Een onstuimige, snelstromende rivier … zo is ons leven mensen … De gebeurtenissen tuimelen over elkaar hen. En daar moeten we iets mee op de één of andere manier. Want “het komt allemaal bij ons binnen” zoals we dat noemen. De gebeurtenissen, wat we zien en/of horen dat gebeurt; het komt bij ons binnen - vooral door onze oren en door onze ogen … En daardoor komt het dat er zich ook bij ons van binnen heel wat afspeelt - letterlijk: Het is een film die altijd maar doordraait. Dóorlopende voorstelling. De gedachtenstroom gaat altijd maar door … Een onstuimige, snelstromende rivier … niet alleen buíten ons, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; niet alleen buiten ons stroomt die rivier, maar ook bij ons van binnen: in ons hoofd. Pas op! Want als je niet uitkijkt, als je niet oplet, dan word je er gemakkelijk door meegesleurd door die rivier van de gebeurtenissen en van de impressies; van al je gedachten vanwege die gebeurtenissen.
Ja, gemakkelijker gezegd dan gedaan zult U misschien zeggen … Wat moet je? Ik denk mensen: Je moet een stok planten middenin die snelstromende rivier. Of nee, dat hoef je zelf niet te doen, die stok staat er namelijk al. Je hoeft ’m alleen maar te zien en je er stevig aan vasthouden. Die stok kan overál in die rivier staan trouwens, wáaar jij took toevallig maar bent. Maar de vraag is natuurlijk: Zie je die stok? De meeste mensen die zien die stok níet moeten we misschien in deze tijd constateren … Waaruit bestaat dan die stok? Wat is dat voor iets? Vandaag op Eerste Kerstdag wordt ’t ons verteld mensen. Die stok, dat is: het Woord van God. Precies zoals er die maalstroom van gebeurtenissen en impressies is veelgeliefden, zo is er ook een stroom van woorden. We worden er onder bedolven. De mensen babbelen en kwebbelen en snateren maar door. Dat praat maar door op de televisie en op de radio. En dat schrijft maar door, in de krant en op de tekstverwerker, de p.c. Een springvloed van woorden. Heel gemakkelijk verlies je jezelf erin. Want door welke woorden laat je je leiden. Vandaag, met Kerstmis, wordt ons, zoals voortdurend in de kerk, aangereikt: het Woord van God. Ook dat Woord van God stróómt maar door trouwens. Voortdurend, dag in dag uit, dag en nacht bijna, wordt hier in de kerk voorgelezen uit de bijbel. Daarin lezen, daarin hóren we dat Woord van God. En dat is ook goed, want dat Woord van God wil een richtsnoer zijn èn wil een medicijn zijn temidden van alle onzinnige en heilloze, schadelijke woorden die óók klinken in ons leven. De vraag is natuurlijk mensen: Luisteren wij wel goed naar dat Woord van God? Horen we het wel werkelijk? De profeet Jesja, uit wiens boek wij hoorden voorlezen bij wijze van eerste lezing - hij, Jesaja, hoort het wèl. Hij zegt: “God, de Heer, gaf mij een vaardige tong, waarmee ik de moedeloze wil opbeuren.” Pats! Die zit! Midden in de roos mensen: Dat is de hele bedoeling van Gods Woord: Het wil de moedeloze mensen die wij inderdaad soms kunnen zijn; Gods Woord wil ons opbeuren. En dan vervolgt Jesaja: “Elke ochtend wekt Hij mijn oor, zodat het toegerust is om aandachtig te horen. God, de Heer, heeft mijn oren geopend en ik heb geen verzet geboden, ik ben niet teruggedeinsd.” Nee, veelgeliefden, Jesaja niet … Maar wij vaak wel. Hoe aandachtig zijn wij nu wèrkelijk voor dat Woord van God. Persoonlijk hoor ik het wel vier-vijf keer per dag op z’n minst, tijdens de vieringen van het getijdengebed en tijdens de heilige eucharistie, maar vaak betrap ik mijzelf erop dat mijn gedachten afdwalen, dat ik dus in feite níet goed zit of sta te luisteren. Zodra ik dat regsitreer bij mijzelf mensen, tracht ik mijzelf weer opnieuw tot luisteren, tot wèrkelijk luisteren te brengen - zoals een jong dartel hondje aan zo’n rekbare lijn ook af en toe moet worden teruggehaald, vaak is dat ook nodig met onze gedachten. Want doe je dat niet mensen, dan raak je los van die stok midden in die snelstromende rivier en ga je er door meegesleurd worden. Terug dus, steeds terug naar het Woord van God. Aandacht! Opmerkzaamheid - ook in het contact met elkaar trouwens: dat het belangrijk is om te registreren wat andere mensen wèrkelijk tegen ons zeggen. Vaak is dat in de woorden die ze spreken verbórgen. Maar als je goed kunt luisteren, in en áchter de woorden, dan kun je het horen misschien … Zo is het dus ook met het Woord van God. Ook dát Woord geeft zijn geheim niet altijd onmiddellijk prijs. Het kan ons gemakkelijk op een dwaalspoor zetten zelfs. Dat gebeurt als we er niet werkelijk goed naar luisteren, als we ons er niet écht voor interesseren, als we geen ruimte willen of weten te maken om ons er in te verdiepen …
