Homilie op het Feest van de Tenhemelopneming van Maria (Lc. 1, 39-56)
Tielt, 15 augustus 2013
Als je een kerk binnenkomt, word je meestal getroffen door een reeks heiligenbeelden. Ze staan er netjes op een sokkel en ademen meestal, spijtig genoeg, iets onwezenlijks en buitenwerelds uit: ze staan er, soms met wat blos en schmink op de wangen en bijna altijd met het kopje ietwat devoot scheef; indien mogelijk, zou men ze warempel nog pommaderen en parfumeren ook.
Dat alles stemt ons niet tot ijver om dat soort heiligen na te volgen. Misschien hou je meer van “un beau naturel” en wens je niet geschminkt en gepommadeerd te verschijnen en, als je normale nekspieren hebt, zou het enorm lastig zijn je hoofd blijvend scheef te houden. Ik ben daarom blij dat we vandaag, op dit Feest van de Tenhemelopneming van Maria, een ontzettend realistische evangelielezing beluisterd hebben: niet alleen omdat erin verteld wordt dat Maria een handje ging toesteken bij haar zwangere nicht Elisabeth, maar vooral omdat we erin het prachtige Magnificat konden beluisteren.
Misschien is het spijtig dat de componisten er meestal melancholische en soms zeemzoete melodieën voor geschreven hebben, uitermate geschikt om in trage processies plechtig in wolken van wierook gezongen te worden.
Eigenlijk is het Magnificat eerder een protestsong: je weet wel dat soort keiharde liederen, waarin zangers uitzingen dat ze geen vrede willen nemen met deze wereld en verlangen naar bevrijding. Het Magnificat is zo een keihard lied dat je, met de gitaar in de hand, zou kunnen zingen op een protestmeeting voor meer rechtvaardigheid in de wereld. Luister maar even: “God slaat trotsen van hart uiteen. Heersers ontneemt Hij hun troon, maar Hij verheft de geringen. Die hongeren overlaadt Hij met gaven en rijken zendt Hij heen met lege handen.” Het lijkt wel een lijflied voor de Tea Party.
Wie in het Magnificat aan het woord zijn, is duidelijk: de marginalen, de verschoppelingen, de kleine en miskende mensen, die overal aan het kortste eind trekken.
En toch is het geen protestsong als die welke we horen op een pop- of rockfestival. De hedendaagse zangers van protestliederen protesteren meestal zonder zichzelf te geven; integendeel, ze verdienen er dik hun brood mee. En wie alleen maar prostesteert zonder zelf iets te doen, verandert de wereld niet, maar wordt bitter en zaait bitterheid om zich heen. Paul Magnette, de voorzitter van de Waalse Parti Socialiste, heeft dat enkele maanden geleden raak verwoord: “S’indigner c’est bien; s’engager c’est mieux.”
Het Magnificat is een protestsong. Ook Maria zegt ons dat we geen Lamme Goedzak moeten zijn, dat wij ons moeten durven ergeren aan het onrecht in de wereld en het moeten aanklagen, dat wij corruptie en machtsmisbruik, dat ook in onze maatschappij, zelfs in de Kerk, niet ver te zoeken is, moeten bestrijden. Maar het is niet louter luid schreeuwen en in bitterheid vitriool uitspuwen op een podium. In alle eenvoud vereenzelvigt Maria zich met de kleine mensen en ze engageert zich voor hen: ze staat ten dienste van haar zwangere nicht; ze is de beschikbare moeder van haar Zoon; ze wil voorkomen dat het bruidspaar te Kana wijn te kort heeft en ze lijdt mee met haar Zoon en Zijn getrouwen.
Ze zingt in haar Magnificat dat je, als je je klein en arm weet, pas dan al je hoop op God stelt. Ze herhaalt op verschillende manieren dat God al onze menselijke berekeningen ondersteboven gooit. In het evangelie vinden we veel voorbeelden waarin Jezus de lijn doortrekt: de armen worden zalig geprezen; de laatsten worden eersten. Hij is bekommerd vooral met het verloren schaap, met de zondaars en de zieken.
Het verzet van Maria leidt tot inzet en betrouwen op God. En op andere plaatsen zien we dat haar verzet gepaard gaat met overgave. Want naast het Magnificat moet je haar Fiat horen: Mij geschiede naar Uw Woord!
Verzet en overgave, titel van een prachtig boek van Bonhoeffer, passen ook in ons gewone leven. Verzet en overgave: op het eerste gezicht tegenstrijdig, bij dieper inzicht onafscheidelijk. Want wie alleen maar protesteert zonder zichzelf te geven, verandert de wereld niet. En wie zich alleen maar overgeeft en alles verdraagt, zonder inzicht in het onrecht rondom hem, laat met zich sollen. Verzet en overgave, twee onafscheidelijke grondhoudingen in een goede relatie tussen man en vrouw in het huwelijk! Verzet en overgave, twee noodzakelijke kwaliteiten van elke vader en moeder bij de opvoeding van hun opgroeiende kinderen en van de kinderen ten opzichte van hun ouders! Verzet en overgave, twee noodzakelijke houdingen in het samenleven van jongeren en ouderen! Oh! Wat een gelukkige samenleving zouden we hebben als we verzet en overgave wat meer zouden combineren!
Dat leert ons Maria. Ze leert ons roepen: Heer, wat verkeerd is, is Uw wil niet! Maar ze leert ons ook zeggen: “Heer, Uw wil geschiede. Ze leert ons wat we elke dag in ons leven moeten doen: ja en neen zeggen, aanvaarden en niet aanvaarden, zich verzetten en zich inzetten.
Dan wordt Maria geen onwezenlijke figuur met een scheef kopke, geschminkt en gepommadeerd, maar iemand die ons leert elke dag te leven met verzet, inzet en overgave.
Ik wens u allen een Zalige Hoogdag!
Gabriël Buyse, pastoor-deken em. Tielt