Ik ben op zoek naar het kind van het licht, het kind dat vrede brengt,
het kind dat het goede in mensen naar boven haalt,
het kind dat tot leven komt, tot leven zou moeten komen
in elke mens, in alle kinderen en volwassenen.
Ik ben op zoek naar het kind van het licht, maar het kind speelt verstoppertje.
het verstopt zich op duizend en een plek
en wij, wijze en verstandige volwassenen lopen er vaak achteloos voorbij.
Ik ben op zoek naar het kind van het licht
en ik kijk rond in een straat vol verlichte kerstbomen in de tuin en in huis
en van allerlei soorten lichtjes van arrensleeën en kerstmannen,
maar het kind van het licht kan ik niet vinden.
Ik kijk rond in de supermarkt met zijn overvloed aan lekkers
vol mensen die hun kerstinkopen doen. Maar het kind zie ik niet.
Ik ga de kerk binnen, daar zou het kind toch te vinden moeten zijn.
Ik zie een reusachtige kerststal, veel mensen in de nachtmis,
maar die oude gezangen en rituelen zeggen me niets meer,
en het kind van het licht kan ik er niet in vinden.
En ik denk: ik geef het op. Kind, als je verstoppertje wilt spelen,
dan doe je dat maar, maar ik ben het zoeken zat.
Dan hoor ik het kind uit de verte roepen: Je kijkt niet goed,
je kijkt teveel naar de buitenkant. Je moet verder kijken dan je neus lang is.
Ik denk: laat ik het toch nog maar een keer gaan zoeken.
Ik loop het verzorgingstehuis binnen en aan de receptie zit een vrijwilligster,
met een vriendelijke lach begroet zij mij en ik zie ineens iets van het kind in haar.
Ik kom op een van de kamers en ik zie
dat een zoon geeft zijn vader met veel geduld wat te drinken geeft.
Iets van het kind lichtte in hem op.
Ik loop verder en kom op een hangplek waar een stel jongelui staan te kletsen.
Een mopperde: ik moet straks van mijn vader en moeder mee naar de kerk, omdat het kerstmis is. Dat is balen.
Een ander zegt: Als je toch niet wilt, dan ga je toch niet,
je bent toch eigen baas.
De derde zegt: Ik ga mee met mijn vader en moeder.
Ik vind er ook niet zoveel aan, maar zij hebben graag dat ik mee ga.
En het valt eigenlijk best mee. En in zijn ogen zie ik iets van het kind.
IK loop toch nog maar weer even door de supermarkt
en ik zie een vrouw een fles wijn en een kerstbrood kopen
voor haar buurman die de deur nooit uitkomt en nooit bezoek krijgt.
En ik zie heel duidelijk het kind van het licht in haar.
Ik zie een jongen van tien jaar die loopt te zoeken
wat hij kopen zal voor zijn zusje die met kerstmis jarig is.
In zijn ernstig kijkend gezicht herken ik het kind van het licht.
Er is veel duisternis in de wereld.
Velen zoeken hun heil in een uitbundige feestverlichting.
Daar is de commercie goed mee,
maar het neemt niet de duisternis weg die van binnen zit.
Die wordt alleen weggenomen waar mensen een lichtpuntje zijn voor elkaar.
En die lichtpuntjes zijn er veel meer dan we vaak in de gaten hebben.
Kerstmis zegt ons: zoek het kind van het licht in mensen
die op de een of andere manier licht brengen aan anderen.
En die zijn er veel meer dan we soms in de gaten hebben.
Ik hoop en wens dat het kind van het licht verstopt zit in ieder van ons.
Kerstmis (2004)
Feest · 25 december · Kerstmis · wit