Ik vraag mij wel eens af mensen: Is onze kerk geen hopeloze, achterhaalde zaak in onze huidige cultuur die méér en méér een beeldcultuur wordt. Want veel sterker nog dan het woord werkt het beeld in eerste instantie op ons in. Luisteren, aandachtig luisteren, daar tijd voor nemen, de tijd waarin wij leven maakt het er ons niet gemakkelijker op. Dus wat moeten we nog met dat Woord van God? - Ja mensen, en dan zijn wij nog katholiek. Bij de protestanten is helemáál niets te zien. Die moeten het echt uitsluitend van het woord, van de bijbel en van de preek hebben. Niks geen gipsen kindje in een kribbetje. Zij vinden dat maar zo-zo de protestanten hoe wij dat in de katholieke kerk aanpakken. De katholieke beeldcultuur gaat ten koste van de zuiverheid van het luisteren naar God Woord. Want voor je het weet ben je meer met de entourage bezig, met de kaarsjes en de kleertjes en de beeldjes; raak je meer dáár aan gehecht dan aan het Woord van God zelf dat toch ons enige en eigenlijke houvast, de stok in de rivier, zou moeten zijn …
Dat wil zéggen mensen: Het Woord is vlees, is méns geworden en heeft bij ons gewoond. Jezus van Nazareth die wij noemen: Christus, Messias, Gezalfde en: Zoon van God; Hij is geboren in de nacht van Kerstmis. In zijn eerste brief schrijft dezelfde evangelist Johannes aan wie wij het evangelie danken: “Wat er was vanaf het begin, wat wij gehoord hebben, wat wij met eigen ogen gezien en aanschouwd hebben, wat onze handen hebben aangeraakt, dat verkondigen wij: het Woord dat leven is.” Met andere woorden mensen: De apostel en evangelist Johannes is een ooggetuige. Hij heeft Jezus met eigen ogen gezien. Als de fotografie in zijn, in hun, in Johannes’ en Jezus’ dagen al was uitgevonden, dan hadden we foto’s gehad … Vandaar dat onze kerk steeds grote vrijheid heeft gelaten en gegeven aan kunstenaars en doehetzelvers om Jezus en zijn hele entourage in beeld te brengen. Zo heeft onze parochiaan Fred van Stigt (een echte kunstenaar!) een paar jaar terug ons gipsen altaarkindje een multicultureel verfje gegeven. Want vroeger was ons kind in de kribbe wel èrg blank en blond - en daarmee wordt de historische werkelijkheid van het jodenjongetje Jezus natuurlijk wèl enigszins geweld aangedaan. Maar van de andere kant mensen: Het maakt niet uit … Mensen in alle tijden hebben zich Jezus het Kerstkind voorgesteld op een manier die bij hén past. Zoals ze Hem begrijpen en verstaan op basis van de bijbel, zó brengen ze Hem in beeld. En ik denk: Het is inderdaad goed dat dat gebeurt, want het Woord is vlees, is mens geworden … Het is ooit gebeurd in en met Jezus. Maar Hij is van Godswege in persoon de stok, de stevige stok die God ons aanreikt om niet ten onder te gaan in die kolkende rivier van het leven. Het Woord is vlees, is mens geworden in Jezus. En Hij, Jezus, wil óns worden. Hij wil dat wij ons Hém en met Hem Zijn Vader, God zelf; Hij wil dat wij ons Hem, waar Hij voor staat, waar Hij voor leeft; dat wij ons dat, dat wij ons Hem eigen maken. God wil vlees worden, wil mens worden, niet alleen in Jezus lieve mensen, maar ook in ons. Laten we ons derhalve voor Hem openstellen. Dat wij ons oor mogen laten wekken, elke ochtend liefst, door Zijn Woord opdat Hij ook ons een vaardige tong geve om de moedelozen op te beuren. Dat de vrede van Jezus in ons is. Dat géén gebeurtenis in die woeste rivier van het leven ons die vrede kan ontnemen. Dat wij Jezus’ vrede geven. Dat wij Jezus’ vrede zíjn. Amen.