Praat ik, dierbare gasten en parochianen van deze Vredeskerk; praat ik te veel over mijzelf hier in de kerk? Spreek ik te veel over mijn familie en vrienden en over andere mensen die ik ken? Spreek ik, duidelijk of meer verhuld, te veel over mensen en situaties hier in de parochie? En spreek ik te véél vooral over mijn eigen beleving van één en ander? Op de lagere school werd mij geleerd: Een brief moet je nooit beginnen met “ik” - en tot op de dag van vandaag vermijd ik dat ook moet ik zeggen …
Ach ja mensen … maar … wat móet je anders? Ik denk altijd maar: Het is in elk geval beter om te vertellen: Dit of dat heb ik meegemaakt, heb ik gezien en ervaren - mèt alle betrekkelijkheid van dien ook - want het is dan ook alleen maar ík die het zo meegemaakt, gezien en ervaren heb … Het is, zo dunkt mij, in elk geval beter om U hier steeds te vertellen: Zo zie ík het, dan dat ik hier zou spreken met de pretentie: Zo ís het. Als ik “ik” kan zeggen, dan kunt U het ook … Dan kunt Ú tegenover mijn woord het Uwe zetten en spreken - zij het dat laatste slechts in beperkte mate hier in de kerk want zo is dat nu eenmaal geregeld … Het zou hier natuurlijk een kakafonie, een heksenketel worden als iederéén hier maar uitgebreid zijn of haar beleving en visie zou gaan ontvouwen. Dat is voorbehouden aan de priesters, de pastores en de leden van de verkondigingsgroep in deze kerk. En toch mensen: Iets terug zeggen kunt U altijd wél. In de viering zelf zijn er de voorbeden. Maar die zijn natuurlijk niet bedoeld om allerlei mededelingen te doen en toespraken te houden. Het zijn vóórbeden oftewel gebed. Dat wordt het geacht te zijn. Als U echt wilt reageren op de inhoud van wat hier naar voren wordt gebracht, dan kan dat na de viering, tijdens de koffie, gebeuren. Of U kunt een brief schrijven of een e-mail. Ik doe altijd mijn best om daar zoveel mogelijk op te antwoorden - behalve natuurlijk als er elke week een brief gaat komen …
Het uitgebreid spreken hier in de kerk is voorbehouden aan bepáálde personen en dat is natuurlijk om te bewaken dat het wèl blijft gaan hier om waar het altijd ten diepste om zou móeten gaan en waarvoor we allemaal ook komen mag ik hopen: om en voor God namelijk. Want uiteindelijk gaat het niet om U of mij, maar gaat het om God. Hij, Gód, heeft gesproken. En ons spreken hier dient er alleen maar toe om Zijn Woord te dienen en tot z’n recht te laten komen. Het gaat om God. En het gaat om onze communicatie met God. God heeft, in de loop van de geschiedenis, gesproken in allerlei mensen. Ik geloof eigenlijk dat God spreekt in álle mensen zonder één enkele uitzondering. Ik geloof dat God zelfs gesproken heeft in Hitler, maar dan in negatieve zin. In zijn afschuwelijke woorden en daden heeft Hitler vooral laten zien en horen wie God níet is. Maar zo zijn er gelukkig ook eindeloos veel mensen die in pósitieve zin van God spreken, door hoe ze in het leven staan en zich gedragen, door hoe ze handelen en spreken. Bij uitstek zijn het, binnen onze geloofstraditie, de profeten van Israël geweest die op die manier van God hebben gesproken - denk aan Mozes en Elia en vandaag, met Kerst, vooral aan Jesaja die we hoorden in de eerste lezing waarin het ging om de vreugdebode die het goede nieuws van de vrede komt brengen: dat alleen Gód koning is en dat Hij naar Sion, naar Jeruzalem, terugkeert. En in de kerk geloven wij dat die woorden van Jesaja vervuld zijn in de geboorte van Jezus Christus.
In de kerk gaat het om God. Hier móet het om God gaan én dat wij met God “communiceren” - mooi woord! Veelgeliefden, hoe doe je dat dan? communiceren met God? Ik denk: je doet dat zoals je met een mens van vlees en bloed communiceert. In de afgelopen Kerstnacht heb ik U verslag gedaan van de communicatie tussen mijzelf en een vriendin van mij, Jeanine Maas die in de 2e Jan Steenstraat woont. In die communicatie tussen haar en mij ging het over Jezus. Wie is Hij? En wat betekent Hij voor mij? Daar heb ík iets over te zeggen. En Jeanine heeft daar het hare over te zeggen. En daar kunnen we allemaal iets over zeggen. Ja, geef maar eens antwoord op die vraag … Geef ook jij, geeft ook Ú maar eens zélf een antwoord op die vraag: Wat betekent Hij voor jou, voor U?
