Gods aanwezigheid zoeken (2006)

Feest · 6 augustus · Gedaanteverandering van Jezus · wit

Daniël in de eerste lezing schrijft voor de Joodse gemeenschap van 150 jaar voor Christus. Die leeft in oorlog en heeft het niet best. De profeet wil met zijn woorden een steun zijn in het verzet van menselijke mensen tegen de beestachtige machten van de duisternis. In apocalyptische beelden wordt de goede God geschilderd als een oude eerbiedwaardige mens, eeuwig, omringd door licht en vuur en gezeten op een rechterstoel. En het leven of de goede mens wordt voorgesteld als een Mensenzoon, Adamskind, staat er, komend met de wolken des hemels, van God dus. De goede God staat samen met de goede mens, die van God bezield is, tegenover de kwade machten. Hoe dichter de mens bij God staat en hoe meer God in hem aan het licht komt, hoe meer hij tegen dat kwade vermag. Hoe meer Gods licht plaats mag vinden in zijn schepping, hoe meer het leven wordt zoals moet zijn. In Jezus is dat helemaal duidelijk. In Hem breekt Gods licht door, onstuitbaar, zoals onze bevlogen katholieke priesterdichter Oosterhuis het zo schitterend kan verwoorden. Daarom staat Jezus als geen ander voor een goede menselijke samenleving.

Vandaag begint het goede nieuws met een tocht de berg op. De berg, dat is in de wolken, dat is de stilte, dat is inzicht, dat is dicht bij God. In alle religies is dat zo. Als u ooit in de bergen geweest bent, dan weet u zelf wel waarom.
Precies als Jezus zijn lange mars naar Jeruzalem begint, zijn executie tegemoet, zoekt Hij Gods aanwezigheid om te bidden. Bidden is voor Hem zoiets als: in het diepst van je ziel God ontmoeten en jezelf voor God ter sprake brengen: wie je bent, waar je staat, wat je vrees is en je hoop, welke weg je zult gaan en waarom. Alles wat Hij denkt en doet deelt Hij in zijn gebed met God. Dat heeft Hij heel zijn leven gedaan. Lees er het Evangelie maar op na. Altijd vóór belangrijke beslissingen zoekt Hij de stilte op, vaak op de berg, om open te staan naar de Geestkracht van God en te luisteren naar zijn stem. Hij oriënteert zich opnieuw op de Bron van zijn bestaan. Hij zoekt en tast ernaar met of zonder woorden, in stilte en eenzaamheid, maar altijd ook in gesprek met zijn eigen gelovige traditie: de Schrift.
Hij bidt daar met Mozes en Elia naast zich. Zij staan voor de hele Bijbel van toen: Wet en Profeten. Met hen is hij in gesprek over het geheim van het leven: hoe je vervuld kunt raken van Gods barmhartige liefde; hoe je die kunt uitstralen en hoe je dan sterk staat tegenover het kwaad in de samenleving. Hoe dat ook je leven kan kosten, maar hoe je door lijden en verlies en dood heen juist het ware leven kunt vinden.

En tijdens dat gebed gebeurt het: Hij raakt zó vol van Gods wezen dat dat doorbreekt als een lichtglans op zijn gezicht. Zijn bidden heeft iets van: zó dicht bij het vuur komen dat je zelf vlam vat. Alle eeuwen door hebben mensen dat begrepen. En daarom hebben ze heilige personen ook afgebeeld met een aureool, een lichtkring rond hun hoofd; of met een mandala of een aura, een lichtglans om hun hele persoon. Want zij wisten: er zijn mensen aan wie God rakelings nabij is: dat kun je gewoon zien, die zijn héél, die schitteren van zijn licht.
Nou, precies zo gaat dat met Jezus. Hij gaat in gebed open voor God en luistert en wacht. Hij laat die geestkracht van God in zich toe. En dat is kennelijk zo ’n sterke ervaring dat zijn leerlingen dat waarnemen. De glans van God zelf is Hem aan te zien. Ik geloof daar in: soms breekt Gods licht in mensen door onstuitbaar.

