Lieve en goede mensen hier bij ons samen,
Deze nacht heeft men in de nachtmis een stukje uit het begin van het evangelie van Lucas gelezen.
In feite: het verhaal van kerstmis.
Het verhaal over de stal, de engelen en de herders.
Een verhaal dat betovert en vaak aanleiding geeft tot romantiek.
Er is feest geweest. De engelen hebben gezongen. Herders zijn op bezoek geweest en even leek het erop dat er weer vrede en vriendschap zou zijn.
Dat mensen hun oude ruzies en vetes zouden vergeten en als broers en zussen met elkaar zouden omgaan.
Maar dan komt de nacht.
En een nacht kan koud en donker zijn. Vooral daar.
Het kan er gevaarlijk zijn.
En mensen zijn dan vaak alleen.
In de stilte van de nacht en in de stilte van zichzelf.
En dan gaat men rusten en nadenken.
En wie wakend de nacht door moet gaat alles wat gebeurd is,
alles wat hem overkomen is,
even terug brengen naar zijn normale proporties.
Gaat op zoek naar de diepste zin van de gebeurtenissen en zoekt naar een verklaring.
Wat wil het allemaal zeggen wat mij is overkomen?
Hoe moet ik alles begrijpen wat er allemaal is gebeurd?
Waar plaats ik dat in mijn leven?
Dat moet zo de gedachtegang geweest zijn van Johannes – de schrijver van wie wij de evangelielezing hebben gehoord.
Een heel ander verhaal dan dat van Lukas.
Meer het verhaal uit de diepte. Het verhaal van de bezinning.
Hij vertelt ons op een andere manier wat er die nacht is gebeurd.
Het lijkt er haast op alsof Johannes met het verhaal van Lukas de nacht is ingegaan. en het heeft overwogen en zijn gevoelens daarover heeft neergeschreven.
En hij voelt dat er iets echts belangrijks is gebeurd.
Iets wat het kennen en begrijpen van mensen overstijgt.
Gods woord en gedachten worden tastbare werkelijkheid.
Nooit was het besef van Gods aanwezigheid en bekommernis zo diep aanwezig.
Er was een tijd dat men God ervaarde als ver en vreemd.
Hoog boven mensen verheven.
Maar plots komt God aanwezig tussen mensen.
Als een klein kind: onschuldig en kwetsbaar
Een kind dat beloftes inhoudt. Hoop op een toekomst.
Een kind dat vertederd en ontwapend
Het Woord van God dat zichtbaar woord. Gods taal wordt voor mensen verstaanbaar.
Een Woord dat licht en leven brengt.
Voor Johannes is, door de komst van dit kind, het einde van de nacht aangebroken.
Niet alleen voor de mensen van toen maar voor heel de mensheid.
Er is weer hoop en toekomst.
Er is licht in de duisternis.
Alleen moeten we,
en dan keer ik terug naar het verhaal van Lukas, dan moeten we, net zoals de herders gedaan hebben opstaan – in het midden van de nacht – en eenvoudig gaan neerknielen aan de stal.
Je opnieuw laten roeren en ontroeren door dat kind.
En diep geloven dat God vanuit het kleine ook grote dingen in en met ons.
Dat is de diepe betekenis van Kerstmis:
God wil wonen in alles wat klein en kwetsbaar is.
Daarin wil Hij de kracht van zijn Woord leggen en het tot Licht en Leven roepen.
En dat kind, dat Immanuël – God met ons - werd genoemd, is daar taal en teken van.
Hem volgen,
ons aan Hem toevertrouwen is ook gaan staan in de kring van Licht en Leven.
Dat is gaan leven, net zoals de herders, vanuit de eenvoud van de kerststal en getuigen dat er vrede in de harten van mensen en vrede in de wereld is gekomen. Dat na elke nacht weer Licht kan zijn.
Amen
Kerstmis (2004)
Feest · 25 december · Kerstmis · wit