In de communicatie gebeurt het mensen. Communicatie is: twee stenen tegen elkaar aan wrijven en dan springt er een vonk over en dan is er vuur. Dan brandt het, dan knettert het, dan is er vuur … en dat kan goedaardig zijn dat vuur, dat knetteren en branden - maar het kan ook kwáádaardig zijn of worden uiteraard …
Ik moet zeggen mensen: Hoe langer ik als gelovige en ook als priester in deze kerk sta, in de universele (wereldwijde) kerk (van alle eeuwen) des te sterker fascineert het mij dat niet wijzelf de bron en de oorzaak zijn van alles wat we in de kerk horen en zien. Hij, God, heeft het initiatief genomen. Hij heeft gesproken. Hij heeft gesproken “bij monde van Zijn heilige profeten” zoals het vierde eucharistisch gebed zegt. Hij heeft gesproken in Jezus Zijn Zoon. In Jezus heeft God op een dusdanig duidelijke en overrompelende manier gesproken, duidelijker kan niet, dat de evangelist Johannes over Jezus spreekt als het “Woord van God” zonder meer. En waarom is dat? Omdat het met, bij en in Jezus niet bij wóórden gebléven is … “Het Woord is vlees geworden!” zegt Johannes. “Hij is onder ons zijn tent komen opslaan”. God is bij ons komen kamperen. Hij heeft zich gevestigd - onder ons en, nog veel belangrijker, ín ons. God’s woorden komen hier voortdurend tot ons. Als een zaad, als goed zaad, worden die woorden in onze hoofden en harten gezaaid … en daarom blijft Henk Smit een oude vriend van ’m bezoeken die getroffen is door een hersenbloeding, die niet meer kan spreken en hoe kun je dan nog wèl met hem communiceren? - dat is dan natuurlijk de grote vraag … Ga er maar aan staan mensen: trouw zijn aan iemand die in zulke omstandigheden is komen te verkeren … Telkens weer de motivatie vinden om naar hem toe te gaan, naar die oude vriend, die in het verpleeghuis verblijft … Ik weet niet of het mij zou lúkken … En toch, moet je constateren, kan geloven in God mensen soms wél inspireren tot die bijna irrationeel lijkende trouw, door dik en dun. Omdat het Woord vlees is geworden. Omdat datzelfde Woord er om vraagt om steeds weer opníeuw vlees te worden. En dat is aan ons: Wij worden uitgenodigd van godswege om Hem, om Jezus, vlees en bloed te geven, om Hem te zijn in deze wereld. En uiteindelijk gaat dat mensen aan de woorden voorbij. In de tweede nachtmis was Bas er weer, de kleinzoon van één van onze bejaarde parochianen, mevrouw Jo Kennis. Bas zit in een wagentje. Hij is spastisch. En hij laat graag van zich horen. Onverstaanbare en half-verstaanbare klanken stoot hij uit - soms heel enthousiast - óók terwijl het Canticum Anglicum, dat natuurlijk hard gerepeteerd heeft op het kerst-reportoire-; Bas hoorden we ook terwijl het Canticum zong. En ik hoop, veelgeliefden, dat niemand zich aan hem gestoord heeft: niet de zangers en niet de kerkgangers. Wat in het Concertgebouw bijna zeker ondenkbaar is, dat zo’n jongen als Bas daar een concert zou kunnen bijwonen, dat kan in de kerk dus wel. Omdat het Woord vlees is geworden. En omdat Bas daar, op zijn manier, héftig van getuigt. En zijn liefhebbende familie die, geweldig geníetend, dat zag je, om hem heen geschaard zat, Bas’ familie getuigt daarvan eveneens: dat het Woord is vlees geworden. Zij maken het waar in hoe ze met Bas omgaan. Dat pogen ze. Hartverwarmend. Veelgeliefden, ik wens het U allen toe: dat U het óók waar maakt, op uw eigen manier. Moge God’s Geest, die van Jezus Christus, heden geboren, er U toe inspireren en aanzetten. Amen.