende kerstliederen.

Waarom zijn we dan toch in een feestelijke stemming bij elkaar? Met honderden miljoenen tegelijk? Omdat er in deze dagen woorden gebeuren. “En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons zijn intrek genomen”. En in het hele kerstverhaal is er geen woord zo vurig als de laatste woorden: “Vrede en alle goeds aan de mensen van goede wil”. Vrede op aarde - het brandt in je mond als je deze woorden uitspreekt. En als we zingen over vrede, doen we dat niet eenstemmig, maar elke vogel zingt zijn eigen lied. Wij, zelfs hele volkeren, proberen elkaar te overstemmen in luide spreekkoren.

Zijn vleesgeworden Woord - Hij is het zelf! - vraagt er om dat wij armen te eten geven, gevangenen worden bevrijd, eenzamen weer in de kring worden gehaald, recht wordt gedaan aan rechtelozen, moed wordt ingesproken bij mensen die moeten leven met een lege plaats aan hun zij, een diep gat in hun bestaan. Met kerstmis komt Gods hoge woord eruit. ’t Woord over de zin van het leven, over “vrede op aarde”. Maar hoe kan dat dan? Wat is mijn plaats in dat gebeuren? Wij maken toch geen deel uit van die internationale conferenties over vrede en veiligheid? Maar uit het Evangelie begrijp ik dat mijn wijze van omgaan met de mensen, mijn manier van praten, mijn dagelijkse keuzen en beslissingen, méér invloed hebben dan ik durfde verwachten.

Het kleine kind dat vannacht is geboren, heeft in zijn eentje de wereld veranderd. En ik prent het goed in mijn oren: dat ieder mens wordt geroepen, dat elk mens meetelt. Nee, het is niet de kerstnacht, waarin van alles kan gebeuren. Maar ik weet wel - belofte van het Kerstkind - dat alles wél kan gebeuren op klaarlichte dag. Jezus is daar het overtuigende en levende bewijs van, het woord van vrede dat voor Hem ’n vleesgeworden woord is geworden. Héden is u een Redder geboren: Christus de Heer. Een pasgeboren Kind dat nog niet kan aanvallen, niet kan doden, geen dreigende houding kan aannemen. Een kind, gewikkeld in doeken, heeft ons de afgelopen nacht uit de doeken gedaan hoe deze wereld er ook uit zou kunnen zien. De geboorte van een klein Kind doet ons met kerstmis het hele oorlogvoerende heden vergeten. Het roept diepe herinneringen in ons wakker: dat we als mensen diep in ons hart geen moordenaars zijn, dat geen mens in deze wereld ingezet om anderen te haten, te doden, te discrimineren. Niemand hoeft van dit leven te walgen. Dat is het beeld van kerstmis: geen sterke man, geen televisieheld, geen verpletterende indruk. Kerstmis is blijkbaar niet meer dan een pasgeboren kind, dat nog te klein is om tegen te protesteren en te schreeuwen. De romantiek van het kerstfeest sleept ons in deze dagen mee, maar waar naar toe?

Is het kerstverhaal dan zo lieflijk als het lijkt? Is het kerstverhaal dan ook niet het verhaal van een doodsbange vader en een doodsbange moeder die op de vlucht zijn voor Koning Herodes? Wij vieren opnieuw kerstmis temidden van onrecht en geweld, spanning en strijd. Maar voor een ogenblik hoeft onze oog geen put van zorg te zijn, maar een vonk van hoop, een ster van licht. Ook het komend jaar zal God weer opnieuw vele harten en handen van mensen bezielen: in kleine dorpen en grote steden. Mensen zullen verder blijven bouwen aan een wereld vol vrede. Laat die opdracht maar gaan van mond tot mond.

Laat alle angst en cynisme maar verdwijnen. Over 14 dagen zullen wij de kerstkribbe weer afbreken en zal de dennenboom zijn naalden verloren hebben. Maar het vleesgeworden woord mag blijven leven. Maar de woorden van Jesaia mogen blijven naklinken in onze oren: Barst in jubel uit, want de Heer heeft zijn volk getroost". Hoe liefelijk op de bergen de voeten van de vreugdebode, die vrede meldt, goed nieuws verkondigt, die heil komt brengen". Wat een kerstboodschap!

Ik wens u allemaal een zalig en vredig kerstfeest toe!

Zoeken in Preken Online