Er staat ook hier weer dat die leerlingen slapen. Dat komt nogal eens voor. Zelfs op de avond vóór zijn dood is dat zo, daar op de Olijfberg: dezelfde leerlingen, dezelfde slaap. Dat staat er om te zeggen: ze hebben maar niet in de gaten wat er gaande is. Ze zijn nog niet tot inzicht, tot bewustzijn gekomen. Tot ineens dat moment: die flits van licht.
Hij ziet er stralend uit. Licht van Gods licht is dat: een verlichte mens, zouden de boeddhisten zeggen.
Dat moet vaker zo geweest zijn in zijn leven. Hij moet een sterke uitstraling gehad hebben, zouden wij tegenwoordig zeggen, want in Hem heeft God met heel zijn volheid willen wonen. Zijn bidden daar op de berg betekent dus: dicht bij God komen, opengaan voor zijn Geestkracht, zijn licht in je toelaten en daardoor letterlijk van gedaante veranderen.
En dan, verrijkt en veranderd, de berg afdalen en in de vlakte van het gewone leven weer aan de slag gaan, maar nu met opgeheven hoofd en met nieuw licht in je ogen. In ieder geval anders, lichter, menselijker. Want als je zo bidt, dan krijg je inzicht; daar word je mens van.

De leerlingen mogen geen tent of kerk of tempel om dat visioen heen bouwen. Want zo werkt dat niet. Bidden is juist: je kracht bij God zoeken, alleen of samen.
Zoiets als wat wij hier op ’t Zand doen op deze morgen. En dat is prachtig, met die muziek en zang, hou me ten goede. Ik ben er heel wijs mee. Maar daar mag het nooit bij blijven. Er is geen ander spoor naar die toekomst dan stap voor stap de woestijn te doorkruisen, levend van de belofte en van het visioen dat soms even gezien wordt.
We zullen vol van God de berg weer moeten afdalen, en ermee aan de slag moeten gaan.
Een wolk, het oude teken van Gods aanwezigheid, omhult je even; zijn wezen als een steekvlam in de nacht, een spoor van licht. Je bent even van de wereld af. Maar in de vlakte van de samenleving, daar moet het gebeuren.
Daar moeten ze nu, met zijn licht in hun ziel, laten zien dat het kan: een menswaardige samenleving met barmhartige en genadige mensen.

Daarom komen er over de hele wereld groepjes mensen bij elkaar, zoals wij hier op ’t Zand. We gaan als het ware een moment de berg op, luisteren naar Mozes en Elia, de verhalen van de Schrift, want die dragen een goddelijke levensvisie in zich. We bidden om Gods aanwezigheid in onze ziel: die onuitblusbare kracht van liefde. Dat Hij zich mag ontfermen over ons en over onze wereld. Want er is ontstellend veel gaande.
Maar waar wij verbijsterd staan over wat er allemaal mis kan gaan, daar kan Gods licht doorheen breken en daar krijgen we een doorzicht hoe het worden zal. Het is alsof we even met Gods ogen mogen kijken en zien: de schepping, mijn leven zal niet mislukken, wat er ook gebeurt en wat ons ook allemaal overkomt. Hij is er ook nog!

Zo zijn wij hier voor een moment bij elkaar. Om stil te worden en God te ontmoeten in onze diepste ziel. Om de toekomst van onszelf en van de wereld weer in zijn hand te leggen.
Om ons Jezus weer te binnen te brengen, zijn levensvisie.
We breken het brood en drinken de beker.
En dan gaan we weer naar buiten, naar het dal van het leven.
Daar zullen we met zijn licht in ons bloed de levensreis voortzetten.
En waar de weg ook heen mag gaan, Hij zal er in voorzien.

Zoeken in Preken Online